Categorie archieven: Jezelf begrijpen
Jouw 9 Ikken bepalen hoeveel innerlijke vrede en hoeveel bevrediging je voelt
In jouw binnenwereld zitten 9 verschillende Ikken verscholen:
- Jouw Perfectionistische Ik:
Deze Ik wil jou en je omgeving zo volmaakt mogelijk maken.
Ze heeft dan ook een oordeel over alles en iedereen, inclusief over jouzelf.
Hij/zij bepaalt wat goed of fout is, en wat wel of niet hoort. - Jouw Behulpzame Ik:
Deze Ik vindt dat het egoïstisch is om tijd en ruimte voor jezelf te nemen, en dat je dag en nacht moet klaarstaan voor anderen. - Jouw Presterende Ik:
Deze Ik wil zoveel mogelijk dingen afronden (vinkjes zetten) in zo min mogelijk tijd. - Jouw Gevoelige Ik:
Deze Ik vindt dat je altijd vanuit je gevoel moet leven en echt jezelf moet zijn. - Jouw Verstandige Ik:
Deze Ik kijkt objectief naar alles en iedereen, en dus ook naar jouzelf.
Hij/zij beredeneert wat er feitelijk aan de hand is en wat het verstandigst is om te doen. - Jouw Beschermende Ik:
Deze Ik kijkt hoe je zo veilig mogelijk de dag door kunt komen.
Hij/zij probeert altijd te voorzien wat er precies gaat gebeuren en zich daarop voor te bereiden. - Jouw Genietende Ik:
Deze Ik wil het liefst de hele dag door leuke dingen doen en heeft een hekel aan verplichtingen. - Jouw Krachtige Ik:
Deze Ik vindt dat je alles zelf moet doen, en dat jij je daarbij door niets en niemand moet laten tegenhouden. - Jouw Harmonieuze Ik:
Deze Ik wil geen conflicten in de buitenwereld én geen conflicten in zichzelf.
Innerlijke vrede
Op elk moment van de dag heeft één van die Ikken jouw voorkeur, afhankelijk van de situatie. Zo kun je jezelf op je werk bijvoorbeeld vereenzelvigen met je Beschermende Ik: “Ik moet me nu inzetten voor mijn klanten, leidinggevenden en collega’s, want anders kan ik ontslagen worden”.
Je ziet jezelf dan als die ene Ik, en geeft je 8 andere Ikken weinig of geen aandacht en ruimte. Zo kun je dan bijvoorbeeld je Genietende Ik of je Gevoelige Ik in bedwang gaan houden: “Ik kan toch niet de hele dag Internetten op mijn werk, of boos uitvallen tegen mijn leidinggevende!”.
Zitten die andere 8 Ikken op dezelfde lijn als je LievelingsIk, dan voel je innerlijke vrede. Schikken je Genietende Ik en je Gevoelige Ik er zich bijvoorbeeld in dat je na je werk weer alle tijd hebt om lekker te genieten en vanuit je gevoel te leven, dan zullen ze zich koest houden op je werk.
Kan minimaal één van die 8 andere Ikken zich niet vinden in de dingen die je wilt gaan doen met je LievelingsIk, dan voel je een innerlijk conflict. Zo kan je Genietende Ik bijvoorbeeld steeds op je werk gaan dagdromen over die leuke reis die je wilt gaan maken, of over die leuke vrouw of man. En dat komt je werk niet echt ten goede, en is in de ogen van je Beschermende Ik een bedreiging voor je baan.
Bevrediging
Zolang je jezelf ziet als je LievelingsIk en minder aandacht geeft aan je 8 andere Ikken, zul je vooral de verlangens van je LievelingsIk gaan vervullen: bijvoorbeeld het verlangen van je Beschermende Ik om te overleven op je werk, en om je werk zo goed mogelijk te doen. De verlangens van je andere 8 Ikken kun je dan onbedoeld negeren, zoals de verlangens van je Genietende Ik en je Gevoelige Ik op je werk.
Met als gevolg dat je minder bevrediging voelt dan je graag zou willen voelen en dat je minder bevrediging voelt dan je zou kunnen voelen. Met andere woorden, je doet jezelf dan tekort.
Dankzij deze 9 Ikken hoef jij je trouwens nooit meer eenzaam te voelen: je hebt maar liefst 9 verschillende persoonlijkheden in jezelf zitten, die je stuk voor stuk kunt gaan ontdekken en leren kennen. Net alsof je 9 verschillende partners hebt 😉
Samenvatting
Hoe meer jouw 9 Ikken op een en dezelfde lijn zitten, hoe meer innerlijke vrede je hebt.
En hoe meer rekening je houdt met de verlangens van al jouw 9 Ikken, hoe meer bevrediging je voelt …
Verstand versus lichaam en gevoel
Waarom trek ik toch steeds een ‘foute’ man of vrouw aan?
Van diverse vrijgezellen krijg ik de vraag: “Waarom trek ik toch steeds een dominante, oneerlijke, controlerende, beperkende, agressieve en ‘foute’ man aan, die in het begin zo lief is?”.
En uiteraard had dit ook de vraag kunnen zijn: “Waarom trek ik toch steeds een dominante, oneerlijke, controlerende, beperkende, agressieve en ‘foute’ vrouw aan, die in het begin zo lief is? “.
Uiteraard wil jij als Bewuste Ik geen dominante, oneerlijke, beperkende, controlerende, agressieve en ‘foute’ man.
En een ontmoeting met zo’n man kan jou veel ellende en pijn bezorgen. Daarover bestaat geen enkele twijfel.
Tegelijkertijd bepaalt in mijn ogen niet jouw Bewuste Ik maar jouw Onbewuste Ik welke mensen en welke gebeurtenissen jij aantrekt.
Met je “Onbewuste Ik” bedoel ik het deel van jezelf waar jij je nog niet (helemaal) bewust van bent.
En je Onbewuste Ik kiest er blijkbaar voor om jou regelmatig met zulke mannen in contact te brengen.
Niet om jou te straffen of omdat ze een hekel aan jou heeft. Integendeel! Want ze wil niets liever dan dat jij als Bewuste Ik zo goed mogelijk kunt overleven.
Maar omdat dit voor haar de enige manier is om jou te laten zien wat er in haar omgaat.
Net als jij wil ze graag gezien, gehoord, begrepen, erkend en gewaardeerd worden.
En omdat jij je niet van haar bewust bent, probeert ze zich via je buitenwereld aan jou te laten zien.
Net zolang tot je met haar de dialoog aangaat.
Eén mogelijkheid is dat zo’n foute man een flink uitvergrote spiegel is van wat je onbewust op kleine schaal met jezelf doet.
Dat je onbewust bijvoorbeeld eerst ook altijd even lief tegen jezelf doet. Maar dat je dan al gauw jezelf in de gaten houdt, onder controle houdt, boos toespreekt of inperkt.
Of dat je bijvoorbeeld onbewust van mensen houdt die ingaan tegen de maatschappij, tegen wat hoort, tegen burgerlijkheid of truttigheid, of tegen grijze muizen. En dan kan het zijn dat je onbewust van jezelf eist dat je altijd rebels bent, en dat je boos op jezelf wordt zodra je bij jezelf merkt dat jij je aanpast aan andere mensen.
Een manier om er achter te komen of zo’n soort man inderdaad een onbewuste spiegel voor jou is, is om ongecensureerd op te schrijven wat je zo’n soort man allemaal verwijt.
En om dan overal in die tekst “hij” te vervangen door “ik”, en eerlijk te kijken wat je dan op kleinere schaal bij jezelf herkent.
Mocht je dit gaan doen, neem daar dan uitgebreid de tijd voor, want dit kan aardig confonterend zijn.
Ook, of daarnaast, zijn er nog allerlei andere mogelijkheden.
Ik noem ze even kort en als jullie erom vragen ga ik volgende keren wel dieper in op een of meer van die mogelijkheden:
- Je Onbewuste Ik wil graag zichzelf en andere mensen verbeteren, en trekt daarom steeds mensen aan die ‘fout’ zijn.
- Je Onbewuste Ik wil graag een verschil maken in het leven van andere mensen, en trekt daarom steeds mensen aan die persoonlijk, maatschappelijk of sociaal gezien in de problemen zitten.
- Je Onbewuste Ik wil graag succesvol zijn, en probeert een succes te maken van relaties met moeilijke mensen.
- Je Onbewuste Ik wil graag intense emoties voelen, omdat ze vindt dat ze dan pas echt leeft. Daarom trekt ze steeds mensen aan die intense emoties bij je oproepen.
- Je Onbewuste Ik wil graag zelfredzaam zijn en alles wat je in je buitenwereld doet zorgvuldig voorbereiden en plannen. Daarom trek je steeds mannen aan die eveneens zelfredzaam zijn en graag controle over hun buitenwereld willen.
- Je Onbewuste Ik is ontzettend objectief en verstandelijk, maar verlangt diep in haar hart ook erg naar contact met haar subjectieve oordelen, meningen en emoties. Daarom trekt ze steeds mannen aan die door die objectiviteit heen kunnen breken, en oordelen, meningen en emoties oproepen.
- Je Onbewuste ik voelt zich onveilig, angstig en onzeker. Daarom trekt ze steeds mannen aan die heel sterk, zeker en onbevreesd zijn, en daarin kunnen doorschieten.
- Je Onbewuste Ik vind het heel leuk om het voor iedereen licht en luchtig te houden, en om mensen op te beuren. Daarom trekt ze steeds mensen aan die het zwaar hebben, of die zich vaak serieus, somber of verdrietig voelen.
- Je Onbewuste Ik is alleen bezig met plezier maken en lol trappen, maar verlangt er diep in haar hart ook erg naar om haar eigen pijn serieus te nemen. Daarom trekt ze steeds mensen aan die herinneringen aan haar eigen onverwerkte pijn en pijn in het hier-en-nu bij haar oproepen.
- Je Onbewuste Ik wil zich sterk en krachtig voelen, en zich door niets en niemand laten tegenhouden. Daarom trekt ze steeds mensen aan die een flink weerwoord geven, die zich niet gauw gewonnen geven, die een confrontatie en (woorden)strijd niet schuwen, die tegenwicht durven te geven en die aan jou gewaagd zijn.
- Je Onbewuste Ik houdt zich continu in om maar geen onrust en conflicten in de buitenwereld op te roepen. Maar ze verlangt er diep in haar hart ook erg naar om zichzelf ongecensureerd te uiten en te laten zien. Daarom trekt ze steeds mensen aan die haar met hun woorden en daden dwingen om profiel aan te nemen en grenzen aan te geven.
In de loop van de tijd kun je gaan merken dat je nog steeds zo’n soort man aantrekt, maar dat hij steeds minder onweerstaanbaar wordt voor je Bewuste Ik.
Dat betekent in mijn ogen dat er in je binnenwereld iets begint te verschuiven, en dat je bewust en onbewust steeds meer doorkrijgt dat zo’n man niet voor jou werkt.
Maar pas als dat soort mannen helemaal niet meer op je pad verschijnt, is je Onbewuste Ik er volledig van overtuigd dat zo’n soort man jou niets oplevert.
En om dat stadium te bereiken is het noodzakelijk om als Bewuste Ik eerlijk en respectvol in gesprek te gaan met je Onbewuste Ik over haar gehechtheid (of beter gezegd: verslaving) aan zo’n soort man …
Hoe je onbewust mensen blijft aantrekken met wie je bewust niets te maken wil hebben
Loop jij in je relaties of in je werk regelmatig tegen dezelfde soort mensen aan? Tegen mensen die je relaties, je werk of zelfs je leven lijken te vergallen? Bijvoorbeeld narcistische, dominante, egoïstische, starre, gesloten, agressieve, onvoorspelbare, saaie, arrogante, betweterige, betuttelende, afstandelijke, te kritische, denigrerende, te verstandelijke of te emotionele mensen?
Dan zit er vrijwel zeker in je binnenwereld een bepaald gevoel, een bepaalde gedachte of een bepaalde eigenschap waardoor je dit soort mensen onbewust maar blijft aantrekken.
Hoe verschrikkelijk je het bewust ook vindt om met dat soort mensen in aanraking te komen.
Je kunt er bijvoorbeeld onbewust van overtuigd zijn dat alle mannen/vrouwen/mensen onbetrouwbaar zijn, tekort schieten of het slecht met je voor hebben. Doordat je daar zo rotsvast van overtuigd bent, vind je het onbewust zinloos om op zoek te gaan naar mensen die anders zijn. Want die mensen bestaan in jouw beleving niet, of in ieder geval niet in je directe omgeving. En dus wordt die beperkende gedachte een zelf vervullende profetie.
Het kan ook zijn dat je onbewust erg bang bent om een bepaald soort mannen/vrouwen/mensen tegen te komen. Je ziet door die angstgevoelens dan ook regelmatig in je hoofd dat soort mensen voor je en hoe ze je leven zouden kunnen ruïneren. Als het tegenzit neem je zelfs alle mogelijke ontmoetingsscenario’s door en hoe je daarin zou kunnen reageren.
Alles waar je veel aandacht aan geeft, maak je groter en trek je aan. Denk je veel aan kansen en mogelijkheden, dan trek je die aan. Denk je veel aan risico’s, gevaren en bedreigingen, dan trek je die aan.
Een andere mogelijkheid is dat je onbewust twijfels hebt of een relatie of een baan wel echt iets voor je is. En zolang dat gevoel van twijfel blijft, zul je partners of leidinggevenden blijven aantrekken die onbewust ook twijfelen of jij wel de juiste partner of werknemer voor hen bent.
Wat ook kan is dat mensen aan wie jij je erg irriteert, en met wie je absoluut niets te maken wilt hebben, jou onbewust aan een irritante eigenschap van jezelf doen herinneren.
Ze hebben dan een ver doorgeschoten variant van een karaktereigenschap van jezelf die je niet accepteert.
Ook is het mogelijk dat je in je jeugd onbewust en (in)direct de strijd met je ouders bent aangegaan en ervan overtuigd bent dat je toen het onderspit gedolven hebt.
Je kunt door die gedachte dan onbewust mensen blijven aantrekken die iets weg hebben van (een van) je ouders.
Zodat je die strijd nog eens dunnetjes over kunt doen, en er dit keer hopelijk wel als winnaar uit kunt komen.
Zodra je weet welk gevoel, welke gedachte of welke eigenschap jou in de weg staat, kun je zo met dat gevoel, die gedachte of die eigenschap om leren gaan dat je onbewust weer andere soorten mensen gaat aantrekken.
Blijf je in plaats daarvan geloven dat het puur toeval is dat je zulk soort mensen blijft tegenkomen, en besteed je dan ook geen aandacht aan je eigen binnenwereld, dan blijf je hen de rest van je leven tegenkomen. Met alle vervelende gevolgen van dien.
Om er achter te komen welk gevoel, welke gedachte of welke eigenschap ervoor zorgt dat je iemand aantrekt die je niet wil aantrekken, is het nodig om de dialoog met jezelf aan te gaan.
Ga voor jezelf eens alle bovengenoemde mogelijkheden bij langs en spreek met jezelf door welke daarvan spelen.
Heb jij zulke overtuigingen, angsten, twijfels, karaktereigenschappen (in een lichtere vorm) of jeugdervaringen?
En overleg dan met jezelf hoe je die overtuigingen kunt bijstellen (verdieping 4), die angsten kunt loslaten (verdieping 4), die twijfels kunt loslaten (verdieping 3), die karaktereigenschappen kunt accepteren (verdieping 6) en/of hoe je die jeugdervaringen kunt verwerken (verdieping 3).
Hoe je in 6 verschillende levensfases krassen, deuken en kleerscheuren kunt oplopen
Hoe verschillend we als vrijgezel ook kunnen zijn, in ons leven hebben we allemaal dezelfde fases doorgemaakt.
Als een zeilboot zijn we door 6 verschillende levensfases heen gezeild.
Hoe voorzichtig we daarbij onderweg ook waren, we liepen helaas toch averij op (krassen, deuken of scheuren in ons hart). Meestal vooral in 1 of 2 van de 6 fases.
En als we veel tegenwind en stormen in ons leven hebben ervaren, zijn we regelmatig vastgelopen en op een gegeven moment misschien in een bepaalde levensfase gestrand.
Het bijzondere is dat je die 6 levensfases op twee manieren meemaakt: eerst als kind en daarna nog een keer als volwassene.
En als je als beginnende volwassene nooit echt bij deze 6 fases hebt stilgestaan, ziet jouw levensreis als volwassene er ongeveer hetzelfde uit als jouw levensreis als kind. Met als resultaat dezelfde soort averij (mentale, emotionele en misschien wel lichamelijke wonden) als toen.
Hieronder kun je zelf onderzoeken in welke levensfase(s) je wellicht beschadigd, vastgelopen of gestrand bent.
Levensfase 1
Elke keer dat je in een nieuwe omgeving komt, kijk je hoe welkom en hoe gewenst je daar bent.
Als kind doe je dat vooral in het eerste jaar na je geboorte en op nieuwe scholen/crèches. En als volwassene vooral bij het op jezelf wonen, bij het samenwonen, bij het verhuizen en bij nieuwe banen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat je onwelkom of ongewenst was.
Ook als volwassene kun je de omgeving dan blijven zien als een onveilige, gevaarlijke, schadelijke of vijandige plek, die je zoveel mogelijk moet mijden.
Zodat jij je als vrijgezel voortdurend angstig, onzeker, wantrouwend, minderwaardig en eenzaam voelt.
Levensfase 2
Als jij je veilig voelt in een omgeving, dan merk je op een gegeven moment dat je bepaalde behoeftes hebt. En elke keer dat je een behoefte voelt, kijk je of je die met of zonder de hulp van andere mensen gaat vervullen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat je omgeving jou met lege handen liet staan of jou in de schuld liet staan (“Voor wat, hoort wat”) als je om iets vroeg.
Ook als volwassene kun je dan bang blijven om hulp aan andere mensen te vragen of om hulp van andere mensen te accepteren.
Zodat je als vrijgezel voortdurend een onverzadigd gevoel, een gemis, een afhankelijkheid (“Ik heb iets van hen nodig.”), een onderdanigheid en een wrok naar andere mensen toe voelt (“Ze geven me niet wat ik nodig heb”).
Levensfase 3
Als jij je veilig voelt in je omgeving en je behoeftes vervuld zijn, krijg je meer ruimte voor andere mensen en ga je jezelf meer voor hen openstellen. En elke keer dat je in het gezelschap van andere mensen komt, kijk je of je wel of niet meegaat in wat zij zeggen en doen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat je in gezelschap te egoïstisch was, teveel opviel, teveel afweek, te eigengereid was of te dominant was.
Ook als volwassene kun je dan bang blijven om in gezelschap boven het maaiveld uit te komen, en jezelf te uiten, te gaan voor wat je belangrijk vindt en je grenzen aan te geven.
Zodat jij je in je vrijgezellenleven voortdurend niet gezien, niet gehoord, niet begrepen, afgewezen, gesmoord, gevangen en onopgemerkt voelt.
Levensfase 4
Als je in gezelschap jezelf durft uit te spreken en voor jezelf op durft te komen, dan kijk je hoe de mensen om je heen daarop gaan reageren.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat mensen je grenzen niet respecteerden en er overheen walsten. En dat je dus blijkbaar andere mensen met je grenzen tot last was, kwetste, dingen opdrong, of teveel beperkingen oplegde.
Ook als volwassene kun je jezelf dan blijven inhouden, aanpassen, wegcijferen of opofferen om andere mensen geen pijn te doen.
Zodat jij je als vrijgezel voortdurend beschaamd, schuldig, bezwaard, beknot, verplicht en uitgeput voelt.
Levensfase 5
Als je in gezelschap op eigen benen durft te staan en je eigen grenzen kunt bewaken, dan kijk je op welke momenten of in welke periodes je even een luisterend oor wil, met iemand wil overleggen, steun of hulp van iemand wil, of even tegen iemand wil aanleunen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat mensen er niet voor je waren als je hen nodig had. En dat ze in plaats daarvan jou in de steek lieten, je benadeelden, je manipuleerden of misbruik van je maakten.
Ook als volwassene kun je het dan moeilijk blijven vinden om andere mensen te vertrouwen, in vertrouwen te nemen, om hulp te vragen en om invloed van hen toe te laten.
Zodat je als vrijgezel voortdurend een drang naar zelfredzaamheid, trots, achterdocht, hardheid, stoerheid, uitputting en eenzaamheid voelt.
Levensfase 6
Als je de invloed, steun, aandacht en inbreng van andere mensen toe kunt laten, dan kijk je of er mensen (vooral potentiële partners) zijn bij wie je alle teugels los kunt laten, je masker af kunt zetten en jezelf over kunt geven.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk hebt gekregen dat je het deksel op je neus krijgt zodra je jouw kwetsbaarheid, tederheid, hartstocht, behoefte aan intimiteit of behoefte aan seks laat zien.
Ook als volwassene kun je dan jezelf onder controle blijven houden en mensen om je heen op afstand blijven houden.
Zodat jij je als vrijgezel terughoudend, afstandelijk, koud, gekwetst, afgewezen, krampachtig, geremd, geblokkeerd, eenzaam en frigide voelt.
Tot slot
Zoals ik al vertelde, doorloop je de 6 levensfases hierboven op twee manieren: als kind en als volwassene. Je krijgt als volwassene dus als het ware een herkansing.
De manier waarop je ze als kind hebt doorlopen, bepaalt op welke van de 7 verdiepingen van je (vrijgezellen)leven je wel en niet bent geweest, hoe gelukkig je op elke verdieping was en waar je op elke verdieping tegenaan liep.
Als volwassene heb je nu zelf in de hand hoe je levensreis er als volwassene uit gaat zien. Verval je in herhaling en ga je de 6 levensfases op dezelfde manier doorlopen als toen je kind was? En dus ook dezelfde verdiepingen op dezelfde manier bezoeken als toen?
Of ga je als volwassene nu met een open en frisse blik de 6 levensfases doorlopen? En jezelf op de 7 verdiepingen van je vrijgezellenleven zo ontwikkelen dat je meer bevrediging en meer innerlijke vrede voelt dan toen als kind?
De keuze is aan jou …
Hoe je onbewust je lichaam zo blokkeert dat je nog maar weinig energie overhoudt
Als persoon heb jij allerlei behoeftes. Maar als lichaam mag je die van jezelf niet allemaal bevredigen.
Je lichaam mag van jou bepaalde dingen niet doen en niet zeggen, om bepaalde risico’s (bijvoorbeeld op falen of afwijzing) te voorkomen.
En je lichaam moet van jou bepaalde dingen doen en zeggen om jezelf te verdedigen tegen oncomfortabele gebeurtenissen (bijvoorbeeld zich beheersen, zich aanpassen, zich verontschuldigen of zich terugtrekken).
Onbewust blokkeer je jouw lichaam dan ook met allerlei geboden (“Je moet …”) en verboden (“Je mag niet”).
En het kost jou zonder dat je het doorhebt veel energie om de hele dag door je lichaam tegen te houden en tot dingen te dwingen. Energie die je niet meer kunt stoppen in je dagelijkse leven. Waardoor het kan lijken alsof je elke dag te weinig energie hebt om je zelfstandig te kunnen redden.
Door allerlei gebeurtenissen te vermijden en af te weren, blijft bovendien een (groot) deel van jouw leven ongeleefd: je doet geen dingen meer waarbij de kans op risico’s te groot is of waarbij het nodig is om (een beetje) uit je comfortzone te stappen. Daardoor bevredig jij je behoeftes slechts gedeeltelijk, of ontzeg jij je zelfs bepaalde behoeftes. Met als gevolg dat je minder dingen doet die jou energie geven en dat je minder levenslust hebt.
Op de eerste verdieping van je vrijgezellenleven mag jouw lichaam alleen dingen doen die geen risico voor je overleving zijn, of waarbij jij je op alle mogelijke scenario’s voorbereid hebt.
Je houdt je lichaam steeds tegen, en trekt jezelf uit angst of onzekerheid het liefst terug in je binnenwereld. Het kost je dan al veel energie om je op je lichaam en buitenwereld te concentreren. En nog meer energie om je continu voor te bereiden op alles wat er mis kan gaan.
Of je dwingt je lichaam om zo hard te werken om te overleven, dat je jezelf opoffert en jezelf alle pleziertjes ontzegt. Je lichaam raakt uitgeput en na verloop van tijd ligt een burn-out op de loer.
Op de tweede verdieping mag jouw lichaam alleen aangename dingen doen. Ook moet jouw lichaam stoppen met dingen zodra ze onaangenaam worden of aan de lopende band leuke dingen doen.
Je krijgt in eerste instantie veel energie van de leuke dingen die je doet. Maar je gejaagdheid, je ongeduld, je opgekropte pijn, je genegeerde verplichtingen en je uit de hand gelopen problemen vergen vervolgens alsnog veel energie.
Op de derde verdieping mag jouw lichaam zich bepaalde gebeurtenissen uit het verleden niet meer herinneren, en het onderdrukken van die herinneringen kost jou ongemerkt de hele dag door veel energie.
Je lichaam moet de behoeftes van andere mensen vervullen. Zodat er niet of nauwelijks meer energie overblijft voor de vervulling van je eigen behoeftes. En op den duur geef je jezelf leeg.
Of je lichaam moet van jou aan de lopende band doelen bereiken. Op den duur wordt je daardoor bekaf en brand je op.
Op de vierde verdieping van je vrijgezellenleven mag jouw lichaam geen dingen doen waar jij een negatief oordeel over hebt. En dwing jij je lichaam continu om aan je normen te voldoen. Je wordt steeds zo geleefd door je oordelen en normen dat er nog nauwelijks dingen overblijven waar je energie van krijgt.
Of je vindt alles best en maakt alles even onbelangrijk. Waardoor er niets meer overblijft waar je voor wil gaan en wat jou energie geeft.
Op de vijfde verdieping mag jouw lichaam geen dingen doen of zeggen die onrust en conflicten in je buitenwereld kunnen oproepen. Je houdt je lichaam steeds tegen en wordt op den duur futloos.
Of je lichaam mag zich van jou door niets en niemand meer laten tegenhouden. Je overschat je draagkracht en laat je lichaam over haar grenzen gaan. Waardoor je op den duur ziek kunt worden, blessures kan krijgen of opgebrand kan raken. Ook creëer je dan vaak weinig draagvlak in je omgeving, zodat je veel energie kwijt bent aan de weerstand en emoties van andere mensen.
En op de zevende verdieping moet je lichaam te vaak iemand anders helpen, waardoor je uitgeput raakt en jezelf op den duur leeg geeft.
Of je lichaam mag van jou geen andere mensen om hulp vragen. Je lichaam werkt zich vervolgens extra uit de naad om het dan maar op eigen kracht te proberen en gaat daarbij steeds meer over z’n eigen grenzen.
Hoe je uit pijn jezelf terugtrekt en eenzaam wordt
Op elke ervaring die je opdoet in je buitenwereld of binnenwereld plak je zonder dat je het doorhebt en sneller dan snel een etiket: “Comfortabel” of “Oncomfortabel”.
Alle ervaringen die je op een bepaald moment oncomfortabel vond probeer je de volgende keren zoveel mogelijk te voorkomen en daar heb je zo je manieren voor. Lukt het voorkomen niet, dan voel je pijn. En onbewust heb je tot je geruststelling een favoriete manier gevonden om die pijn weer zo snel mogelijk af te weren: zoals je pijn onderdrukken, ontkennen, goedpraten of onbelangrijk maken.
Er kunnen periodes in je leven zijn (bijvoorbeeld je jeugd of een onprettige relatie) waarin het steeds maar niet lukt om al die oncomfortabele ervaringen te voorkomen en af te weren. En waarin je dan ook veel pijn voelt door de bedreigingen, schokken of aanhoudende kritiek waar je tegen je zin mee geconfronteerd wordt.
Duurt zo’n pijnlijke periode langer dan je aankunt, dan ga je jezelf automatisch terugtrekken.
Eerst uit je buitenwereld, waar al die risico’s, gevaren en bedreigingen elk moment van de dag op kunnen doemen. Je blijft dan zoveel mogelijk binnenshuis, en doet daar zoveel mogelijk comfortabele dingen met je lichaam en geest.
En later uit je lichaam, als je lichaam vaak is bekritiseerd (door anderen of jezelf), mishandeld of misbruikt. Of als je lichaam ernstig ziek, gewond of gehandicapt is geraakt. Ook als je thuis bent sla je dan nog maar weinig acht op je lichaam, en zie je jouw lichaam als een last, een onding of een noodzakelijk kwaad.
Als je het liefst geen aandacht meer wil besteden aan die gevaarlijke buitenwereld en aan je o zo kwetsbare lichaam, dan kun je jezelf alleen nog terugtrekken in je gevoel of in je verstand.
Het kan zijn dat je zoveel mogelijk vanuit je gevoel wil blijven leven, en dat je zowel comfortabele gevoelens als oncomfortabele gevoelens blijft doorvoelen om je echtheid zoveel mogelijk intact te houden en te beschermen.
Maar de kans is groot dat je jezelf terugtrekt in je hoofd: in je fantasiewereld of in je gedachtenwereld. Zodra je de kans hebt fantaseer je dat je een comfortabel heden hebt of over comfortabele dingen in de toekomst. Of je spendeert zoveel mogelijk tijd aan het uitdenken en overdenken van dingen.
Je verstand of je gevoel wordt voortaan je nieuwe thuis: je wil er zo vaak en zo lang mogelijk zijn met je aandacht. En alleen als het echt niet anders kan, kruip je zo kort mogelijk in je lichaam en ervaar je met je zintuigen zo kort mogelijk je buitenwereld.
Met je aandacht ben je dan ook altijd minimaal 80 procent bij je verstand of gevoel. En voor je lichaam, je buitenwereld en het overleven blijft dan nog maar maximaal 20 procent aandacht over.
Geen wonder dan ook dat jij je met dat kleine beetje aandacht niet goed meer kunt concentreren op de mensen om je heen. Op wat ze zeggen, doen, vinden, voelen en verlangen. En jezelf in hen verplaatsen en inleven is dan ook haast niet meer op te brengen en te doen.
En al helemaal niet omdat elk persoon in je buitenwereld een mogelijke bedreiging is. Je bent bang voor de pijn die mensen je vroeg of laat kunnen bezorgen, bent waakzaam in plaats van nieuwsgierig, en geeft jezelf zo min mogelijk bloot. En vanaf dat moment begin je jezelf eenzamer en eenzamer te voelen …
Op de eerste verdieping van je vrijgezellenleven leer je hoe je jouw vertrouwen in jezelf en in andere mensen weer kunt terugvinden. Hoe jij je weer veilig kunt voelen in je lichaam en in je buitenwereld. En hoe je jezelf weer met je lichaam en je buitenwereld kunt verbinden, zonder het veilige en fijne contact met je verstand en gevoel te verliezen.
Op de tweede verdieping van je vrijgezellenleven ontdek je vervolgens hoe je jezelf weer thuis kunt voelen in je lichaam en je buitenwereld. En hoe je van je lichaam en je buitenwereld kunt gaan genieten …
Door welke comfortbril kijk jij naar je (vrijgezellen)leven?
Zonder dat je het doorhebt kijk je elk moment van de dag met een bepaalde mentale bril naar jezelf, je omgeving en je (vrijgezellen)leven.
Bepaalde situaties wil je wel en keur je goed. En andere situaties wil je juist niet en keur je af.
Elke keer dat je deze bril opzet beoordeel je, oordeel je en veroordeel je. Ben je de ene keer tevreden en de andere keer weer ontevreden. En blijf je continu in je comfortzone zitten.
Hoe langer en hoe vaker je deze bril afzet, hoe meer je alles en iedereen kunt aanvaarden, en hoe meer innerlijke vrede, tevredenheid en keuzevrijheid je voelt.
Net als een bril die je bij de opticien kunt krijgen, heeft je mentale bril 2 brilleglazen. Door het rechterglas van je mentale bril heen zie je alle comfortabele kanten van een situatie. En door het linkerglas heen alle oncomfortabele kanten van een situatie. Door beide brilleglazen tegelijk zie je dus hoe comfortabel je een bepaalde situatie vindt.
Wat je precies met comfortabel bedoelt, hangt af van wat voor iemand je bent. Comfortabel kan voor jou zijn: veilig (bruin), plezierig (geel), succesvergrotend (rood), harmonieus / rustig (wit), krachtgevend / energiegevend (oranje), onafhankelijkheid bevorderend / redelijk (blauw), authentiek / intens (paars), juist / goed (groen) of toevoegend / bijdragend (roze).
De praktijk wijst uit dat we als mens alleen deze 9 varianten van “comfortabel” kennen. In totaal zijn er dus 9 soorten persoonlijke brillen, elk met hun eigen kleur.
Met bijvoorbeeld een rode bril op kijk je de hele dag door alleen of jijzelf en je omgeving jouw succes vergroten of verkleinen. En met een witte bril op kijk je de hele dag door alleen of jijzelf en je omgeving wel of niet voor rust en harmonie zorgen. Daarom noem ik deze mentale bril: jouw comfortbril.
Eén van de twee brilleglazen van je comfortbril is dun: je kunt er makkelijk doorheen kijken en dingen zien. Het andere brilleglas is dik: het kost je moeite om er doorheen te kijken en om dingen te zien.
Het kan zijn dat het rechterglas van je comfortbril dun is: dat je het altijd makkelijker vindt om comfortabele kanten van een situatie onder ogen te zien dan oncomfortabele kanten.
Maar dat hoeft niet: als je eerder verschillen ziet dan overeenkomsten, eerder risico’s dan kansen, en eerder wat er ontbreekt dan wat er wel is, dan zie je ook eerder wat je oncomfortabel vindt dan wat je comfortabel vindt. En in dat geval is het linkerglas van je comfortbril dun.
Je zou verwachten dat je in de ene situatie de ene kleur comfortbril opzet (bijvoorbeeld een blauwe bril om te zien hoeveel iets of iemand je onafhankelijkheid bevordert) en in een andere situatie weer een andere kleur comfortbril (bijvoorbeeld een roze bril om te zien hoeveel iets of iemand toevoegt/bijdraagt aan het leven van anderen).
Maar in de praktijk blijkt opvallend genoeg dat we ons hele leven lang dezelfde mentale bril blijven dragen. Dat we vanaf onze geboorte aan dezelfde comfortbril gehecht blijven.
Met het woord “comfortabel” bedoel je onbewust altijd slechts 1 van de 9 varianten (bijvoorbeeld “plezierig”). Deze variant is het allerbelangrijkst voor jou en dat blijft zo. Maar in de loop van je leven kun je wel andere varianten steeds meer gaan waarderen, en dus steeds comfortabeler gaan vinden (zoals “harmonieus / rustig”).
In de loop van de tijd kunnen er dus wel stippen met andere kleuren op je comfortbril verschijnen, maar de hoofdkleur van je bril blijft altijd hetzelfde.
In het montuur van je comfortbril zitten alle meningen en oordelen verstopt die je over alles en iedereen hebt.
Hoe meer meningen en oordelen je hebt over jezelf, je omgeving en je leven, hoe zwaarder je montuur, en dus ook je bril, aanvoelt. Je kunt je dan gaan storen en ergeren aan de manier waarop je tegen alles en iedereen aankijkt.
Hoe minder meningen en oordelen je hebt over jezelf, je omgeving en je leven, hoe lichter je montuur aanvoelt. Door open te leren staan voor alle ervaringen, en in de loop van de tijd al je meningen en oordelen te neutraliseren, blijft er steeds minder van je montuur over. Tot je montuur verkruimelt en uit elkaar valt, en je comfortbril van je neus afglijdt. Vanaf dat moment ben je bevrijd van je comfortbril en zie je elke situatie zoals die werkelijk is. Zonder ‘m nog door je eigen comfortbril te laten filteren, kleuren en vertekenen …
Als vrijgezel ken je jezelf maar voor 5 procent
Als vrijgezel heb je al behoorlijk wat levenservaringen achter de rug. En hoe meer levenservaringen je opdoet, hoe beter je jezelf leert kennen. Je kent jezelf inmiddels dan ook al behoorlijk goed. Toch?
Nou, om eerlijk te zijn: Nee.
Alles wat je al van jezelf weet, is ongeveer 5 procent van alles wat er over jezelf te weten valt. En alles wat je in de toekomst nog over jezelf te weten gaat komen valt waarschijnlijk ook nog steeds binnen diezelfde 5 procent.
Ga maar na. Weet jij:
- Waarom en wanneer je verliefd wordt op mensen?
- Waarom je de emoties voelt die je voelt?
- Waarom je de meningen en overtuigingen hebt die je hebt, en waar ze vandaan komen?
- Waarom je doet wat je doet, en waarom op die manier?
- Waarom je zegt wat je zegt, en waarom op die manier?
- Waarom je nalaat wat je nalaat?
- Waarom je regelmatig in dezelfde soort reacties terecht komt?
- Waarom je in situaties vaak op dezelfde soort manier reageert?
- Waarom je het karakter hebt dat je hebt?.
- Waarom je nieuwe voornemens vaak niet van de grond komen?
- Waarom je bij nieuwe stappen in je ontwikkeling regelmatig weer terugvalt?
- Wat je allergrootste behoefte is?
- Wat je allergrootste angst?
- Wat je allergrootste passie is?
- Wat je levensdoel is?
Terwijl er altijd een heel duidelijke reden is waarom je bent wat je bent, doet wat je doet, nalaat wat je nalaat, denkt wat je denkt, voelt wat je voelt, vindt wat je vindt, verlangt wat je verlangt, en haat wat je haat. En diep van binnen ken je die reden heel goed.
Dat klinkt misschien als een tegenspraak: eerst zeg ik dat je maar 5 procent van jezelf kent, en dan dat je diep van binnen precies weet hoe je in elkaar zit. Maar dat is het niet.
Je kunt jezelf namelijk op elk moment van de dag haarfijn beschrijven alsof je jezelf van buiten ziet en hoort: hoe je eruit ziet, wat je aan hebt, wat je doet, wat je zegt en wat je nalaat. En door naar binnen te kijken, lukt het ook nog wel om een beetje aan te geven hoe jij je voelt, wat je wil en wat je vindt. Je bent je dus goed bewust van je gedrag. En in dat opzicht ken je jezelf goed.
Tegelijkertijd ben je onbewust altijd heel berekenend bezig: bij alles wat je doet en ervaart, controleer je of het je dichter bij je verleiding (je allergrootste behoefte) brengt, of verder weg bij je vermijding (je allergrootste angst). En onbewust laat je alleen die dingen gebeuren die jou zoveel mogelijk van je verleiding en zo min mogelijk van je vermijding opleveren. Tot verliefd worden aan toe. Omdat dit voortdurende proces achter de schermen gebeurt (net als de aansturing van je lichaam) ben jij je er niet van bewust. En door je te verdiepen in dit onbewuste proces, gaat er een hele nieuwe wereld voor je open: je ontdekt waarom je bent zoals je bent, en waarom je leeft zoals je leeft. En dat is de 95 procent zelfkennis en zelfinzicht waar jij je op dit moment nog niet of nauwelijks bewust van bent.
Die ontbrekende 95 procent zelfkennis en zelfinzicht ligt als een volledig nieuw vakantiegebied op je te wachten. En het is helemaal aan jou of en wanneer je deze reis naar jezelf wil gaan maken.
Als vrijgezel zit je in een bevoorrechte positie. Je vrijgezellenleven is namelijk de meest ideale periode in je leven om deze reis te ondernemen.
Zodra je een relatie hebt, houd je grofweg nog maar een derde van je tijd over voor jezelf: een derde van je tijd besteed je aan je partner, en een derde aan het in stand houden en verbeteren van jullie gezamenlijke relatie. En bij eventuele kinderen blijft er van die tijd voor jezelf nog maar een fractie over.
Kies je ervoor om deze vakantiereis in je binnenwereld aan te gaan, dan levert jou dat een flinke dosis zelfkennis en zelfinzicht op. Daardoor weet je wat je aan jezelf hebt, en waar je met jezelf aan toe bent. Je gaat jezelf vertrouwen. Ook krijg je begrip voor jezelf, en ga je jezelf accepteren zoals je bent. In je eigen gezelschap zijn wordt dan een feest. En daar heb je niet alleen profijt van in je vrijgezellenleven, maar ook in een eventuele nieuwe relatie …









