Jouw 9 Ikken bepalen hoeveel innerlijke vrede en hoeveel bevrediging je voelt

 

 
 
In jouw binnenwereld zitten 9 verschillende Ikken verscholen:

  1. Jouw Perfectionistische Ik:
    Deze Ik wil jou en je omgeving zo volmaakt mogelijk maken.
    Ze heeft dan ook een oordeel over alles en iedereen, inclusief over jouzelf.
    Hij/zij bepaalt wat goed of fout is, en wat wel of niet hoort.
  2. Jouw Behulpzame Ik:
    Deze Ik vindt dat het egoïstisch is om tijd en ruimte voor jezelf te nemen, en dat je dag en nacht moet klaarstaan voor anderen.
  3. Jouw Presterende Ik:
    Deze Ik wil zoveel mogelijk dingen afronden (vinkjes zetten) in zo min mogelijk tijd.
  4. Jouw Gevoelige Ik:
    Deze Ik vindt dat je altijd vanuit je gevoel moet leven en echt jezelf moet zijn.
  5. Jouw Verstandige Ik:
    Deze Ik kijkt objectief naar alles en iedereen, en dus ook naar jouzelf.
    Hij/zij beredeneert wat er feitelijk aan de hand is en wat het verstandigst is om te doen.
  6. Jouw Beschermende Ik:
    Deze Ik kijkt hoe je zo veilig mogelijk de dag door kunt komen.
    Hij/zij probeert altijd te voorzien wat er precies gaat gebeuren en zich daarop voor te bereiden.
  7. Jouw Genietende Ik:
    Deze Ik wil het liefst de hele dag door leuke dingen doen en heeft een hekel aan verplichtingen.
  8. Jouw Krachtige Ik:
    Deze Ik vindt dat je alles zelf moet doen, en dat jij je daarbij door niets en niemand moet laten tegenhouden.
  9. Jouw Harmonieuze Ik:
    Deze Ik wil geen conflicten in de buitenwereld én geen conflicten in zichzelf.

 

Innerlijke vrede

Op elk moment van de dag heeft één van die Ikken jouw voorkeur, afhankelijk van de situatie. Zo kun je jezelf op je werk bijvoorbeeld vereenzelvigen met je Beschermende Ik: “Ik moet me nu inzetten voor mijn klanten, leidinggevenden en collega’s, want anders kan ik ontslagen worden”.
Je ziet jezelf dan als die ene Ik, en geeft je 8 andere Ikken weinig of geen aandacht en ruimte. Zo kun je dan bijvoorbeeld je Genietende Ik of je Gevoelige Ik in bedwang gaan houden: “Ik kan toch niet de hele dag Internetten op mijn werk, of boos uitvallen tegen mijn leidinggevende!”.
Zitten die andere 8 Ikken op dezelfde lijn als je LievelingsIk, dan voel je innerlijke vrede. Schikken je Genietende Ik en je Gevoelige Ik er zich bijvoorbeeld in dat je na je werk weer alle tijd hebt om lekker te genieten en vanuit je gevoel te leven, dan zullen ze zich koest houden op je werk.
Kan minimaal één van die 8 andere Ikken zich niet vinden in de dingen die je wilt gaan doen met je LievelingsIk, dan voel je een innerlijk conflict. Zo kan je Genietende Ik bijvoorbeeld steeds op je werk gaan dagdromen over die leuke reis die je wilt gaan maken, of over die leuke vrouw of man. En dat komt je werk niet echt ten goede, en is in de ogen van je Beschermende Ik een bedreiging voor je baan.

 

Bevrediging

Zolang je jezelf ziet als je LievelingsIk en minder aandacht geeft aan je 8 andere Ikken, zul je vooral de verlangens van je LievelingsIk gaan vervullen: bijvoorbeeld het verlangen van je Beschermende Ik om te overleven op je werk, en om je werk zo goed mogelijk te doen. De verlangens van je andere 8 Ikken kun je dan onbedoeld negeren, zoals de verlangens van je Genietende Ik en je Gevoelige Ik op je werk.
Met als gevolg dat je minder bevrediging voelt dan je graag zou willen voelen en dat je minder bevrediging voelt dan je zou kunnen voelen. Met andere woorden, je doet jezelf dan tekort.
Dankzij deze 9 Ikken hoef jij je trouwens nooit meer eenzaam te voelen: je hebt maar liefst 9 verschillende persoonlijkheden in jezelf zitten, die je stuk voor stuk kunt gaan ontdekken en leren kennen. Net alsof je 9 verschillende partners hebt 😉

 

Samenvatting

Hoe meer jouw 9 Ikken op een en dezelfde lijn zitten, hoe meer innerlijke vrede je hebt.
En hoe meer rekening je houdt met de verlangens van al jouw 9 Ikken, hoe meer bevrediging je voelt …
 

Alles stap voor stap doen in het hier-en-nu of altijd vijf stappen vooruit denken?

 

 
 
Altijd vijf stappen vooruit denken kan heel efficïent en effectief zijn.
En het geeft je een stuk helderheid wat je kunt verwachten en wat je precies gaat doen.
Maar alles heel strak vijf stappen vooruit plannen kan ook tot gevolg hebben dat je niet meer openstaat voor nieuwe mogelijkheden en voor onverwachte kansen om je doel te bereiken. Met andere woorden, dat je dan meer met je aandacht bent bij je ideaalbeeld en de toekomst dan bij je hier-en-nu.
En het is al moeilijk om jezelf onder controle te houden, laat staan je buitenwereld. Want plannen gebeurt onbewust vaak uit een stukje onzekerheid, en helpt dan om overzicht en grip te krijgen op het onbekende en om onaangename verrassingen te voorkomen. De kans is dan ook groot dat dingen toch weer heel anders gaan lopen dan je tijdens het plannen had gedacht en verwacht. Kijk maar eens hoe vaak iets van begin tot eind helemaal precies zo gegaan is als je had gedacht en verwacht. Wat vervolgens allerlei frustraties oplevert en jou stimuleert om nog eerder, nog meer en nog gedetailleerder te plannen.

Pas als je één stap gezet hebt, wordt in de praktijk vaak de volgende handige stap zichtbaar. Het lijkt dan ook geen zin te hebben om altijd vijf stappen vooruit te willen kijken.
Maar doe je alles altijd stapje voor stapje, dan loop je het risico dat je nauwelijks of geen aandacht besteed aan de gevolgen en consequenties. Met andere woorden, dat je teveel in het hier-en-nu bent en te weinig oog hebt voor de toekomst. Waardoor je bij de volgende stappen onnodige problemen, gevaren en bedreigingen kunt tegenkomen.
Als je bijvoorbeeld in het hier-en-nu besluit om nu op reis te gaan, zonder te kijken op welke vliegvelden je welke vluchten kunt nemen en in welke vakantieplaatsen je kunt overnachten, dan kom je ook niet zo ver.
Ook kan het dan gebeuren dat je teveel bezig bent met je verlangens op de korte termijn, en uit het oog verliest wat je graag op lange termijn zou willen bereiken.

Mijn advies is dan ook:
Kijk in het hier-en-nu wat je graag wil doen (wat je doel is), en wat je eerste stap gaat worden. In mijn voorbeeld hierboven is bijvoorbeeld “op reis gaan” het doel en “reisgidsen bekijken” de eerste stap. En dingen die je in je persoonlijke leven graag wil bereiken kun je eveneens als een reis zien.
Kijk tegelijkertijd ook even globaal vijf stappen vooruit. Bij op reis gaan bijvoorbeeld: een bestemming zoeken, overnachtingsplekken bekijken, een vlucht boeken, je koffer inpakken, en op tijd naar het vliegveld vertrekken. Zodat je wel het totaaloverzicht hebt wat er verder in grote lijnen nog bij komt kijken. Dit geldt zowel bij grote dingen (een huis kopen of een relatie aangaan) of kleine dingen (je huishouden doen).

Zie die vijf stappen als een richtlijn en niet als iets wat koste wat het kost moet gebeuren. Dat voorkomt later veel onnodige frustraties bij tegenvallers en onverwachte gebeurtenissen.
Laat vervolgens die 5 stappen vooruit in je hoofd los. En zet dan in het hier-en-nu steeds één stap die op dat moment voor je gevoel nodig is en waar jij je goed bij voelt. Je zult dan gaan merken dat je steeds meer in een flow terechtkomt, en dat dingen steeds makkelijker gaan lopen. De mensen en dingen die je nodig hebt om je doel te bereiken, lijken dan automatisch op je pad te verschijnen.
Voordat je er erg in hebt, merk je dan op een gegeven moment ineens dat je jouw doel al bereikt hebt. En dat de weg ernaar toe jou ook nog eens veel energie en voldoening heeft gegeven …

 

Hoe je onbewust mensen blijft aantrekken met wie je bewust niets te maken wil hebben

 

 
 
Loop jij in je relaties of in je werk regelmatig tegen dezelfde soort mensen aan? Tegen mensen die je relaties, je werk of zelfs je leven lijken te vergallen? Bijvoorbeeld narcistische, dominante, egoïstische, starre, gesloten, agressieve, onvoorspelbare, saaie, arrogante, betweterige, betuttelende, afstandelijke, te kritische, denigrerende, te verstandelijke of te emotionele mensen?

Dan zit er vrijwel zeker in je binnenwereld een bepaald gevoel, een bepaalde gedachte of een bepaalde eigenschap waardoor je dit soort mensen onbewust maar blijft aantrekken.
Hoe verschrikkelijk je het bewust ook vindt om met dat soort mensen in aanraking te komen.

Je kunt er bijvoorbeeld onbewust van overtuigd zijn dat alle mannen/vrouwen/mensen onbetrouwbaar zijn, tekort schieten of het slecht met je voor hebben. Doordat je daar zo rotsvast van overtuigd bent, vind je het onbewust zinloos om op zoek te gaan naar mensen die anders zijn. Want die mensen bestaan in jouw beleving niet, of in ieder geval niet in je directe omgeving. En dus wordt die beperkende gedachte een zelf vervullende profetie.

Het kan ook zijn dat je onbewust erg bang bent om een bepaald soort mannen/vrouwen/mensen tegen te komen. Je ziet door die angstgevoelens dan ook regelmatig in je hoofd dat soort mensen voor je en hoe ze je leven zouden kunnen ruïneren. Als het tegenzit neem je zelfs alle mogelijke ontmoetingsscenario’s door en hoe je daarin zou kunnen reageren.
Alles waar je veel aandacht aan geeft, maak je groter en trek je aan. Denk je veel aan kansen en mogelijkheden, dan trek je die aan. Denk je veel aan risico’s, gevaren en bedreigingen, dan trek je die aan.

Een andere mogelijkheid is dat je onbewust twijfels hebt of een relatie of een baan wel echt iets voor je is. En zolang dat gevoel van twijfel blijft, zul je partners of leidinggevenden blijven aantrekken die onbewust ook twijfelen of jij wel de juiste partner of werknemer voor hen bent.

Wat ook kan is dat mensen aan wie jij je erg irriteert, en met wie je absoluut niets te maken wilt hebben, jou onbewust aan een irritante eigenschap van jezelf doen herinneren.
Ze hebben dan een ver doorgeschoten variant van een karaktereigenschap van jezelf die je niet accepteert.

Ook is het mogelijk dat je in je jeugd onbewust en (in)direct de strijd met je ouders bent aangegaan en ervan overtuigd bent dat je toen het onderspit gedolven hebt.
Je kunt door die gedachte dan onbewust mensen blijven aantrekken die iets weg hebben van (een van) je ouders.
Zodat je die strijd nog eens dunnetjes over kunt doen, en er dit keer hopelijk wel als winnaar uit kunt komen.

Zodra je weet welk gevoel, welke gedachte of welke eigenschap jou in de weg staat, kun je zo met dat gevoel, die gedachte of die eigenschap om leren gaan dat je onbewust weer andere soorten mensen gaat aantrekken.
Blijf je in plaats daarvan geloven dat het puur toeval is dat je zulk soort mensen blijft tegenkomen, en besteed je dan ook geen aandacht aan je eigen binnenwereld, dan blijf je hen de rest van je leven tegenkomen. Met alle vervelende gevolgen van dien.

Om er achter te komen welk gevoel, welke gedachte of welke eigenschap ervoor zorgt dat je iemand aantrekt die je niet wil aantrekken, is het nodig om de dialoog met jezelf aan te gaan.
Ga voor jezelf eens alle bovengenoemde mogelijkheden bij langs en spreek met jezelf door welke daarvan spelen.
Heb jij zulke overtuigingen, angsten, twijfels, karaktereigenschappen (in een lichtere vorm) of jeugdervaringen?
En overleg dan met jezelf hoe je die overtuigingen kunt bijstellen (verdieping 4), die angsten kunt loslaten (verdieping 4), die twijfels kunt loslaten (verdieping 3), die karaktereigenschappen kunt accepteren (verdieping 6) en/of hoe je die jeugdervaringen kunt verwerken (verdieping 3).

 

Hoe je onbewust je lichaam zo blokkeert dat je nog maar weinig energie overhoudt

 

 
Als persoon heb jij allerlei behoeftes. Maar als lichaam mag je die van jezelf niet allemaal bevredigen.
Je lichaam mag van jou bepaalde dingen niet doen en niet zeggen, om bepaalde risico’s (bijvoorbeeld op falen of afwijzing) te voorkomen.
En je lichaam moet van jou bepaalde dingen doen en zeggen om jezelf te verdedigen tegen oncomfortabele gebeurtenissen (bijvoorbeeld zich beheersen, zich aanpassen, zich verontschuldigen of zich terugtrekken).

Onbewust blokkeer je jouw lichaam dan ook met allerlei geboden (“Je moet …”) en verboden (“Je mag niet”).
En het kost jou zonder dat je het doorhebt veel energie om de hele dag door je lichaam tegen te houden en tot dingen te dwingen. Energie die je niet meer kunt stoppen in je dagelijkse leven. Waardoor het kan lijken alsof je elke dag te weinig energie hebt om je zelfstandig te kunnen redden.
Door allerlei gebeurtenissen te vermijden en af te weren, blijft bovendien een (groot) deel van jouw leven ongeleefd: je doet geen dingen meer waarbij de kans op risico’s te groot is of waarbij het nodig is om (een beetje) uit je comfortzone te stappen. Daardoor bevredig jij je behoeftes slechts gedeeltelijk, of ontzeg jij je zelfs bepaalde behoeftes. Met als gevolg dat je minder dingen doet die jou energie geven en dat je minder levenslust hebt.

Op de eerste verdieping van je vrijgezellenleven mag jouw lichaam alleen dingen doen die geen risico voor je overleving zijn, of waarbij jij je op alle mogelijke scenario’s voorbereid hebt.
Je houdt je lichaam steeds tegen, en trekt jezelf uit angst of onzekerheid het liefst terug in je binnenwereld. Het kost je dan al veel energie om je op je lichaam en buitenwereld te concentreren. En nog meer energie om je continu voor te bereiden op alles wat er mis kan gaan.
Of je dwingt je lichaam om zo hard te werken om te overleven, dat je jezelf opoffert en jezelf alle pleziertjes ontzegt. Je lichaam raakt uitgeput en na verloop van tijd ligt een burn-out op de loer.

Op de tweede verdieping mag jouw lichaam alleen aangename dingen doen. Ook moet jouw lichaam stoppen met dingen zodra ze onaangenaam worden of aan de lopende band leuke dingen doen.
Je krijgt in eerste instantie veel energie van de leuke dingen die je doet. Maar je gejaagdheid, je ongeduld, je opgekropte pijn, je genegeerde verplichtingen en je uit de hand gelopen problemen vergen vervolgens alsnog veel energie.

Op de derde verdieping mag jouw lichaam zich bepaalde gebeurtenissen uit het verleden niet meer herinneren, en het onderdrukken van die herinneringen kost jou ongemerkt de hele dag door veel energie.
Je lichaam moet de behoeftes van andere mensen vervullen. Zodat er niet of nauwelijks meer energie overblijft voor de vervulling van je eigen behoeftes. En op den duur geef je jezelf leeg.
Of je lichaam moet van jou aan de lopende band doelen bereiken. Op den duur wordt je daardoor bekaf en brand je op.

Op de vierde verdieping van je vrijgezellenleven mag jouw lichaam geen dingen doen waar jij een negatief oordeel over hebt. En dwing jij je lichaam continu om aan je normen te voldoen. Je wordt steeds zo geleefd door je oordelen en normen dat er nog nauwelijks dingen overblijven waar je energie van krijgt.
Of je vindt alles best en maakt alles even onbelangrijk. Waardoor er niets meer overblijft waar je voor wil gaan en wat jou energie geeft.

Op de vijfde verdieping mag jouw lichaam geen dingen doen of zeggen die onrust en conflicten in je buitenwereld kunnen oproepen. Je houdt je lichaam steeds tegen en wordt op den duur futloos.
Of je lichaam mag zich van jou door niets en niemand meer laten tegenhouden. Je overschat je draagkracht en laat je lichaam over haar grenzen gaan. Waardoor je op den duur ziek kunt worden, blessures kan krijgen of opgebrand kan raken. Ook creëer je dan vaak weinig draagvlak in je omgeving, zodat je veel energie kwijt bent aan de weerstand en emoties van andere mensen.

En op de zevende verdieping moet je lichaam te vaak iemand anders helpen, waardoor je uitgeput raakt en jezelf op den duur leeg geeft.
Of je lichaam mag van jou geen andere mensen om hulp vragen. Je lichaam werkt zich vervolgens extra uit de naad om het dan maar op eigen kracht te proberen en gaat daarbij steeds meer over z’n eigen grenzen.
 

Hoe open sta jij voor contact en nabijheid?

 

 
 
Zodra je iemand voor de eerste keer ontmoet, heb je geen idee hoe het contact gaat verlopen en hoe goed het gaat klikken.
Zo’n eerste contact is onbewust dan ook best wel spannend: je voelt je wat nerveus, kijkt eerst de kat uit de boom, en begint dan voorzichtig en aarzelend dingen over jezelf te vertellen.

Als je open staat voor andere mensen, dan word je steeds nieuwsgieriger naar de persoon tegenover je. En ook al weet je nog niet zeker of het een comfortabel of een oncomfortabel gesprek gaat worden, je geeft je gesprekspartner wel een kans.
In de loop van het gesprek gaat je nieuwsgierigheid het dan ook meer en meer winnen van je terughoudendheid. En al gauw loopt het gesprek van jouw kant steeds makkelijker, soepeler en ongedwongener.

In plaats van openheid kun je ook wantrouwen voelen naar andere mensen toe. Je verwacht dat andere mensen je vroeg of laat vanzelf wel een keer pijn gaan doen, jou zullen teleurstellen of je iets zullen flikken. En dus zie je jouw gesprekspartner meteen al als een potentiële bedreiging. Voordat jullie ook nog maar één woord hebben gewisseld.
Het vooruitzicht dat dit gesprek weleens uit zou kunnen gaan lopen op pijn, teleurstelling of gekwetstheid, en je groeiende onzekerheid wanneer en hoe dit gaat gebeuren, maken het gesprek steeds onbehaaglijker. En als je er bij voorbaat al vanuit gaat dat iemand hoogstwaarschijnlijk niet te vertrouwen is en maar lang genoeg kijkt, dan zie en hoor je steeds meer dingen bij de ander die dit lijken te bevestigen.
Om uit te testen hoe betrouwbaar je gesprekspartner is, stel je steeds meer kritische vragen en misschien zelfs strikvragen. Ook weeg je in je hoofd meer en meer af wat je wel en niet moet zeggen, wat er mis kan gaan als je iets zegt, en hoe je met zo min mogelijk risico’s iets kan zeggen.
Het gesprek vreet dan ook steeds meer energie en maakt je steeds vermoeider. Ook gaat je gesprekspartner steeds minder vriendelijk kijken, omdat hij of zij continu jouw kritische, wantrouwende en afstandelijke blik op zich gericht ziet. Wat jij op jouw beurt weer kunt gaan vertalen als een signaal dat de ander jou niet mag of kwaad in de zin heeft.
Met als gevolg dat het gesprek steeds stroever en moeizamer verloopt.
Het duurt dan ook niet lang voordat je het gesprek abrupt beëindigt en weggaat, in je hoofd gaat zitten en afwezig bent in het gesprek, of in de tegenaanval gaat. En als de ander voortijdig het gesprek beëindigt (bijvoorbeeld om een andere afspraak na te komen), dan vat je dat persoonlijk op en zie je dat als een afwijzing, een gebrek aan interesse of als een teken van onbetrouwbaarheid.

Jouw wantrouwen (je angst voor andere mensen én onbewust ook voor jezelf) is één van de angsten die je op de 4e verdieping van je vrijgezellenleven gaat loslaten om je voor alles en iedereen open te leren stellen.
En je wantrouwen loslaten helpt je om jezelf op de 5e verdieping te laten zien en te laten horen zoals je bent.
 

Hoe je uit pijn jezelf terugtrekt en eenzaam wordt

 

 
 
Op elke ervaring die je opdoet in je buitenwereld of binnenwereld plak je zonder dat je het doorhebt en sneller dan snel een etiket: “Comfortabel” of “Oncomfortabel”.
Alle ervaringen die je op een bepaald moment oncomfortabel vond probeer je de volgende keren zoveel mogelijk te voorkomen en daar heb je zo je manieren voor. Lukt het voorkomen niet, dan voel je pijn. En onbewust heb je tot je geruststelling een favoriete manier gevonden om die pijn weer zo snel mogelijk af te weren: zoals je pijn onderdrukken, ontkennen, goedpraten of onbelangrijk maken.

Er kunnen periodes in je leven zijn (bijvoorbeeld je jeugd of een onprettige relatie) waarin het steeds maar niet lukt om al die oncomfortabele ervaringen te voorkomen en af te weren. En waarin je dan ook veel pijn voelt door de bedreigingen, schokken of aanhoudende kritiek waar je tegen je zin mee geconfronteerd wordt.

Duurt zo’n pijnlijke periode langer dan je aankunt, dan ga je jezelf automatisch terugtrekken.
Eerst uit je buitenwereld, waar al die risico’s, gevaren en bedreigingen elk moment van de dag op kunnen doemen. Je blijft dan zoveel mogelijk binnenshuis, en doet daar zoveel mogelijk comfortabele dingen met je lichaam en geest.
En later uit je lichaam, als je lichaam vaak is bekritiseerd (door anderen of jezelf), mishandeld of misbruikt. Of als je lichaam ernstig ziek, gewond of gehandicapt is geraakt. Ook als je thuis bent sla je dan nog maar weinig acht op je lichaam, en zie je jouw lichaam als een last, een onding of een noodzakelijk kwaad.

Als je het liefst geen aandacht meer wil besteden aan die gevaarlijke buitenwereld en aan je o zo kwetsbare lichaam, dan kun je jezelf alleen nog terugtrekken in je gevoel of in je verstand.
Het kan zijn dat je zoveel mogelijk vanuit je gevoel wil blijven leven, en dat je zowel comfortabele gevoelens als oncomfortabele gevoelens blijft doorvoelen om je echtheid zoveel mogelijk intact te houden en te beschermen.
Maar de kans is groot dat je jezelf terugtrekt in je hoofd: in je fantasiewereld of in je gedachtenwereld. Zodra je de kans hebt fantaseer je dat je een comfortabel heden hebt of over comfortabele dingen in de toekomst. Of je spendeert zoveel mogelijk tijd aan het uitdenken en overdenken van dingen.

Je verstand of je gevoel wordt voortaan je nieuwe thuis: je wil er zo vaak en zo lang mogelijk zijn met je aandacht. En alleen als het echt niet anders kan, kruip je zo kort mogelijk in je lichaam en ervaar je met je zintuigen zo kort mogelijk je buitenwereld.
Met je aandacht ben je dan ook altijd minimaal 80 procent bij je verstand of gevoel. En voor je lichaam, je buitenwereld en het overleven blijft dan nog maar maximaal 20 procent aandacht over.

Geen wonder dan ook dat jij je met dat kleine beetje aandacht niet goed meer kunt concentreren op de mensen om je heen. Op wat ze zeggen, doen, vinden, voelen en verlangen. En jezelf in hen verplaatsen en inleven is dan ook haast niet meer op te brengen en te doen.
En al helemaal niet omdat elk persoon in je buitenwereld een mogelijke bedreiging is. Je bent bang voor de pijn die mensen je vroeg of laat kunnen bezorgen, bent waakzaam in plaats van nieuwsgierig, en geeft jezelf zo min mogelijk bloot. En vanaf dat moment begin je jezelf eenzamer en eenzamer te voelen …
Op de eerste verdieping van je vrijgezellenleven leer je hoe je jouw vertrouwen in jezelf en in andere mensen weer kunt terugvinden. Hoe jij je weer veilig kunt voelen in je lichaam en in je buitenwereld. En hoe je jezelf weer met je lichaam en je buitenwereld kunt verbinden, zonder het veilige en fijne contact met je verstand en gevoel te verliezen.
Op de tweede verdieping van je vrijgezellenleven ontdek je vervolgens hoe je jezelf weer thuis kunt voelen in je lichaam en je buitenwereld. En hoe je van je lichaam en je buitenwereld kunt gaan genieten …

 

5 redenen om de ideale partner voor jezelf te worden

 

 
Heb je er als vrijgezel weleens over gedacht om de ideale partner voor jezelf te worden? Waarschijnlijk niet. Toch heeft dat wel allerlei voordelen:

  1. Je vindt gegarandeerd je ideale partner!
    Het kan veel tijd, geld en moeite kosten om regelmatig te daten met een leuk iemand buiten jezelf. En dan nog heb je geen enkele zekerheid of en wanneer je de man of vrouw van je dromen tegenkomt.
    Vind je uiteindelijk wel een geweldige partner buiten jezelf, dan is hij of zij nooit helemaal precies zoals je wil. En je partner veranderen is een onbegonnen zaak.
    Door zelf jouw ideale partner te worden, is dit probleem definitief voorbij. Je kunt precies zo worden als je zelf wil. En je hoeft nooit meer op zoek te gaan naar dates in je buitenwereld …
  2. ideale partner is er wanneer je maar wil!
    Elke week loop je wel tegen momenten aan dat je behoefte hebt aan een luisterend oor, advies, steun, aandacht, warmte, tederheid, erkenning of waardering.
    En hoe geweldig een partner buiten jezelf ook is, hij of zij is lang niet altijd aanwezig of bereikbaar op zulke momenten.
    Word je zelf jouw ideale partner, dan kun je er op zulke momenten wel altijd voor jezelf zijn en jezelf geven wat je nodig hebt. Want je bent altijd en overal in je eigen gezelschap …
  3. Je raakt je ideale partner nooit kwijt!
    Zolang je een partner buiten jezelf hebt, ben je onbewust altijd bang om hem of haar kwijt te raken. Helemaal als dit je ideale partner is.
    Je partner kan op je uitgekeken raken, iemand anders tegenkomen, of weer op zichzelf gaan wonen. En ook al loopt de relatie op rolletjes, dan nog kan je partner eerder overlijden dan jij.
    Word je zelf jouw ideale partner, dan hoef je nooit meer bang te zijn dat deze dingen zullen gebeuren: je blijft bij jezelf zolang je leeft. En dat beseft geeft jou onbewust veel opluchting en rust …
  4. Je wordt nooit afhankelijk van je ideale partner!
    Van een partner buiten jezelf word je in een relatie afhankelijk, of je nou wil of niet. Je hebt die ander nodig, en zonder hem of haar word je leven een stuk minder leuk. Verdient je partner het meeste geld, woon je in zijn of haar huis, neemt hij of zij klusjes voor z’n rekening waar jij niet zo goed in bent, of is hij of zij je steun en toeverlaat, dan word je extra afhankelijk.
    Word je zelf jouw ideale partner, dan heb je daar nooit last van …
  5. Je hoeft jezelf nooit weg te cijferen voor je ideale partner!
    Een partner buiten jezelf is een ander iemand dan jij, en kan hele andere voorkeuren en afkeren hebben dan jij. Toch zul je om de relatie in stand te houden wel rekening met hem of haar moeten houden. Zeker als jullie samenwonen. En in de praktijk betekent dit dat jullie vaak compromissen sluiten: voor jullie beiden is het steeds geven en nemen.
    Word je zelf jouw ideale partner, dan zijn al die compromissen definitief verleden tijd. Zelfs al zit je op een bepaald moment in een tweestrijd met jezelf, dan nog maakt het niet uit wat je kiest: in beide gevallen vervul je een verlangen van jezelf, en cijfer jij jezelf dus niet weg …
  6.