Categorie archieven: Fases vrijgezellenleven
Je binnenwereld beïnvloedt je buitenwereld
Waarom trek ik toch steeds een ‘foute’ man of vrouw aan?
Van diverse vrijgezellen krijg ik de vraag: “Waarom trek ik toch steeds een dominante, oneerlijke, controlerende, beperkende, agressieve en ‘foute’ man aan, die in het begin zo lief is?”.
En uiteraard had dit ook de vraag kunnen zijn: “Waarom trek ik toch steeds een dominante, oneerlijke, controlerende, beperkende, agressieve en ‘foute’ vrouw aan, die in het begin zo lief is? “.
Uiteraard wil jij als Bewuste Ik geen dominante, oneerlijke, beperkende, controlerende, agressieve en ‘foute’ man.
En een ontmoeting met zo’n man kan jou veel ellende en pijn bezorgen. Daarover bestaat geen enkele twijfel.
Tegelijkertijd bepaalt in mijn ogen niet jouw Bewuste Ik maar jouw Onbewuste Ik welke mensen en welke gebeurtenissen jij aantrekt.
Met je “Onbewuste Ik” bedoel ik het deel van jezelf waar jij je nog niet (helemaal) bewust van bent.
En je Onbewuste Ik kiest er blijkbaar voor om jou regelmatig met zulke mannen in contact te brengen.
Niet om jou te straffen of omdat ze een hekel aan jou heeft. Integendeel! Want ze wil niets liever dan dat jij als Bewuste Ik zo goed mogelijk kunt overleven.
Maar omdat dit voor haar de enige manier is om jou te laten zien wat er in haar omgaat.
Net als jij wil ze graag gezien, gehoord, begrepen, erkend en gewaardeerd worden.
En omdat jij je niet van haar bewust bent, probeert ze zich via je buitenwereld aan jou te laten zien.
Net zolang tot je met haar de dialoog aangaat.
Eén mogelijkheid is dat zo’n foute man een flink uitvergrote spiegel is van wat je onbewust op kleine schaal met jezelf doet.
Dat je onbewust bijvoorbeeld eerst ook altijd even lief tegen jezelf doet. Maar dat je dan al gauw jezelf in de gaten houdt, onder controle houdt, boos toespreekt of inperkt.
Of dat je bijvoorbeeld onbewust van mensen houdt die ingaan tegen de maatschappij, tegen wat hoort, tegen burgerlijkheid of truttigheid, of tegen grijze muizen. En dan kan het zijn dat je onbewust van jezelf eist dat je altijd rebels bent, en dat je boos op jezelf wordt zodra je bij jezelf merkt dat jij je aanpast aan andere mensen.
Een manier om er achter te komen of zo’n soort man inderdaad een onbewuste spiegel voor jou is, is om ongecensureerd op te schrijven wat je zo’n soort man allemaal verwijt.
En om dan overal in die tekst “hij” te vervangen door “ik”, en eerlijk te kijken wat je dan op kleinere schaal bij jezelf herkent.
Mocht je dit gaan doen, neem daar dan uitgebreid de tijd voor, want dit kan aardig confonterend zijn.
Ook, of daarnaast, zijn er nog allerlei andere mogelijkheden.
Ik noem ze even kort en als jullie erom vragen ga ik volgende keren wel dieper in op een of meer van die mogelijkheden:
- Je Onbewuste Ik wil graag zichzelf en andere mensen verbeteren, en trekt daarom steeds mensen aan die ‘fout’ zijn.
- Je Onbewuste Ik wil graag een verschil maken in het leven van andere mensen, en trekt daarom steeds mensen aan die persoonlijk, maatschappelijk of sociaal gezien in de problemen zitten.
- Je Onbewuste Ik wil graag succesvol zijn, en probeert een succes te maken van relaties met moeilijke mensen.
- Je Onbewuste Ik wil graag intense emoties voelen, omdat ze vindt dat ze dan pas echt leeft. Daarom trekt ze steeds mensen aan die intense emoties bij je oproepen.
- Je Onbewuste Ik wil graag zelfredzaam zijn en alles wat je in je buitenwereld doet zorgvuldig voorbereiden en plannen. Daarom trek je steeds mannen aan die eveneens zelfredzaam zijn en graag controle over hun buitenwereld willen.
- Je Onbewuste Ik is ontzettend objectief en verstandelijk, maar verlangt diep in haar hart ook erg naar contact met haar subjectieve oordelen, meningen en emoties. Daarom trekt ze steeds mannen aan die door die objectiviteit heen kunnen breken, en oordelen, meningen en emoties oproepen.
- Je Onbewuste ik voelt zich onveilig, angstig en onzeker. Daarom trekt ze steeds mannen aan die heel sterk, zeker en onbevreesd zijn, en daarin kunnen doorschieten.
- Je Onbewuste Ik vind het heel leuk om het voor iedereen licht en luchtig te houden, en om mensen op te beuren. Daarom trekt ze steeds mensen aan die het zwaar hebben, of die zich vaak serieus, somber of verdrietig voelen.
- Je Onbewuste Ik is alleen bezig met plezier maken en lol trappen, maar verlangt er diep in haar hart ook erg naar om haar eigen pijn serieus te nemen. Daarom trekt ze steeds mensen aan die herinneringen aan haar eigen onverwerkte pijn en pijn in het hier-en-nu bij haar oproepen.
- Je Onbewuste Ik wil zich sterk en krachtig voelen, en zich door niets en niemand laten tegenhouden. Daarom trekt ze steeds mensen aan die een flink weerwoord geven, die zich niet gauw gewonnen geven, die een confrontatie en (woorden)strijd niet schuwen, die tegenwicht durven te geven en die aan jou gewaagd zijn.
- Je Onbewuste Ik houdt zich continu in om maar geen onrust en conflicten in de buitenwereld op te roepen. Maar ze verlangt er diep in haar hart ook erg naar om zichzelf ongecensureerd te uiten en te laten zien. Daarom trekt ze steeds mensen aan die haar met hun woorden en daden dwingen om profiel aan te nemen en grenzen aan te geven.
In de loop van de tijd kun je gaan merken dat je nog steeds zo’n soort man aantrekt, maar dat hij steeds minder onweerstaanbaar wordt voor je Bewuste Ik.
Dat betekent in mijn ogen dat er in je binnenwereld iets begint te verschuiven, en dat je bewust en onbewust steeds meer doorkrijgt dat zo’n man niet voor jou werkt.
Maar pas als dat soort mannen helemaal niet meer op je pad verschijnt, is je Onbewuste Ik er volledig van overtuigd dat zo’n soort man jou niets oplevert.
En om dat stadium te bereiken is het noodzakelijk om als Bewuste Ik eerlijk en respectvol in gesprek te gaan met je Onbewuste Ik over haar gehechtheid (of beter gezegd: verslaving) aan zo’n soort man …
Alles stap voor stap doen in het hier-en-nu of altijd vijf stappen vooruit denken?
Altijd vijf stappen vooruit denken kan heel efficïent en effectief zijn.
En het geeft je een stuk helderheid wat je kunt verwachten en wat je precies gaat doen.
Maar alles heel strak vijf stappen vooruit plannen kan ook tot gevolg hebben dat je niet meer openstaat voor nieuwe mogelijkheden en voor onverwachte kansen om je doel te bereiken. Met andere woorden, dat je dan meer met je aandacht bent bij je ideaalbeeld en de toekomst dan bij je hier-en-nu.
En het is al moeilijk om jezelf onder controle te houden, laat staan je buitenwereld. Want plannen gebeurt onbewust vaak uit een stukje onzekerheid, en helpt dan om overzicht en grip te krijgen op het onbekende en om onaangename verrassingen te voorkomen. De kans is dan ook groot dat dingen toch weer heel anders gaan lopen dan je tijdens het plannen had gedacht en verwacht. Kijk maar eens hoe vaak iets van begin tot eind helemaal precies zo gegaan is als je had gedacht en verwacht. Wat vervolgens allerlei frustraties oplevert en jou stimuleert om nog eerder, nog meer en nog gedetailleerder te plannen.
Pas als je één stap gezet hebt, wordt in de praktijk vaak de volgende handige stap zichtbaar. Het lijkt dan ook geen zin te hebben om altijd vijf stappen vooruit te willen kijken.
Maar doe je alles altijd stapje voor stapje, dan loop je het risico dat je nauwelijks of geen aandacht besteed aan de gevolgen en consequenties. Met andere woorden, dat je teveel in het hier-en-nu bent en te weinig oog hebt voor de toekomst. Waardoor je bij de volgende stappen onnodige problemen, gevaren en bedreigingen kunt tegenkomen.
Als je bijvoorbeeld in het hier-en-nu besluit om nu op reis te gaan, zonder te kijken op welke vliegvelden je welke vluchten kunt nemen en in welke vakantieplaatsen je kunt overnachten, dan kom je ook niet zo ver.
Ook kan het dan gebeuren dat je teveel bezig bent met je verlangens op de korte termijn, en uit het oog verliest wat je graag op lange termijn zou willen bereiken.
Mijn advies is dan ook:
Kijk in het hier-en-nu wat je graag wil doen (wat je doel is), en wat je eerste stap gaat worden. In mijn voorbeeld hierboven is bijvoorbeeld “op reis gaan” het doel en “reisgidsen bekijken” de eerste stap. En dingen die je in je persoonlijke leven graag wil bereiken kun je eveneens als een reis zien.
Kijk tegelijkertijd ook even globaal vijf stappen vooruit. Bij op reis gaan bijvoorbeeld: een bestemming zoeken, overnachtingsplekken bekijken, een vlucht boeken, je koffer inpakken, en op tijd naar het vliegveld vertrekken. Zodat je wel het totaaloverzicht hebt wat er verder in grote lijnen nog bij komt kijken. Dit geldt zowel bij grote dingen (een huis kopen of een relatie aangaan) of kleine dingen (je huishouden doen).
Zie die vijf stappen als een richtlijn en niet als iets wat koste wat het kost moet gebeuren. Dat voorkomt later veel onnodige frustraties bij tegenvallers en onverwachte gebeurtenissen.
Laat vervolgens die 5 stappen vooruit in je hoofd los. En zet dan in het hier-en-nu steeds één stap die op dat moment voor je gevoel nodig is en waar jij je goed bij voelt. Je zult dan gaan merken dat je steeds meer in een flow terechtkomt, en dat dingen steeds makkelijker gaan lopen. De mensen en dingen die je nodig hebt om je doel te bereiken, lijken dan automatisch op je pad te verschijnen.
Voordat je er erg in hebt, merk je dan op een gegeven moment ineens dat je jouw doel al bereikt hebt. En dat de weg ernaar toe jou ook nog eens veel energie en voldoening heeft gegeven …
Hoe je onbewust mensen blijft aantrekken met wie je bewust niets te maken wil hebben
Loop jij in je relaties of in je werk regelmatig tegen dezelfde soort mensen aan? Tegen mensen die je relaties, je werk of zelfs je leven lijken te vergallen? Bijvoorbeeld narcistische, dominante, egoïstische, starre, gesloten, agressieve, onvoorspelbare, saaie, arrogante, betweterige, betuttelende, afstandelijke, te kritische, denigrerende, te verstandelijke of te emotionele mensen?
Dan zit er vrijwel zeker in je binnenwereld een bepaald gevoel, een bepaalde gedachte of een bepaalde eigenschap waardoor je dit soort mensen onbewust maar blijft aantrekken.
Hoe verschrikkelijk je het bewust ook vindt om met dat soort mensen in aanraking te komen.
Je kunt er bijvoorbeeld onbewust van overtuigd zijn dat alle mannen/vrouwen/mensen onbetrouwbaar zijn, tekort schieten of het slecht met je voor hebben. Doordat je daar zo rotsvast van overtuigd bent, vind je het onbewust zinloos om op zoek te gaan naar mensen die anders zijn. Want die mensen bestaan in jouw beleving niet, of in ieder geval niet in je directe omgeving. En dus wordt die beperkende gedachte een zelf vervullende profetie.
Het kan ook zijn dat je onbewust erg bang bent om een bepaald soort mannen/vrouwen/mensen tegen te komen. Je ziet door die angstgevoelens dan ook regelmatig in je hoofd dat soort mensen voor je en hoe ze je leven zouden kunnen ruïneren. Als het tegenzit neem je zelfs alle mogelijke ontmoetingsscenario’s door en hoe je daarin zou kunnen reageren.
Alles waar je veel aandacht aan geeft, maak je groter en trek je aan. Denk je veel aan kansen en mogelijkheden, dan trek je die aan. Denk je veel aan risico’s, gevaren en bedreigingen, dan trek je die aan.
Een andere mogelijkheid is dat je onbewust twijfels hebt of een relatie of een baan wel echt iets voor je is. En zolang dat gevoel van twijfel blijft, zul je partners of leidinggevenden blijven aantrekken die onbewust ook twijfelen of jij wel de juiste partner of werknemer voor hen bent.
Wat ook kan is dat mensen aan wie jij je erg irriteert, en met wie je absoluut niets te maken wilt hebben, jou onbewust aan een irritante eigenschap van jezelf doen herinneren.
Ze hebben dan een ver doorgeschoten variant van een karaktereigenschap van jezelf die je niet accepteert.
Ook is het mogelijk dat je in je jeugd onbewust en (in)direct de strijd met je ouders bent aangegaan en ervan overtuigd bent dat je toen het onderspit gedolven hebt.
Je kunt door die gedachte dan onbewust mensen blijven aantrekken die iets weg hebben van (een van) je ouders.
Zodat je die strijd nog eens dunnetjes over kunt doen, en er dit keer hopelijk wel als winnaar uit kunt komen.
Zodra je weet welk gevoel, welke gedachte of welke eigenschap jou in de weg staat, kun je zo met dat gevoel, die gedachte of die eigenschap om leren gaan dat je onbewust weer andere soorten mensen gaat aantrekken.
Blijf je in plaats daarvan geloven dat het puur toeval is dat je zulk soort mensen blijft tegenkomen, en besteed je dan ook geen aandacht aan je eigen binnenwereld, dan blijf je hen de rest van je leven tegenkomen. Met alle vervelende gevolgen van dien.
Om er achter te komen welk gevoel, welke gedachte of welke eigenschap ervoor zorgt dat je iemand aantrekt die je niet wil aantrekken, is het nodig om de dialoog met jezelf aan te gaan.
Ga voor jezelf eens alle bovengenoemde mogelijkheden bij langs en spreek met jezelf door welke daarvan spelen.
Heb jij zulke overtuigingen, angsten, twijfels, karaktereigenschappen (in een lichtere vorm) of jeugdervaringen?
En overleg dan met jezelf hoe je die overtuigingen kunt bijstellen (verdieping 4), die angsten kunt loslaten (verdieping 4), die twijfels kunt loslaten (verdieping 3), die karaktereigenschappen kunt accepteren (verdieping 6) en/of hoe je die jeugdervaringen kunt verwerken (verdieping 3).
Hoe je in 6 verschillende levensfases krassen, deuken en kleerscheuren kunt oplopen
Hoe verschillend we als vrijgezel ook kunnen zijn, in ons leven hebben we allemaal dezelfde fases doorgemaakt.
Als een zeilboot zijn we door 6 verschillende levensfases heen gezeild.
Hoe voorzichtig we daarbij onderweg ook waren, we liepen helaas toch averij op (krassen, deuken of scheuren in ons hart). Meestal vooral in 1 of 2 van de 6 fases.
En als we veel tegenwind en stormen in ons leven hebben ervaren, zijn we regelmatig vastgelopen en op een gegeven moment misschien in een bepaalde levensfase gestrand.
Het bijzondere is dat je die 6 levensfases op twee manieren meemaakt: eerst als kind en daarna nog een keer als volwassene.
En als je als beginnende volwassene nooit echt bij deze 6 fases hebt stilgestaan, ziet jouw levensreis als volwassene er ongeveer hetzelfde uit als jouw levensreis als kind. Met als resultaat dezelfde soort averij (mentale, emotionele en misschien wel lichamelijke wonden) als toen.
Hieronder kun je zelf onderzoeken in welke levensfase(s) je wellicht beschadigd, vastgelopen of gestrand bent.
Levensfase 1
Elke keer dat je in een nieuwe omgeving komt, kijk je hoe welkom en hoe gewenst je daar bent.
Als kind doe je dat vooral in het eerste jaar na je geboorte en op nieuwe scholen/crèches. En als volwassene vooral bij het op jezelf wonen, bij het samenwonen, bij het verhuizen en bij nieuwe banen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat je onwelkom of ongewenst was.
Ook als volwassene kun je de omgeving dan blijven zien als een onveilige, gevaarlijke, schadelijke of vijandige plek, die je zoveel mogelijk moet mijden.
Zodat jij je als vrijgezel voortdurend angstig, onzeker, wantrouwend, minderwaardig en eenzaam voelt.
Levensfase 2
Als jij je veilig voelt in een omgeving, dan merk je op een gegeven moment dat je bepaalde behoeftes hebt. En elke keer dat je een behoefte voelt, kijk je of je die met of zonder de hulp van andere mensen gaat vervullen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat je omgeving jou met lege handen liet staan of jou in de schuld liet staan (“Voor wat, hoort wat”) als je om iets vroeg.
Ook als volwassene kun je dan bang blijven om hulp aan andere mensen te vragen of om hulp van andere mensen te accepteren.
Zodat je als vrijgezel voortdurend een onverzadigd gevoel, een gemis, een afhankelijkheid (“Ik heb iets van hen nodig.”), een onderdanigheid en een wrok naar andere mensen toe voelt (“Ze geven me niet wat ik nodig heb”).
Levensfase 3
Als jij je veilig voelt in je omgeving en je behoeftes vervuld zijn, krijg je meer ruimte voor andere mensen en ga je jezelf meer voor hen openstellen. En elke keer dat je in het gezelschap van andere mensen komt, kijk je of je wel of niet meegaat in wat zij zeggen en doen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat je in gezelschap te egoïstisch was, teveel opviel, teveel afweek, te eigengereid was of te dominant was.
Ook als volwassene kun je dan bang blijven om in gezelschap boven het maaiveld uit te komen, en jezelf te uiten, te gaan voor wat je belangrijk vindt en je grenzen aan te geven.
Zodat jij je in je vrijgezellenleven voortdurend niet gezien, niet gehoord, niet begrepen, afgewezen, gesmoord, gevangen en onopgemerkt voelt.
Levensfase 4
Als je in gezelschap jezelf durft uit te spreken en voor jezelf op durft te komen, dan kijk je hoe de mensen om je heen daarop gaan reageren.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat mensen je grenzen niet respecteerden en er overheen walsten. En dat je dus blijkbaar andere mensen met je grenzen tot last was, kwetste, dingen opdrong, of teveel beperkingen oplegde.
Ook als volwassene kun je jezelf dan blijven inhouden, aanpassen, wegcijferen of opofferen om andere mensen geen pijn te doen.
Zodat jij je als vrijgezel voortdurend beschaamd, schuldig, bezwaard, beknot, verplicht en uitgeput voelt.
Levensfase 5
Als je in gezelschap op eigen benen durft te staan en je eigen grenzen kunt bewaken, dan kijk je op welke momenten of in welke periodes je even een luisterend oor wil, met iemand wil overleggen, steun of hulp van iemand wil, of even tegen iemand wil aanleunen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat mensen er niet voor je waren als je hen nodig had. En dat ze in plaats daarvan jou in de steek lieten, je benadeelden, je manipuleerden of misbruik van je maakten.
Ook als volwassene kun je het dan moeilijk blijven vinden om andere mensen te vertrouwen, in vertrouwen te nemen, om hulp te vragen en om invloed van hen toe te laten.
Zodat je als vrijgezel voortdurend een drang naar zelfredzaamheid, trots, achterdocht, hardheid, stoerheid, uitputting en eenzaamheid voelt.
Levensfase 6
Als je de invloed, steun, aandacht en inbreng van andere mensen toe kunt laten, dan kijk je of er mensen (vooral potentiële partners) zijn bij wie je alle teugels los kunt laten, je masker af kunt zetten en jezelf over kunt geven.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk hebt gekregen dat je het deksel op je neus krijgt zodra je jouw kwetsbaarheid, tederheid, hartstocht, behoefte aan intimiteit of behoefte aan seks laat zien.
Ook als volwassene kun je dan jezelf onder controle blijven houden en mensen om je heen op afstand blijven houden.
Zodat jij je als vrijgezel terughoudend, afstandelijk, koud, gekwetst, afgewezen, krampachtig, geremd, geblokkeerd, eenzaam en frigide voelt.
Tot slot
Zoals ik al vertelde, doorloop je de 6 levensfases hierboven op twee manieren: als kind en als volwassene. Je krijgt als volwassene dus als het ware een herkansing.
De manier waarop je ze als kind hebt doorlopen, bepaalt op welke van de 7 verdiepingen van je (vrijgezellen)leven je wel en niet bent geweest, hoe gelukkig je op elke verdieping was en waar je op elke verdieping tegenaan liep.
Als volwassene heb je nu zelf in de hand hoe je levensreis er als volwassene uit gaat zien. Verval je in herhaling en ga je de 6 levensfases op dezelfde manier doorlopen als toen je kind was? En dus ook dezelfde verdiepingen op dezelfde manier bezoeken als toen?
Of ga je als volwassene nu met een open en frisse blik de 6 levensfases doorlopen? En jezelf op de 7 verdiepingen van je vrijgezellenleven zo ontwikkelen dat je meer bevrediging en meer innerlijke vrede voelt dan toen als kind?
De keuze is aan jou …
Een pijnlijke gebeurtenis is een uitnodiging om je masker af te zetten en je ware gezicht te laten zien
Als kind merkte je waarschijnlijk al gauw dat het leven niet altijd gaat zoals je wil: je kreeg en krijgt lang niet altijd de invloed, de zekerheid en de waardering die je zoekt.
Elke keer dat je niet krijgt wat je verwacht, voel je emoties die je niet wil hebben: teleurstelling, frustratie en gekwetstheid.
En om die pijn niet te hoeven voelen verborg en verberg je die pijn onbewust voor jezelf en voor de mensen om je heen: door je pijn bijvoorbeeld te onderdrukken, te ontkennen, af te zwakken, goed te praten, onbelangrijk te maken of te verdoven.
Je pijn verbergen helpt je op het moment zelf: het voorkomt dat je iets moet voelen wat je niet aankunt of waarmee je niet om weet te gaan.
Maar daarna gaat het verbergen van die pijn tegen je werken. Want elke keer dat er iets gebeurt wat je aan die vervelende gebeurtenis doet herinneren, rijt dat die oude wond weer open. En je voelt dan niet alleen de verse pijn van de nieuwe gebeurtenis, maar ook de onverwerkte pijn van de oude gebeurtenis, en van alle vergelijkbare gebeurtenissen tussen de oude en nieuwe gebeurtenis in.
Met andere woorden, in plaats van de pijn van een oude gebeurtenis te doorvoelen en los te laten, laat je die pijn in de loop van de tijd meer en meer opstapelen. Waarna je elke keer weer extra hard je best doet om die grotere opgestapelde pijn te verbergen voor jezelf en anderen. Totdat de pijnemmer zo vol is dat ie overstroomt. En meestal op een heel ongeschikt moment komt de pijn er dan alsnog uit, en voel jij je erdoor overmeesterd en overspoeld.
Door jezelf en anderen wijs te maken dat je niet of nauwelijks geraakt wordt door een pijnlijke gebeurtenis, doe je jezelf anders voor dan je bent en zet je als het ware een masker op: bijvoorbeeld een stoer, onbewogen, objectief, beleefd of vrolijk gezicht.
En zolang je dat masker draagt, blijf je onbewust bang dat iemand (zoals een nieuwe partner) toch een keer door je masker heen prikt, en de pijn ziet die eronder weggestopt zit. Want hoe vertrouwd, comfortabel en natuurlijk dit masker op den duur ook lijkt te voelen, diep in je hart weet je maar al te goed dat dit een masker en niet je ware gezicht is.
Maar het hoeft niet eindeloos zo te blijven gaan.
Zodra er weer iets vervelends gebeurt kun je er ook voor kiezen om te stoppen met het verbergen van je pijn. Om je pijn serieus te nemen en er met jezelf of een ander over te praten.
Dat voelt zeker in het begin onwennig en oncomfortabel. Maar op dat moment is het makkelijker te doen dan wanneer je er weer pijn bovenop laat stapelen van soortgelijke gebeurtenissen. En hoe goed je de pijn ook tegen probeert te houden, vroeg of laat komt die pijn er toch wel een keer uit. Op een ongecontroleerde manier, terwijl je nu de kans hebt om het op een gecontroleerde manier te laten gebeuren.
Door je masker stukje bij beetje af te zetten, en met jezelf en andere mensen te leren praten over pijnlijke gebeurtenissen, krijg je een steeds beter contact met jezelf en de mensen om je heen.
Ook helpt dit je om de pijn die je onder je masker hebt weggestopt te verwerken, een plekje te geven en los te laten. Zodat vergelijkbare gebeurtenissen je niet of nauwelijks meer zullen raken, en je meer van je vrijgezellenleven gaat genieten.
Verder raak je hierdoor je angst voor oude pijn, voor nieuwe pijn en voor het verliezen van je masker kwijt, en durf jij je steeds meer voor jezelf en andere mensen open te stellen. Zodat jij je steeds minder eenzaam voelt.
En tijdens het verwerken van je pijn ontdek je eveneens welke dingen belangrijk voor je zijn, zodat je als vrijgezel steeds makkelijker je behoeftes, wensen en dromen kunt vervullen.
Pijnlijke gebeurtenissen worden vanaf dat moment dan niet alleen maar vervelend, maar ook nuttig: ze maken je bewust van je masker en helpen je om in je eigen tempo scheurtjes in je masker te maken. Zodat je steeds meer contact krijgt met je ware gezicht, dat er onder je masker naar smacht om gezien, gehoord, erkend en begrepen te worden …
Tips voor dit alles kun je vinden in mijn gratis E-book “Van onvrede naar totale bevrediging en innerlijke vrede!”, over de 7 verdiepingen van je vrijgezellenleven.
Op de tweede verdieping leer je om je pijn steeds minder te verbergen en steeds meer toe te laten.
Op de derde verdieping ontdek je hoe je jouw pijn blijvend kunt verwerken, en hoe je alsnog de behoeftes kunt vervullen die onvervuld bleven tijdens pijnlijke gebeurtenissen.
Op de vierde verdieping leer je om je angst voor oude pijn, voor nieuwe pijn en voor het verliezen van je masker kwijt te raken.
En op de vijfde verdieping van je vrijgezellenleven kom je erachter hoe je jouw masker in je eigen tempo stap voor stap af kunt zetten.
Hoe je onbewust je lichaam zo blokkeert dat je nog maar weinig energie overhoudt
Als persoon heb jij allerlei behoeftes. Maar als lichaam mag je die van jezelf niet allemaal bevredigen.
Je lichaam mag van jou bepaalde dingen niet doen en niet zeggen, om bepaalde risico’s (bijvoorbeeld op falen of afwijzing) te voorkomen.
En je lichaam moet van jou bepaalde dingen doen en zeggen om jezelf te verdedigen tegen oncomfortabele gebeurtenissen (bijvoorbeeld zich beheersen, zich aanpassen, zich verontschuldigen of zich terugtrekken).
Onbewust blokkeer je jouw lichaam dan ook met allerlei geboden (“Je moet …”) en verboden (“Je mag niet”).
En het kost jou zonder dat je het doorhebt veel energie om de hele dag door je lichaam tegen te houden en tot dingen te dwingen. Energie die je niet meer kunt stoppen in je dagelijkse leven. Waardoor het kan lijken alsof je elke dag te weinig energie hebt om je zelfstandig te kunnen redden.
Door allerlei gebeurtenissen te vermijden en af te weren, blijft bovendien een (groot) deel van jouw leven ongeleefd: je doet geen dingen meer waarbij de kans op risico’s te groot is of waarbij het nodig is om (een beetje) uit je comfortzone te stappen. Daardoor bevredig jij je behoeftes slechts gedeeltelijk, of ontzeg jij je zelfs bepaalde behoeftes. Met als gevolg dat je minder dingen doet die jou energie geven en dat je minder levenslust hebt.
Op de eerste verdieping van je vrijgezellenleven mag jouw lichaam alleen dingen doen die geen risico voor je overleving zijn, of waarbij jij je op alle mogelijke scenario’s voorbereid hebt.
Je houdt je lichaam steeds tegen, en trekt jezelf uit angst of onzekerheid het liefst terug in je binnenwereld. Het kost je dan al veel energie om je op je lichaam en buitenwereld te concentreren. En nog meer energie om je continu voor te bereiden op alles wat er mis kan gaan.
Of je dwingt je lichaam om zo hard te werken om te overleven, dat je jezelf opoffert en jezelf alle pleziertjes ontzegt. Je lichaam raakt uitgeput en na verloop van tijd ligt een burn-out op de loer.
Op de tweede verdieping mag jouw lichaam alleen aangename dingen doen. Ook moet jouw lichaam stoppen met dingen zodra ze onaangenaam worden of aan de lopende band leuke dingen doen.
Je krijgt in eerste instantie veel energie van de leuke dingen die je doet. Maar je gejaagdheid, je ongeduld, je opgekropte pijn, je genegeerde verplichtingen en je uit de hand gelopen problemen vergen vervolgens alsnog veel energie.
Op de derde verdieping mag jouw lichaam zich bepaalde gebeurtenissen uit het verleden niet meer herinneren, en het onderdrukken van die herinneringen kost jou ongemerkt de hele dag door veel energie.
Je lichaam moet de behoeftes van andere mensen vervullen. Zodat er niet of nauwelijks meer energie overblijft voor de vervulling van je eigen behoeftes. En op den duur geef je jezelf leeg.
Of je lichaam moet van jou aan de lopende band doelen bereiken. Op den duur wordt je daardoor bekaf en brand je op.
Op de vierde verdieping van je vrijgezellenleven mag jouw lichaam geen dingen doen waar jij een negatief oordeel over hebt. En dwing jij je lichaam continu om aan je normen te voldoen. Je wordt steeds zo geleefd door je oordelen en normen dat er nog nauwelijks dingen overblijven waar je energie van krijgt.
Of je vindt alles best en maakt alles even onbelangrijk. Waardoor er niets meer overblijft waar je voor wil gaan en wat jou energie geeft.
Op de vijfde verdieping mag jouw lichaam geen dingen doen of zeggen die onrust en conflicten in je buitenwereld kunnen oproepen. Je houdt je lichaam steeds tegen en wordt op den duur futloos.
Of je lichaam mag zich van jou door niets en niemand meer laten tegenhouden. Je overschat je draagkracht en laat je lichaam over haar grenzen gaan. Waardoor je op den duur ziek kunt worden, blessures kan krijgen of opgebrand kan raken. Ook creëer je dan vaak weinig draagvlak in je omgeving, zodat je veel energie kwijt bent aan de weerstand en emoties van andere mensen.
En op de zevende verdieping moet je lichaam te vaak iemand anders helpen, waardoor je uitgeput raakt en jezelf op den duur leeg geeft.
Of je lichaam mag van jou geen andere mensen om hulp vragen. Je lichaam werkt zich vervolgens extra uit de naad om het dan maar op eigen kracht te proberen en gaat daarbij steeds meer over z’n eigen grenzen.
Hoe open sta jij voor contact en nabijheid?
Zodra je iemand voor de eerste keer ontmoet, heb je geen idee hoe het contact gaat verlopen en hoe goed het gaat klikken.
Zo’n eerste contact is onbewust dan ook best wel spannend: je voelt je wat nerveus, kijkt eerst de kat uit de boom, en begint dan voorzichtig en aarzelend dingen over jezelf te vertellen.
Als je open staat voor andere mensen, dan word je steeds nieuwsgieriger naar de persoon tegenover je. En ook al weet je nog niet zeker of het een comfortabel of een oncomfortabel gesprek gaat worden, je geeft je gesprekspartner wel een kans.
In de loop van het gesprek gaat je nieuwsgierigheid het dan ook meer en meer winnen van je terughoudendheid. En al gauw loopt het gesprek van jouw kant steeds makkelijker, soepeler en ongedwongener.
In plaats van openheid kun je ook wantrouwen voelen naar andere mensen toe. Je verwacht dat andere mensen je vroeg of laat vanzelf wel een keer pijn gaan doen, jou zullen teleurstellen of je iets zullen flikken. En dus zie je jouw gesprekspartner meteen al als een potentiële bedreiging. Voordat jullie ook nog maar één woord hebben gewisseld.
Het vooruitzicht dat dit gesprek weleens uit zou kunnen gaan lopen op pijn, teleurstelling of gekwetstheid, en je groeiende onzekerheid wanneer en hoe dit gaat gebeuren, maken het gesprek steeds onbehaaglijker. En als je er bij voorbaat al vanuit gaat dat iemand hoogstwaarschijnlijk niet te vertrouwen is en maar lang genoeg kijkt, dan zie en hoor je steeds meer dingen bij de ander die dit lijken te bevestigen.
Om uit te testen hoe betrouwbaar je gesprekspartner is, stel je steeds meer kritische vragen en misschien zelfs strikvragen. Ook weeg je in je hoofd meer en meer af wat je wel en niet moet zeggen, wat er mis kan gaan als je iets zegt, en hoe je met zo min mogelijk risico’s iets kan zeggen.
Het gesprek vreet dan ook steeds meer energie en maakt je steeds vermoeider. Ook gaat je gesprekspartner steeds minder vriendelijk kijken, omdat hij of zij continu jouw kritische, wantrouwende en afstandelijke blik op zich gericht ziet. Wat jij op jouw beurt weer kunt gaan vertalen als een signaal dat de ander jou niet mag of kwaad in de zin heeft.
Met als gevolg dat het gesprek steeds stroever en moeizamer verloopt.
Het duurt dan ook niet lang voordat je het gesprek abrupt beëindigt en weggaat, in je hoofd gaat zitten en afwezig bent in het gesprek, of in de tegenaanval gaat. En als de ander voortijdig het gesprek beëindigt (bijvoorbeeld om een andere afspraak na te komen), dan vat je dat persoonlijk op en zie je dat als een afwijzing, een gebrek aan interesse of als een teken van onbetrouwbaarheid.
Jouw wantrouwen (je angst voor andere mensen én onbewust ook voor jezelf) is één van de angsten die je op de 4e verdieping van je vrijgezellenleven gaat loslaten om je voor alles en iedereen open te leren stellen.
En je wantrouwen loslaten helpt je om jezelf op de 5e verdieping te laten zien en te laten horen zoals je bent.
Hoe je uit pijn jezelf terugtrekt en eenzaam wordt
Op elke ervaring die je opdoet in je buitenwereld of binnenwereld plak je zonder dat je het doorhebt en sneller dan snel een etiket: “Comfortabel” of “Oncomfortabel”.
Alle ervaringen die je op een bepaald moment oncomfortabel vond probeer je de volgende keren zoveel mogelijk te voorkomen en daar heb je zo je manieren voor. Lukt het voorkomen niet, dan voel je pijn. En onbewust heb je tot je geruststelling een favoriete manier gevonden om die pijn weer zo snel mogelijk af te weren: zoals je pijn onderdrukken, ontkennen, goedpraten of onbelangrijk maken.
Er kunnen periodes in je leven zijn (bijvoorbeeld je jeugd of een onprettige relatie) waarin het steeds maar niet lukt om al die oncomfortabele ervaringen te voorkomen en af te weren. En waarin je dan ook veel pijn voelt door de bedreigingen, schokken of aanhoudende kritiek waar je tegen je zin mee geconfronteerd wordt.
Duurt zo’n pijnlijke periode langer dan je aankunt, dan ga je jezelf automatisch terugtrekken.
Eerst uit je buitenwereld, waar al die risico’s, gevaren en bedreigingen elk moment van de dag op kunnen doemen. Je blijft dan zoveel mogelijk binnenshuis, en doet daar zoveel mogelijk comfortabele dingen met je lichaam en geest.
En later uit je lichaam, als je lichaam vaak is bekritiseerd (door anderen of jezelf), mishandeld of misbruikt. Of als je lichaam ernstig ziek, gewond of gehandicapt is geraakt. Ook als je thuis bent sla je dan nog maar weinig acht op je lichaam, en zie je jouw lichaam als een last, een onding of een noodzakelijk kwaad.
Als je het liefst geen aandacht meer wil besteden aan die gevaarlijke buitenwereld en aan je o zo kwetsbare lichaam, dan kun je jezelf alleen nog terugtrekken in je gevoel of in je verstand.
Het kan zijn dat je zoveel mogelijk vanuit je gevoel wil blijven leven, en dat je zowel comfortabele gevoelens als oncomfortabele gevoelens blijft doorvoelen om je echtheid zoveel mogelijk intact te houden en te beschermen.
Maar de kans is groot dat je jezelf terugtrekt in je hoofd: in je fantasiewereld of in je gedachtenwereld. Zodra je de kans hebt fantaseer je dat je een comfortabel heden hebt of over comfortabele dingen in de toekomst. Of je spendeert zoveel mogelijk tijd aan het uitdenken en overdenken van dingen.
Je verstand of je gevoel wordt voortaan je nieuwe thuis: je wil er zo vaak en zo lang mogelijk zijn met je aandacht. En alleen als het echt niet anders kan, kruip je zo kort mogelijk in je lichaam en ervaar je met je zintuigen zo kort mogelijk je buitenwereld.
Met je aandacht ben je dan ook altijd minimaal 80 procent bij je verstand of gevoel. En voor je lichaam, je buitenwereld en het overleven blijft dan nog maar maximaal 20 procent aandacht over.
Geen wonder dan ook dat jij je met dat kleine beetje aandacht niet goed meer kunt concentreren op de mensen om je heen. Op wat ze zeggen, doen, vinden, voelen en verlangen. En jezelf in hen verplaatsen en inleven is dan ook haast niet meer op te brengen en te doen.
En al helemaal niet omdat elk persoon in je buitenwereld een mogelijke bedreiging is. Je bent bang voor de pijn die mensen je vroeg of laat kunnen bezorgen, bent waakzaam in plaats van nieuwsgierig, en geeft jezelf zo min mogelijk bloot. En vanaf dat moment begin je jezelf eenzamer en eenzamer te voelen …
Op de eerste verdieping van je vrijgezellenleven leer je hoe je jouw vertrouwen in jezelf en in andere mensen weer kunt terugvinden. Hoe jij je weer veilig kunt voelen in je lichaam en in je buitenwereld. En hoe je jezelf weer met je lichaam en je buitenwereld kunt verbinden, zonder het veilige en fijne contact met je verstand en gevoel te verliezen.
Op de tweede verdieping van je vrijgezellenleven ontdek je vervolgens hoe je jezelf weer thuis kunt voelen in je lichaam en je buitenwereld. En hoe je van je lichaam en je buitenwereld kunt gaan genieten …









