Hoe je onbewust mensen blijft aantrekken met wie je bewust niets te maken wil hebben

 

 
 
Loop jij in je relaties of in je werk regelmatig tegen dezelfde soort mensen aan? Tegen mensen die je relaties, je werk of zelfs je leven lijken te vergallen? Bijvoorbeeld narcistische, dominante, egoïstische, starre, gesloten, agressieve, onvoorspelbare, saaie, arrogante, betweterige, betuttelende, afstandelijke, te kritische, denigrerende, te verstandelijke of te emotionele mensen?

Dan zit er vrijwel zeker in je binnenwereld een bepaald gevoel, een bepaalde gedachte of een bepaalde eigenschap waardoor je dit soort mensen onbewust maar blijft aantrekken.
Hoe verschrikkelijk je het bewust ook vindt om met dat soort mensen in aanraking te komen.

Je kunt er bijvoorbeeld onbewust van overtuigd zijn dat alle mannen/vrouwen/mensen onbetrouwbaar zijn, tekort schieten of het slecht met je voor hebben. Doordat je daar zo rotsvast van overtuigd bent, vind je het onbewust zinloos om op zoek te gaan naar mensen die anders zijn. Want die mensen bestaan in jouw beleving niet, of in ieder geval niet in je directe omgeving. En dus wordt die beperkende gedachte een zelf vervullende profetie.

Het kan ook zijn dat je onbewust erg bang bent om een bepaald soort mannen/vrouwen/mensen tegen te komen. Je ziet door die angstgevoelens dan ook regelmatig in je hoofd dat soort mensen voor je en hoe ze je leven zouden kunnen ruïneren. Als het tegenzit neem je zelfs alle mogelijke ontmoetingsscenario’s door en hoe je daarin zou kunnen reageren.
Alles waar je veel aandacht aan geeft, maak je groter en trek je aan. Denk je veel aan kansen en mogelijkheden, dan trek je die aan. Denk je veel aan risico’s, gevaren en bedreigingen, dan trek je die aan.

Een andere mogelijkheid is dat je onbewust twijfels hebt of een relatie of een baan wel echt iets voor je is. En zolang dat gevoel van twijfel blijft, zul je partners of leidinggevenden blijven aantrekken die onbewust ook twijfelen of jij wel de juiste partner of werknemer voor hen bent.

Wat ook kan is dat mensen aan wie jij je erg irriteert, en met wie je absoluut niets te maken wilt hebben, jou onbewust aan een irritante eigenschap van jezelf doen herinneren.
Ze hebben dan een ver doorgeschoten variant van een karaktereigenschap van jezelf die je niet accepteert.

Ook is het mogelijk dat je in je jeugd onbewust en (in)direct de strijd met je ouders bent aangegaan en ervan overtuigd bent dat je toen het onderspit gedolven hebt.
Je kunt door die gedachte dan onbewust mensen blijven aantrekken die iets weg hebben van (een van) je ouders.
Zodat je die strijd nog eens dunnetjes over kunt doen, en er dit keer hopelijk wel als winnaar uit kunt komen.

Zodra je weet welk gevoel, welke gedachte of welke eigenschap jou in de weg staat, kun je zo met dat gevoel, die gedachte of die eigenschap om leren gaan dat je onbewust weer andere soorten mensen gaat aantrekken.
Blijf je in plaats daarvan geloven dat het puur toeval is dat je zulk soort mensen blijft tegenkomen, en besteed je dan ook geen aandacht aan je eigen binnenwereld, dan blijf je hen de rest van je leven tegenkomen. Met alle vervelende gevolgen van dien.

Om er achter te komen welk gevoel, welke gedachte of welke eigenschap ervoor zorgt dat je iemand aantrekt die je niet wil aantrekken, is het nodig om de dialoog met jezelf aan te gaan.
Ga voor jezelf eens alle bovengenoemde mogelijkheden bij langs en spreek met jezelf door welke daarvan spelen.
Heb jij zulke overtuigingen, angsten, twijfels, karaktereigenschappen (in een lichtere vorm) of jeugdervaringen?
En overleg dan met jezelf hoe je die overtuigingen kunt bijstellen (verdieping 4), die angsten kunt loslaten (verdieping 4), die twijfels kunt loslaten (verdieping 3), die karaktereigenschappen kunt accepteren (verdieping 6) en/of hoe je die jeugdervaringen kunt verwerken (verdieping 3).

 

Hoe je in 6 verschillende levensfases krassen, deuken en kleerscheuren kunt oplopen

 

 
 
Hoe verschillend we als vrijgezel ook kunnen zijn, in ons leven hebben we allemaal dezelfde fases doorgemaakt.
Als een zeilboot zijn we door 6 verschillende levensfases heen gezeild.
Hoe voorzichtig we daarbij onderweg ook waren, we liepen helaas toch averij op (krassen, deuken of scheuren in ons hart). Meestal vooral in 1 of 2 van de 6 fases.
En als we veel tegenwind en stormen in ons leven hebben ervaren, zijn we regelmatig vastgelopen en op een gegeven moment misschien in een bepaalde levensfase gestrand.

Het bijzondere is dat je die 6 levensfases op twee manieren meemaakt: eerst als kind en daarna nog een keer als volwassene.
En als je als beginnende volwassene nooit echt bij deze 6 fases hebt stilgestaan, ziet jouw levensreis als volwassene er ongeveer hetzelfde uit als jouw levensreis als kind. Met als resultaat dezelfde soort averij (mentale, emotionele en misschien wel lichamelijke wonden) als toen.
Hieronder kun je zelf onderzoeken in welke levensfase(s) je wellicht beschadigd, vastgelopen of gestrand bent.

Levensfase 1

Elke keer dat je in een nieuwe omgeving komt, kijk je hoe welkom en hoe gewenst je daar bent.
Als kind doe je dat vooral in het eerste jaar na je geboorte en op nieuwe scholen/crèches. En als volwassene vooral bij het op jezelf wonen, bij het samenwonen, bij het verhuizen en bij nieuwe banen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat je onwelkom of ongewenst was.
Ook als volwassene kun je de omgeving dan blijven zien als een onveilige, gevaarlijke, schadelijke of vijandige plek, die je zoveel mogelijk moet mijden.
Zodat jij je als vrijgezel voortdurend angstig, onzeker, wantrouwend, minderwaardig en eenzaam voelt.

Levensfase 2

Als jij je veilig voelt in een omgeving, dan merk je op een gegeven moment dat je bepaalde behoeftes hebt. En elke keer dat je een behoefte voelt, kijk je of je die met of zonder de hulp van andere mensen gaat vervullen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat je omgeving jou met lege handen liet staan of jou in de schuld liet staan (“Voor wat, hoort wat”) als je om iets vroeg.
Ook als volwassene kun je dan bang blijven om hulp aan andere mensen te vragen of om hulp van andere mensen te accepteren.
Zodat je als vrijgezel voortdurend een onverzadigd gevoel, een gemis, een afhankelijkheid (“Ik heb iets van hen nodig.”), een onderdanigheid en een wrok naar andere mensen toe voelt (“Ze geven me niet wat ik nodig heb”).

Levensfase 3

Als jij je veilig voelt in je omgeving en je behoeftes vervuld zijn, krijg je meer ruimte voor andere mensen en ga je jezelf meer voor hen openstellen. En elke keer dat je in het gezelschap van andere mensen komt, kijk je of je wel of niet meegaat in wat zij zeggen en doen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat je in gezelschap te egoïstisch was, teveel opviel, teveel afweek, te eigengereid was of te dominant was.
Ook als volwassene kun je dan bang blijven om in gezelschap boven het maaiveld uit te komen, en jezelf te uiten, te gaan voor wat je belangrijk vindt en je grenzen aan te geven.
Zodat jij je in je vrijgezellenleven voortdurend niet gezien, niet gehoord, niet begrepen, afgewezen, gesmoord, gevangen en onopgemerkt voelt.

Levensfase 4

Als je in gezelschap jezelf durft uit te spreken en voor jezelf op durft te komen, dan kijk je hoe de mensen om je heen daarop gaan reageren.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat mensen je grenzen niet respecteerden en er overheen walsten. En dat je dus blijkbaar andere mensen met je grenzen tot last was, kwetste, dingen opdrong, of teveel beperkingen oplegde.
Ook als volwassene kun je jezelf dan blijven inhouden, aanpassen, wegcijferen of opofferen om andere mensen geen pijn te doen.
Zodat jij je als vrijgezel voortdurend beschaamd, schuldig, bezwaard, beknot, verplicht en uitgeput voelt.

Levensfase 5

Als je in gezelschap op eigen benen durft te staan en je eigen grenzen kunt bewaken, dan kijk je op welke momenten of in welke periodes je even een luisterend oor wil, met iemand wil overleggen, steun of hulp van iemand wil, of even tegen iemand wil aanleunen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat mensen er niet voor je waren als je hen nodig had. En dat ze in plaats daarvan jou in de steek lieten, je benadeelden, je manipuleerden of misbruik van je maakten.
Ook als volwassene kun je het dan moeilijk blijven vinden om andere mensen te vertrouwen, in vertrouwen te nemen, om hulp te vragen en om invloed van hen toe te laten.
Zodat je als vrijgezel voortdurend een drang naar zelfredzaamheid, trots, achterdocht, hardheid, stoerheid, uitputting en eenzaamheid voelt.

Levensfase 6

Als je de invloed, steun, aandacht en inbreng van andere mensen toe kunt laten, dan kijk je of er mensen (vooral potentiële partners) zijn bij wie je alle teugels los kunt laten, je masker af kunt zetten en jezelf over kunt geven.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk hebt gekregen dat je het deksel op je neus krijgt zodra je jouw kwetsbaarheid, tederheid, hartstocht, behoefte aan intimiteit of behoefte aan seks laat zien.
Ook als volwassene kun je dan jezelf onder controle blijven houden en mensen om je heen op afstand blijven houden.
Zodat jij je als vrijgezel terughoudend, afstandelijk, koud, gekwetst, afgewezen, krampachtig, geremd, geblokkeerd, eenzaam en frigide voelt.

Tot slot

Zoals ik al vertelde, doorloop je de 6 levensfases hierboven op twee manieren: als kind en als volwassene. Je krijgt als volwassene dus als het ware een herkansing.
De manier waarop je ze als kind hebt doorlopen, bepaalt op welke van de 7 verdiepingen van je (vrijgezellen)leven je wel en niet bent geweest, hoe gelukkig je op elke verdieping was en waar je op elke verdieping tegenaan liep.
Als volwassene heb je nu zelf in de hand hoe je levensreis er als volwassene uit gaat zien. Verval je in herhaling en ga je de 6 levensfases op dezelfde manier doorlopen als toen je kind was? En dus ook dezelfde verdiepingen op dezelfde manier bezoeken als toen?
Of ga je als volwassene nu met een open en frisse blik de 6 levensfases doorlopen? En jezelf op de 7 verdiepingen van je vrijgezellenleven zo ontwikkelen dat je meer bevrediging en meer innerlijke vrede voelt dan toen als kind?
De keuze is aan jou …

 

Hoe je onbewust je lichaam zo blokkeert dat je nog maar weinig energie overhoudt

 

 
Als persoon heb jij allerlei behoeftes. Maar als lichaam mag je die van jezelf niet allemaal bevredigen.
Je lichaam mag van jou bepaalde dingen niet doen en niet zeggen, om bepaalde risico’s (bijvoorbeeld op falen of afwijzing) te voorkomen.
En je lichaam moet van jou bepaalde dingen doen en zeggen om jezelf te verdedigen tegen oncomfortabele gebeurtenissen (bijvoorbeeld zich beheersen, zich aanpassen, zich verontschuldigen of zich terugtrekken).

Onbewust blokkeer je jouw lichaam dan ook met allerlei geboden (“Je moet …”) en verboden (“Je mag niet”).
En het kost jou zonder dat je het doorhebt veel energie om de hele dag door je lichaam tegen te houden en tot dingen te dwingen. Energie die je niet meer kunt stoppen in je dagelijkse leven. Waardoor het kan lijken alsof je elke dag te weinig energie hebt om je zelfstandig te kunnen redden.
Door allerlei gebeurtenissen te vermijden en af te weren, blijft bovendien een (groot) deel van jouw leven ongeleefd: je doet geen dingen meer waarbij de kans op risico’s te groot is of waarbij het nodig is om (een beetje) uit je comfortzone te stappen. Daardoor bevredig jij je behoeftes slechts gedeeltelijk, of ontzeg jij je zelfs bepaalde behoeftes. Met als gevolg dat je minder dingen doet die jou energie geven en dat je minder levenslust hebt.

Op de eerste verdieping van je vrijgezellenleven mag jouw lichaam alleen dingen doen die geen risico voor je overleving zijn, of waarbij jij je op alle mogelijke scenario’s voorbereid hebt.
Je houdt je lichaam steeds tegen, en trekt jezelf uit angst of onzekerheid het liefst terug in je binnenwereld. Het kost je dan al veel energie om je op je lichaam en buitenwereld te concentreren. En nog meer energie om je continu voor te bereiden op alles wat er mis kan gaan.
Of je dwingt je lichaam om zo hard te werken om te overleven, dat je jezelf opoffert en jezelf alle pleziertjes ontzegt. Je lichaam raakt uitgeput en na verloop van tijd ligt een burn-out op de loer.

Op de tweede verdieping mag jouw lichaam alleen aangename dingen doen. Ook moet jouw lichaam stoppen met dingen zodra ze onaangenaam worden of aan de lopende band leuke dingen doen.
Je krijgt in eerste instantie veel energie van de leuke dingen die je doet. Maar je gejaagdheid, je ongeduld, je opgekropte pijn, je genegeerde verplichtingen en je uit de hand gelopen problemen vergen vervolgens alsnog veel energie.

Op de derde verdieping mag jouw lichaam zich bepaalde gebeurtenissen uit het verleden niet meer herinneren, en het onderdrukken van die herinneringen kost jou ongemerkt de hele dag door veel energie.
Je lichaam moet de behoeftes van andere mensen vervullen. Zodat er niet of nauwelijks meer energie overblijft voor de vervulling van je eigen behoeftes. En op den duur geef je jezelf leeg.
Of je lichaam moet van jou aan de lopende band doelen bereiken. Op den duur wordt je daardoor bekaf en brand je op.

Op de vierde verdieping van je vrijgezellenleven mag jouw lichaam geen dingen doen waar jij een negatief oordeel over hebt. En dwing jij je lichaam continu om aan je normen te voldoen. Je wordt steeds zo geleefd door je oordelen en normen dat er nog nauwelijks dingen overblijven waar je energie van krijgt.
Of je vindt alles best en maakt alles even onbelangrijk. Waardoor er niets meer overblijft waar je voor wil gaan en wat jou energie geeft.

Op de vijfde verdieping mag jouw lichaam geen dingen doen of zeggen die onrust en conflicten in je buitenwereld kunnen oproepen. Je houdt je lichaam steeds tegen en wordt op den duur futloos.
Of je lichaam mag zich van jou door niets en niemand meer laten tegenhouden. Je overschat je draagkracht en laat je lichaam over haar grenzen gaan. Waardoor je op den duur ziek kunt worden, blessures kan krijgen of opgebrand kan raken. Ook creëer je dan vaak weinig draagvlak in je omgeving, zodat je veel energie kwijt bent aan de weerstand en emoties van andere mensen.

En op de zevende verdieping moet je lichaam te vaak iemand anders helpen, waardoor je uitgeput raakt en jezelf op den duur leeg geeft.
Of je lichaam mag van jou geen andere mensen om hulp vragen. Je lichaam werkt zich vervolgens extra uit de naad om het dan maar op eigen kracht te proberen en gaat daarbij steeds meer over z’n eigen grenzen.
 

Hoe open sta jij voor contact en nabijheid?

 

 
 
Zodra je iemand voor de eerste keer ontmoet, heb je geen idee hoe het contact gaat verlopen en hoe goed het gaat klikken.
Zo’n eerste contact is onbewust dan ook best wel spannend: je voelt je wat nerveus, kijkt eerst de kat uit de boom, en begint dan voorzichtig en aarzelend dingen over jezelf te vertellen.

Als je open staat voor andere mensen, dan word je steeds nieuwsgieriger naar de persoon tegenover je. En ook al weet je nog niet zeker of het een comfortabel of een oncomfortabel gesprek gaat worden, je geeft je gesprekspartner wel een kans.
In de loop van het gesprek gaat je nieuwsgierigheid het dan ook meer en meer winnen van je terughoudendheid. En al gauw loopt het gesprek van jouw kant steeds makkelijker, soepeler en ongedwongener.

In plaats van openheid kun je ook wantrouwen voelen naar andere mensen toe. Je verwacht dat andere mensen je vroeg of laat vanzelf wel een keer pijn gaan doen, jou zullen teleurstellen of je iets zullen flikken. En dus zie je jouw gesprekspartner meteen al als een potentiële bedreiging. Voordat jullie ook nog maar één woord hebben gewisseld.
Het vooruitzicht dat dit gesprek weleens uit zou kunnen gaan lopen op pijn, teleurstelling of gekwetstheid, en je groeiende onzekerheid wanneer en hoe dit gaat gebeuren, maken het gesprek steeds onbehaaglijker. En als je er bij voorbaat al vanuit gaat dat iemand hoogstwaarschijnlijk niet te vertrouwen is en maar lang genoeg kijkt, dan zie en hoor je steeds meer dingen bij de ander die dit lijken te bevestigen.
Om uit te testen hoe betrouwbaar je gesprekspartner is, stel je steeds meer kritische vragen en misschien zelfs strikvragen. Ook weeg je in je hoofd meer en meer af wat je wel en niet moet zeggen, wat er mis kan gaan als je iets zegt, en hoe je met zo min mogelijk risico’s iets kan zeggen.
Het gesprek vreet dan ook steeds meer energie en maakt je steeds vermoeider. Ook gaat je gesprekspartner steeds minder vriendelijk kijken, omdat hij of zij continu jouw kritische, wantrouwende en afstandelijke blik op zich gericht ziet. Wat jij op jouw beurt weer kunt gaan vertalen als een signaal dat de ander jou niet mag of kwaad in de zin heeft.
Met als gevolg dat het gesprek steeds stroever en moeizamer verloopt.
Het duurt dan ook niet lang voordat je het gesprek abrupt beëindigt en weggaat, in je hoofd gaat zitten en afwezig bent in het gesprek, of in de tegenaanval gaat. En als de ander voortijdig het gesprek beëindigt (bijvoorbeeld om een andere afspraak na te komen), dan vat je dat persoonlijk op en zie je dat als een afwijzing, een gebrek aan interesse of als een teken van onbetrouwbaarheid.

Jouw wantrouwen (je angst voor andere mensen én onbewust ook voor jezelf) is één van de angsten die je op de 4e verdieping van je vrijgezellenleven gaat loslaten om je voor alles en iedereen open te leren stellen.
En je wantrouwen loslaten helpt je om jezelf op de 5e verdieping te laten zien en te laten horen zoals je bent.
 

5 redenen om de ideale partner voor jezelf te worden

 

 
Heb je er als vrijgezel weleens over gedacht om de ideale partner voor jezelf te worden? Waarschijnlijk niet. Toch heeft dat wel allerlei voordelen:

  1. Je vindt gegarandeerd je ideale partner!
    Het kan veel tijd, geld en moeite kosten om regelmatig te daten met een leuk iemand buiten jezelf. En dan nog heb je geen enkele zekerheid of en wanneer je de man of vrouw van je dromen tegenkomt.
    Vind je uiteindelijk wel een geweldige partner buiten jezelf, dan is hij of zij nooit helemaal precies zoals je wil. En je partner veranderen is een onbegonnen zaak.
    Door zelf jouw ideale partner te worden, is dit probleem definitief voorbij. Je kunt precies zo worden als je zelf wil. En je hoeft nooit meer op zoek te gaan naar dates in je buitenwereld …
  2. ideale partner is er wanneer je maar wil!
    Elke week loop je wel tegen momenten aan dat je behoefte hebt aan een luisterend oor, advies, steun, aandacht, warmte, tederheid, erkenning of waardering.
    En hoe geweldig een partner buiten jezelf ook is, hij of zij is lang niet altijd aanwezig of bereikbaar op zulke momenten.
    Word je zelf jouw ideale partner, dan kun je er op zulke momenten wel altijd voor jezelf zijn en jezelf geven wat je nodig hebt. Want je bent altijd en overal in je eigen gezelschap …
  3. Je raakt je ideale partner nooit kwijt!
    Zolang je een partner buiten jezelf hebt, ben je onbewust altijd bang om hem of haar kwijt te raken. Helemaal als dit je ideale partner is.
    Je partner kan op je uitgekeken raken, iemand anders tegenkomen, of weer op zichzelf gaan wonen. En ook al loopt de relatie op rolletjes, dan nog kan je partner eerder overlijden dan jij.
    Word je zelf jouw ideale partner, dan hoef je nooit meer bang te zijn dat deze dingen zullen gebeuren: je blijft bij jezelf zolang je leeft. En dat beseft geeft jou onbewust veel opluchting en rust …
  4. Je wordt nooit afhankelijk van je ideale partner!
    Van een partner buiten jezelf word je in een relatie afhankelijk, of je nou wil of niet. Je hebt die ander nodig, en zonder hem of haar word je leven een stuk minder leuk. Verdient je partner het meeste geld, woon je in zijn of haar huis, neemt hij of zij klusjes voor z’n rekening waar jij niet zo goed in bent, of is hij of zij je steun en toeverlaat, dan word je extra afhankelijk.
    Word je zelf jouw ideale partner, dan heb je daar nooit last van …
  5. Je hoeft jezelf nooit weg te cijferen voor je ideale partner!
    Een partner buiten jezelf is een ander iemand dan jij, en kan hele andere voorkeuren en afkeren hebben dan jij. Toch zul je om de relatie in stand te houden wel rekening met hem of haar moeten houden. Zeker als jullie samenwonen. En in de praktijk betekent dit dat jullie vaak compromissen sluiten: voor jullie beiden is het steeds geven en nemen.
    Word je zelf jouw ideale partner, dan zijn al die compromissen definitief verleden tijd. Zelfs al zit je op een bepaald moment in een tweestrijd met jezelf, dan nog maakt het niet uit wat je kiest: in beide gevallen vervul je een verlangen van jezelf, en cijfer jij jezelf dus niet weg …
  6.  

Door welke comfortbril kijk jij naar je (vrijgezellen)leven?

 

 
 
Zonder dat je het doorhebt kijk je elk moment van de dag met een bepaalde mentale bril naar jezelf, je omgeving en je (vrijgezellen)leven.
Bepaalde situaties wil je wel en keur je goed. En andere situaties wil je juist niet en keur je af.
Elke keer dat je deze bril opzet beoordeel je, oordeel je en veroordeel je. Ben je de ene keer tevreden en de andere keer weer ontevreden. En blijf je continu in je comfortzone zitten.
Hoe langer en hoe vaker je deze bril afzet, hoe meer je alles en iedereen kunt aanvaarden, en hoe meer innerlijke vrede, tevredenheid en keuzevrijheid je voelt.

Net als een bril die je bij de opticien kunt krijgen, heeft je mentale bril 2 brilleglazen. Door het rechterglas van je mentale bril heen zie je alle comfortabele kanten van een situatie. En door het linkerglas heen alle oncomfortabele kanten van een situatie. Door beide brilleglazen tegelijk zie je dus hoe comfortabel je een bepaalde situatie vindt.
Wat je precies met comfortabel bedoelt, hangt af van wat voor iemand je bent. Comfortabel kan voor jou zijn: veilig (bruin), plezierig (geel), succesvergrotend (rood), harmonieus / rustig (wit), krachtgevend / energiegevend (oranje), onafhankelijkheid bevorderend / redelijk (blauw), authentiek / intens (paars), juist / goed (groen) of toevoegend / bijdragend (roze).
De praktijk wijst uit dat we als mens alleen deze 9 varianten van “comfortabel” kennen. In totaal zijn er dus 9 soorten persoonlijke brillen, elk met hun eigen kleur.
Met bijvoorbeeld een rode bril op kijk je de hele dag door alleen of jijzelf en je omgeving jouw succes vergroten of verkleinen. En met een witte bril op kijk je de hele dag door alleen of jijzelf en je omgeving wel of niet voor rust en harmonie zorgen. Daarom noem ik deze mentale bril: jouw comfortbril.

Eén van de twee brilleglazen van je comfortbril is dun: je kunt er makkelijk doorheen kijken en dingen zien. Het andere brilleglas is dik: het kost je moeite om er doorheen te kijken en om dingen te zien.
Het kan zijn dat het rechterglas van je comfortbril dun is: dat je het altijd makkelijker vindt om comfortabele kanten van een situatie onder ogen te zien dan oncomfortabele kanten.
Maar dat hoeft niet: als je eerder verschillen ziet dan overeenkomsten, eerder risico’s dan kansen, en eerder wat er ontbreekt dan wat er wel is, dan zie je ook eerder wat je oncomfortabel vindt dan wat je comfortabel vindt. En in dat geval is het linkerglas van je comfortbril dun.

Je zou verwachten dat je in de ene situatie de ene kleur comfortbril opzet (bijvoorbeeld een blauwe bril om te zien hoeveel iets of iemand je onafhankelijkheid bevordert) en in een andere situatie weer een andere kleur comfortbril (bijvoorbeeld een roze bril om te zien hoeveel iets of iemand toevoegt/bijdraagt aan het leven van anderen).
Maar in de praktijk blijkt opvallend genoeg dat we ons hele leven lang dezelfde mentale bril blijven dragen. Dat we vanaf onze geboorte aan dezelfde comfortbril gehecht blijven.
Met het woord “comfortabel” bedoel je onbewust altijd slechts 1 van de 9 varianten (bijvoorbeeld “plezierig”). Deze variant is het allerbelangrijkst voor jou en dat blijft zo. Maar in de loop van je leven kun je wel andere varianten steeds meer gaan waarderen, en dus steeds comfortabeler gaan vinden (zoals “harmonieus / rustig”).
In de loop van de tijd kunnen er dus wel stippen met andere kleuren op je comfortbril verschijnen, maar de hoofdkleur van je bril blijft altijd hetzelfde.

In het montuur van je comfortbril zitten alle meningen en oordelen verstopt die je over alles en iedereen hebt.
Hoe meer meningen en oordelen je hebt over jezelf, je omgeving en je leven, hoe zwaarder je montuur, en dus ook je bril, aanvoelt. Je kunt je dan gaan storen en ergeren aan de manier waarop je tegen alles en iedereen aankijkt.
Hoe minder meningen en oordelen je hebt over jezelf, je omgeving en je leven, hoe lichter je montuur aanvoelt. Door open te leren staan voor alle ervaringen, en in de loop van de tijd al je meningen en oordelen te neutraliseren, blijft er steeds minder van je montuur over. Tot je montuur verkruimelt en uit elkaar valt, en je comfortbril van je neus afglijdt. Vanaf dat moment ben je bevrijd van je comfortbril en zie je elke situatie zoals die werkelijk is. Zonder ‘m nog door je eigen comfortbril te laten filteren, kleuren en vertekenen …

 

Als vrijgezel ken je jezelf maar voor 5 procent

 

 
 
Als vrijgezel heb je al behoorlijk wat levenservaringen achter de rug. En hoe meer levenservaringen je opdoet, hoe beter je jezelf leert kennen. Je kent jezelf inmiddels dan ook al behoorlijk goed. Toch?
Nou, om eerlijk te zijn: Nee.
Alles wat je al van jezelf weet, is ongeveer 5 procent van alles wat er over jezelf te weten valt. En alles wat je in de toekomst nog over jezelf te weten gaat komen valt waarschijnlijk ook nog steeds binnen diezelfde 5 procent.

Ga maar na. Weet jij:

  • Waarom en wanneer je verliefd wordt op mensen?
  • Waarom je de emoties voelt die je voelt?
  • Waarom je de meningen en overtuigingen hebt die je hebt, en waar ze vandaan komen?
  • Waarom je doet wat je doet, en waarom op die manier?
  • Waarom je zegt wat je zegt, en waarom op die manier?
  • Waarom je nalaat wat je nalaat?
  • Waarom je regelmatig in dezelfde soort reacties terecht komt?
  • Waarom je in situaties vaak op dezelfde soort manier reageert?
  • Waarom je het karakter hebt dat je hebt?.
  • Waarom je nieuwe voornemens vaak niet van de grond komen?
  • Waarom je bij nieuwe stappen in je ontwikkeling regelmatig weer terugvalt?
  • Wat je allergrootste behoefte is?
  • Wat je allergrootste angst?
  • Wat je allergrootste passie is?
  • Wat je levensdoel is?

Terwijl er altijd een heel duidelijke reden is waarom je bent wat je bent, doet wat je doet, nalaat wat je nalaat, denkt wat je denkt, voelt wat je voelt, vindt wat je vindt, verlangt wat je verlangt, en haat wat je haat. En diep van binnen ken je die reden heel goed.
Dat klinkt misschien als een tegenspraak: eerst zeg ik dat je maar 5 procent van jezelf kent, en dan dat je diep van binnen precies weet hoe je in elkaar zit. Maar dat is het niet.
Je kunt jezelf namelijk op elk moment van de dag haarfijn beschrijven alsof je jezelf van buiten ziet en hoort: hoe je eruit ziet, wat je aan hebt, wat je doet, wat je zegt en wat je nalaat. En door naar binnen te kijken, lukt het ook nog wel om een beetje aan te geven hoe jij je voelt, wat je wil en wat je vindt. Je bent je dus goed bewust van je gedrag. En in dat opzicht ken je jezelf goed.
Tegelijkertijd ben je onbewust altijd heel berekenend bezig: bij alles wat je doet en ervaart, controleer je of het je dichter bij je verleiding (je allergrootste behoefte) brengt, of verder weg bij je vermijding (je allergrootste angst). En onbewust laat je alleen die dingen gebeuren die jou zoveel mogelijk van je verleiding en zo min mogelijk van je vermijding opleveren. Tot verliefd worden aan toe. Omdat dit voortdurende proces achter de schermen gebeurt (net als de aansturing van je lichaam) ben jij je er niet van bewust. En door je te verdiepen in dit onbewuste proces, gaat er een hele nieuwe wereld voor je open: je ontdekt waarom je bent zoals je bent, en waarom je leeft zoals je leeft. En dat is de 95 procent zelfkennis en zelfinzicht waar jij je op dit moment nog niet of nauwelijks bewust van bent.

Die ontbrekende 95 procent zelfkennis en zelfinzicht ligt als een volledig nieuw vakantiegebied op je te wachten. En het is helemaal aan jou of en wanneer je deze reis naar jezelf wil gaan maken.
Als vrijgezel zit je in een bevoorrechte positie. Je vrijgezellenleven is namelijk de meest ideale periode in je leven om deze reis te ondernemen.
Zodra je een relatie hebt, houd je grofweg nog maar een derde van je tijd over voor jezelf: een derde van je tijd besteed je aan je partner, en een derde aan het in stand houden en verbeteren van jullie gezamenlijke relatie. En bij eventuele kinderen blijft er van die tijd voor jezelf nog maar een fractie over.
Kies je ervoor om deze vakantiereis in je binnenwereld aan te gaan, dan levert jou dat een flinke dosis zelfkennis en zelfinzicht op. Daardoor weet je wat je aan jezelf hebt, en waar je met jezelf aan toe bent. Je gaat jezelf vertrouwen. Ook krijg je begrip voor jezelf, en ga je jezelf accepteren zoals je bent. In je eigen gezelschap zijn wordt dan een feest. En daar heb je niet alleen profijt van in je vrijgezellenleven, maar ook in een eventuele nieuwe relatie …

 

Je boosheid is een onbewust signaal dat je meer invloed in je (vrijgezellen)leven wil

 

 
 
Boosheid is een emotie die in je omgeving meestal niet zo erg gewaardeerd wordt: als je bijvoorbeeld boos uitvalt naar je leidinggevende, partner, huisbaas of een winkelmedewerker dan maak je in je eigen ogen waarschijnlijk meer kapot dan je lief is.
Toch is boosheid een heel belangrijk signaal uit je binnenwereld: op de momenten dat je boos bent vind je onbewust dat je te weinig invloed hebt op jezelf, op je buitenwereld, of op jezelf én je buitenwereld.
Je wordt in je eigen ogen dan teveel beïnvloed door mensen, dingen of omstandigheden buiten je. Of door beperkingen en tekortkomingen van jezelf. Met als gevolg dat jij je kwetsbaar, onmachtig, machteloos of zelfs een slachtoffer voelt.

Je hebt te weinig invloed op jezelf (te weinig controle over jezelf). En bent er daardoor van overtuigd zijn dat je teveel beïnvloed wordt door je eigen fouten: dat je te vaak verkeerde dingen doet en dingen verkeerd doet, en daar last van hebt.
Of je vindt dat je door bemoeienis of veranderingen in je buitenwereld niet meer zelfstandig, zelfredzaam, onafhankelijk, vrij, jezelf, loyaal aan jezelf of succesvol kunt zijn.
Het kan ook zijn dat de sfeer of de reacties in jouw buitenwereld altijd bepalen hoe jij je voelt. En zodra iemand in jouw ogen de sfeer verpest of verkeerd reageert, vind je dat hij of zij niet alleen onrust in jouw buitenwereld veroorzaakt maar ook nog eens onrust in jouw binnenwereld.

Onbewust maken deze dingen je boos.
En als reactie daarop probeer je onbewust nog meer controle over jezelf en/of je omgeving te krijgen.
Door nog strenger naar jezelf te worden.
Door je omgeving nog duidelijker te maken dat er niet met je te sollen valt, en dat jij je door niets en niemand tegen laat houden.
Door nog meer het goede voorbeeld te geven, in de hoop dat anderen je voorbeeld zullen volgen.
Of door heel subtiel de dingen nog meer naar je hand te zetten.

Je boosheid is een onbewuste noodkreet naar jezelf toe: “Ik word nu teveel beïnvloed en wil meer invloed hebben!”.
Onderdruk of negeer je die boosheid, dan onderdruk of negeer je een belangrijke behoefte van jezelf.
Dat wil niet zeggen dat je dan maar in woede moet uitbarsten. Dat je een heel offensief moet starten om jezelf en/of je omgeving alsnog naar je pijpen te laten dansen. Of dat jij je buitenwereld op een andere manier moet opzadelen met je eigen boosheid. Want op die manier kun je inderdaad meer kapot maken dan je lief is.
Het is genoeg om in je binnenwereld je boosheid aan jezelf toe te geven. En om deze boosheid serieus te nemen en er met jezelf over te praten.
Je boosheid is namelijk een onvervulde behoefte in je binnenwereld en niet in je buitenwereld. En een gevolg van je eigen norm in je eigen binnenwereld over jezelf of je buitenwereld. Hoe eerder je iets met je boosheid doet, hoe minder die boosheid opkropt, opstapelt en tot ontploffing kan komen.
Met andere woorden: Doe lief tegen jezelf, als er in jouw ogen iets kapot is aan jou of je buitenwereld …

 

Je hebt slechts 1 angst in je (vrijgezellen)leven

 

 
 
In totaal zijn er maar 9 basisangsten waar je in je vrijgezellenleven en liefdesleven tegenaan kunt lopen:

  1. Onzekerheid (over wat er in de toekomst gaat gebeuren en hoe je daarmee het beste om kan gaan)
  2. Falen (je doelen niet bereiken, imagoschade oplopen, dingen zien mislukken)
  3. Pijn (zwaarte, beperking, verveling, lichamelijke pijn, emotionele pijn)
  4. Conflicten (ruzie, onderlinge verschillen, mensen of dingen die te belangrijk gemaakt worden)
  5. Kwetsbaarheid (tegen je zin in beïnvloed worden, gekwetst worden, benadeeld/misbruikt/bedrogen worden)
  6. Afhankelijkheid (te emotioneel gehecht zijn aan iets of iemand, niet zonder iets of iemand kunnen, verslaafd aan iets of iemand zijn, meegesleept worden door je emoties)
  7. Alledaagsheid (onzichtbaar zijn, niet opvallen, opgaan in de massa of in het geheel, een grijze muis zijn, een kuddedier zijn)
  8. Imperfectie (fouten maken, het onjuiste doen, doen wat niet hoort)
  9. Behoeftigheid (hulp/steun/ondersteuning van anderen nodig hebben, het niet alleen kunnen doen, jezelf niet in je eentje kunnen redden)

Je zou dan ook verwachten dat je regelmatig tegen al deze angsten aanloopt. En dat je al deze angsten zult moeten leren overwinnen om echt gelukkig te zijn.
Maar ik kan je geruststellen: van slechts 1 van deze 9 angsten heb je in je leven last.
Elke keer dat je iemand niet mag, iets niet wil, ergens tegenop ziet, weerstand voelt, ergens mee wil stoppen, ergens boos of verdrietig over bent, je tegen iets of iemand verzet, iets weigert, iets uitstelt, stress hebt, bezorgd bent, ongerust bent, twijfelt, zenuwachtig bent, frustraties voelt, van streek bent, in paniek raakt, wanhoop voelt, of depressief bent, loop je tegen een en dezelfde angst aan: jouw vermijding.
Je vermijding is de basisangst die voor jou het allergrootst is: datgene wat je nooit en te nimmer wil ervaren.
Zodra je ontdekt wat jouw vermijding is, weet je altijd waar je angst, twijfel, weerstand, antipathie en tegenzin vandaan komt, in welke situatie dan ook. En vanaf dat moment hoef je in je leven nog slechts met 1 angst om te leren gaan. Of je nou vrijgezel bent, of weer een relatie hebt. En dat maakt je leven een stuk eenvoudiger.
Meer over je vermijding wordt uitgelegd in blog Door de vervulling van jouw basisbehoefte zit je in een vicieuze cirkel. En blog 5 stappen om met moeilijke momenten om te gaan kan jou wellicht helpen om met die ene angst om te gaan …

 

Hoe je onprettige emoties op een prettige manier kunt toelaten

 

 
 
Als vrijgezel krijg je eens in de zoveel tijd slecht nieuws voor je kiezen.
Nieuws dat meteen onprettige emoties in je losmaakt zodra je het hoort: verdriet, teleurstelling, woede, machteloosheid, verbijstering of iets anders.
En die losgemaakte emoties kunnen zo sterk zijn, dat negeren niet meer helpt. Er blijft dan niets anders meer over dan ze serieus te nemen en toe te laten.
Zo’n moment had ik afgelopen donderdag. Toen hoorde ik na een drukke werkdag dat een dierbaar iemand met spoed opgenomen was in het ziekenhuis.

Op het toelaten van onprettige emoties zit jij waarschijnlijk net als ik niet echt te wachten.
Maar dat je die emoties onprettig vindt, betekent niet automatisch dat het toelaten ervan ook onprettig hoeft te zijn.
Zoals ik de afgelopen dagen zelf nog eens extra merkte.

Als je dan toch ergens je onprettige emoties toe gaat laten, dan kun je dat net zo goed doen op een plek waar jij je prettig en op je gemak voelt. En waar je door niemand gestoord kan worden.
Voor mij is dat meestal mijn gezellige woonkamer, met de luxaflex dicht en mijn mobieltje uit of op stil.
Kijk zodra je een fijne plek hebt gevonden, wat jou verder kan helpen om het toelaten van je emoties prettiger te maken. Zet bijvoorbeeld een bijpassend muziekje op, steek een kaars of wierookstokje aan, pak iets lekkers uit je (koel)kast (zoals een zak chips of een pak koekjes), of ga gezellig bij je huisdier zitten (als je geen woede voelt).
Je mag jezelf namelijk best weleens belonen dat je bereid bent om je onprettige emoties toe te laten!
En laat dan je emoties maar komen …