Hoeveel vertrouwen in andere mensen hebben jouw 9 Ikken?

 

 
 

Geen vertrouwen

Mensen halen me uit mijn kracht

Jouw Krachtige Ik is er volledig van overtuigd dat het slecht met haar afloopt zodra ze haar vertrouwen schenkt aan andere mensen.
Zodra mensen haar zwakke plekken ontdekken of sterker denken te zijn dan zij, zullen ze in haar beleving meteen toeslaan en haar benadelen, misbruiken of manipuleren.
Daarom zorgt ze ervoor dat ze krachtiger en energieker is dan de mensen om haar heen, en dat ze zich niet kwetsbaar opstelt. Ook doet ze alles zoveel mogelijk zelf en laat ze haar leven zo min mogelijk beïnvloeden door andere mensen.

Mensen leggen teveel beslag op me

Omgaan met mensen kost jouw Verstandige Ik teveel tijd, teveel energie en soms ook teveel geld. Tijd, energie en geld die ze hard nodig heeft om zichzelf alleen te kunnen redden.
Mensen hebben in haar beleving allerlei verwachtingen en eisen waar ze maar aan moet voldoen. Ook zijn ze meestal te subjectief, te onredelijk of te emotioneel, waardoor het moeilijker voor haar wordt om de feiten op een rijtje te krijgen. Of ze roepen emoties bij haar op, of erger nog, ze willen dat ze over haar emoties gaat praten. En door al die emoties kan ze haar hoofd er niet goed meer bijhouden.
Daarom trekt ze zich zoveel mogelijk terug: naar plekken zonder mensen, of in haar gedachtenwereld als ze niet meer aan gezelschap kan ontkomen.

Mensen wijzen me vroeg of laat af

Jouw Gevoelige merkt dat ze in bepaalde opzichten anders is dan andere mensen: aan de ene kant mist ze iets wat andere mensen wel lijken te hebben, en aan de andere kant vindt ze zichzelf uniek, speciaal, gevoeliger en minder oppervlakkig.
Daardoor voelt ze zich wel een buitenbeentje. En vroeg of laat zullen mensen er in haar beleving achter komen dat ze afwijkt, en haar gaan afwijzen omdat ze anders is.
Om de afwijzing van andere mensen voor te zijn, kopieert ze andere mensen zolang dat niet teveel tegen haar gevoel ingaat. Of laat ze juist duidelijk merken dat ze geen grijze muis is en dat voor haar niet dezelfde regels gelden.

 

Weinig vertrouwen

Vroeg of laat doen mensen me pijn of beperken ze me

Je Genietende Ik gaat graag met leuke mensen om.
Tegelijkertijd beseft ze dat mensen in de loop van de tijd dingen kunnen gaan zeggen of doen die haar pijn doen. Dat ze haar kunnen gaan beperken door haar te vertellen wat ze niet mag doen of juist moet doen. Of dat het gesprek met hen op een gegeven moment te serieus of te zwaar kan worden.
Dat kan vooral gebeuren bij mensen die ze lang ziet of die ze vaak ziet. Vandaar dat ze vaak niet al te lang blijft en maar eens in de zoveel tijd wat van zich laat horen.

Mensen zorgen vroeg of laat voor teveel onrust

Jouw Harmonieuze Ik wil graag dat er in een gezelschap geen onrust ontstaat, want onrust leidt onherroepelijk tot conflicten.
Maar ze moet continu alert zijn op de sfeer, want in haar beleving is die onrust er al gauw. Doordat mensen onderling teveel van elkaar verschillen, dingen te belangrijk maken, het niet eens zijn met elkaar, te heftig reageren, niet respectvol genoeg naar elkaar toe zijn, of zichzelf teveel op de voorgrond plaatsen.
En dan moet zij weer alles uit de kast trekken om de gemoederen te bedaren.

Mensen leggen de lat te laag

Jouw Perfectionistische Ik legt de lat hoog: als iets beter kan, dan moet het ook beter.
En de mensen om haar heen leggen in haar beleving de lat een stuk lager, en lopen er zelfs de kantjes vanaf. Of ze doen de verkeerde dingen, of dingen op de verkeerde manier.
Daarom doet ze alles zoveel mogelijk zelf, en laat ze zo min mogelijk over aan andere mensen. Want de juiste dingen horen op de juiste manier te gebeuren.

Mensen zetten zich te weinig in

Jouw Presterende Ik is ervan overtuigd dat ze alles kan bereiken wat ze maar wil, zolang ze zichzelf maar genoeg inspant.
Maar mensen om haar heen voelen zich in haar beleving meestal te weinig verantwoordelijk, werken niet hard genoeg, werken niet efficiënt genoeg, of willen teveel erkenning. Met als gevolg dat zij alsnog haar doelen niet bereikt, terwijl ze zelf al wel haar eigen actiepunten afgehandeld heeft.
Daarom doet ze alles zoveel mogelijk zelf. En als ze niet onder de medewerking van andere mensen uit komt, dan past ze zich zo aan hen aan dat ze alsnog haar zin krijgt met zo min mogelijk weerstand en emoties.

 

Veel vertrouwen

Mensen zijn mijn steun en toeverlaat

Jouw Beschermende Ik heeft meer vertrouwen in andere mensen dan in zichzelf. En als ze zelf maar loyaal genoeg is naar hen toe, dan zullen ze in haar beleving ook loyaal zijn naar haar toe.
Mensen om haar heen geven haar dan de duidelijkheid, bevestiging, adviezen en steun die ze zo hard nodig heeft om zichzelf veilig en zeker te voelen. Vooral in een groep met gelijkgestemde mensen: samen staat iedereen sterk en kan iedereen op iedereen terugvallen.
Wel controleert en test ze continu of de mensen om haar heen nog steeds betrouwbaar zijn. En zo nu en dan vallen er weer mensen van het voetstuk waarop ze hen gezet heeft.

Iedereen heeft mooie kwaliteiten

Jouw Behulpzame Ik ziet in alle mensen, wie of wat ze ook zijn, mooie kwaliteiten. Ook kwaliteiten waarvan ze zelf nog niet wisten dat ze die hadden.
En ze helpt mensen met alle liefde om deze kwaliteiten te ontdekken, te benutten en helemaal tot hun recht te laten komen.
 

Hoe je Beschermende Ik jou onbedoeld angstiger maakt, door zichzelf voor te bereiden op alles wat er mis kan gaan

 

 
 
Jouw Beschermende Ik wil zich graag de hele dag door veilig en zeker voelen, en zichzelf beschermen tegen alles wat er maar mis kan gaan. Zeker met al die risico’s, gevaren en bedreigingen die tegenwoordig op de loer liggen.
Ze voelt zich veilig zodra ze van te voren precies weet wat er gaat gebeuren en wat voor consequenties dat voor haar heeft.
En ze voelt zich zeker zodra ze precies weet hoe ze met onveilige situaties om moet gaan: wat ze kan doen om die situaties te ontlopen, om die situaties te veranderen of om de schade voor haar zoveel mogelijk te beperken.

 
Vooraf precies weten wat er gaat gebeuren is alleen wel een probleem: hoe in hemelsnaam komt ze daar nou achter?
Ze kan natuurlijk proberen om steeds met haar verstand in te schatten en te voorspellen wat haar allemaal te wachten zal staan.
Maar je hoeft alleen maar naar je eigen relaties en je eigen banen te kijken, om te zien dat er genoeg situaties zijn die je met je verstand niet kunt voorzien, doorzien en onder controle kunt krijgen.

 
Toch heeft je Beschermende Ik daar gelukkig wel een oplossing voor: want ook al weet ze niet precies wat er gaat gebeuren, ze weet wel wat er allemaal kán gebeuren. Met name wat er allemaal mis kan gaan.
En dus is ze zo handig om zich alle denkbare onveilige scenario’s voor te stellen, en in haar hoofd te oefenen wat ze in elk van die situaties het beste zou kunnen doen.
Zichzelf van te voren grondig voorbereiden op alles wat er mis kan gaan lijkt dan ook heel verstandig: het geeft haar meer veiligheid, meer zekerheid en meer bescherming.
En als ze zichzelf van te voren maar goed genoeg voorbereid heeft op alle mogelijke scenario’s, dan kan het op het moment zelf altijd alleen nog maar meevallen: ze wordt dan niet meer verrast door welke gebeurtenis ook en ze weet dan meteen wat ze precies moet doen, zonder zichzelf nog door haar angst en haar onzekerheid te laten verlammen.
Vanaf het moment dat ze zich grondig voorbereid heeft op wat haar te wachten staat, voelt ze zich dan ook minder ongerust, minder bezorgd, minder onzeker, minder angstig, veiliger en meer gerustgesteld.

 
Alhoewel, is dat eigenlijk wel zo?
Want zichzelf grondig voorbereiden op ALLES wat er mis kan gaan betekent eveneens (of juist): zichzelf uitgebreid voorbereiden op de allerergste dingen. Ook als de kans erop eigenlijk heel klein is maar de gevolgen ervan voor haar heel groot kunnen zijn (bijvoorbeeld aanslagen).
En door zichzelf de allerergste dingen, en haar mogelijke reacties daarop, uitgebreid en levendig voor te stellen in haar fantasiewereld, begint het pas echt tot je Beschermende Ik door te dringen wat er wel niet allemaal mis kan gaan. Ze wordt zich bewust van risico’s waar ze eerst nog helemaal niet bij stil gestaan had, en ziet in hoe gevaarlijk zelfs het naar buiten gaan al kan zijn.
Met als gevolg dat de ongerustheid, bezorgdheid, onzekerheid of angst die ze al voelde voordat ze zich zo goed ging voorbereiden, tijdens en na het voorbereiden alleen maar groter wordt in plaats van kleiner, na het zien van al dat mogelijke onheil. En met als risico dat ze het na verloop van tijd dan maar veiliger vindt om gewoon thuis te blijven, en dat ze zichzelf leuke dingen gaat ontzeggen en zichzelf gaat afzonderen en isoleren.

 
Betekent dit nou dat je jouw Beschermende dan maar beter kunt verbieden om zich van te voren voor te bereiden op alles wat er mis kan gaan?
Nee hoor, want in allerlei onbekende, onzekere, risicovolle, gevaarljke of bedreigende situaties kan dit juist heel handig en praktisch zijn: bijvoorbeeld een scheiding, een verbroken relatie, het zoeken van een nieuwe woning, de voorbereiding van je vakantie, financiële probemen, een reorganisatie op je werk, ontslag, een solicitatie, een conflict of een onverwachte tegenvaller.
Maar in andere situaties kan het jezelf zo grondig voorbereiden jou juist erg tegenhouden: je kunt moeilijk knopen doorhakken, het duurt lang voordat je in actie of in beweging komt, je voelt je voortdurend ongerust/bezorgd/onzeker/angstig/wantrouwend, je kunt niet spontaan op mensen en gebeurtenissen reageren, je voorbereiden op alle mogelijke situaties kost je teveel tijd, je ziet continu beren op de weg, je concentreert je meer op wat je niet wil dan op wat je wel wil, en je bent steeds met je aandacht bij de toekomst in plaats van bij het hier-en-nu.

 
Zodra je merkt dat je last krijgt van de grondige voorbereiding van jouw Beschermende Ik, kun je haar beter maar vragen om zichzelf nu maar even niet voor de zoveelste keer zo klakkeloos voor te bereiden op alle mogelijke onveilige scenario’s.
En in plaats daarvan kun je meer gaan vertrouwen op je Krachtige Ik, die ook in jou zit.
Jouw Krachtige Ik ziet tegenslag als een uitdaging, heeft genoeg energie en kracht om voor zichzelf op te komen, en heeft genoeg doorzettingsvermogen en daadkracht om te krijgen wat ie nodig heeft.
Door erop te vertrouwen dat je Krachtige Ik er is op het moment dat er iets misgaat, geef je jouw Krachtige Ik de toestemming en ruimte om tevoorschijn te komen zodra dat nodig is.
Zodat jij je vooraf steeds minder zorgen hoeft te maken, de noodzaak steeds meer wegvalt om je vooraf op alle mogelijke situaties voor te bereiden, en jij je steeds zelfverzekerder en sterker gaat voelen …
 

Hoe je in 6 verschillende levensfases krassen, deuken en kleerscheuren kunt oplopen

 

 
 
Hoe verschillend we als vrijgezel ook kunnen zijn, in ons leven hebben we allemaal dezelfde fases doorgemaakt.
Als een zeilboot zijn we door 6 verschillende levensfases heen gezeild.
Hoe voorzichtig we daarbij onderweg ook waren, we liepen helaas toch averij op (krassen, deuken of scheuren in ons hart). Meestal vooral in 1 of 2 van de 6 fases.
En als we veel tegenwind en stormen in ons leven hebben ervaren, zijn we regelmatig vastgelopen en op een gegeven moment misschien in een bepaalde levensfase gestrand.

Het bijzondere is dat je die 6 levensfases op twee manieren meemaakt: eerst als kind en daarna nog een keer als volwassene.
En als je als beginnende volwassene nooit echt bij deze 6 fases hebt stilgestaan, ziet jouw levensreis als volwassene er ongeveer hetzelfde uit als jouw levensreis als kind. Met als resultaat dezelfde soort averij (mentale, emotionele en misschien wel lichamelijke wonden) als toen.
Hieronder kun je zelf onderzoeken in welke levensfase(s) je wellicht beschadigd, vastgelopen of gestrand bent.

Levensfase 1

Elke keer dat je in een nieuwe omgeving komt, kijk je hoe welkom en hoe gewenst je daar bent.
Als kind doe je dat vooral in het eerste jaar na je geboorte en op nieuwe scholen/crèches. En als volwassene vooral bij het op jezelf wonen, bij het samenwonen, bij het verhuizen en bij nieuwe banen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat je onwelkom of ongewenst was.
Ook als volwassene kun je de omgeving dan blijven zien als een onveilige, gevaarlijke, schadelijke of vijandige plek, die je zoveel mogelijk moet mijden.
Zodat jij je als vrijgezel voortdurend angstig, onzeker, wantrouwend, minderwaardig en eenzaam voelt.

Levensfase 2

Als jij je veilig voelt in een omgeving, dan merk je op een gegeven moment dat je bepaalde behoeftes hebt. En elke keer dat je een behoefte voelt, kijk je of je die met of zonder de hulp van andere mensen gaat vervullen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat je omgeving jou met lege handen liet staan of jou in de schuld liet staan (“Voor wat, hoort wat”) als je om iets vroeg.
Ook als volwassene kun je dan bang blijven om hulp aan andere mensen te vragen of om hulp van andere mensen te accepteren.
Zodat je als vrijgezel voortdurend een onverzadigd gevoel, een gemis, een afhankelijkheid (“Ik heb iets van hen nodig.”), een onderdanigheid en een wrok naar andere mensen toe voelt (“Ze geven me niet wat ik nodig heb”).

Levensfase 3

Als jij je veilig voelt in je omgeving en je behoeftes vervuld zijn, krijg je meer ruimte voor andere mensen en ga je jezelf meer voor hen openstellen. En elke keer dat je in het gezelschap van andere mensen komt, kijk je of je wel of niet meegaat in wat zij zeggen en doen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat je in gezelschap te egoïstisch was, teveel opviel, teveel afweek, te eigengereid was of te dominant was.
Ook als volwassene kun je dan bang blijven om in gezelschap boven het maaiveld uit te komen, en jezelf te uiten, te gaan voor wat je belangrijk vindt en je grenzen aan te geven.
Zodat jij je in je vrijgezellenleven voortdurend niet gezien, niet gehoord, niet begrepen, afgewezen, gesmoord, gevangen en onopgemerkt voelt.

Levensfase 4

Als je in gezelschap jezelf durft uit te spreken en voor jezelf op durft te komen, dan kijk je hoe de mensen om je heen daarop gaan reageren.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat mensen je grenzen niet respecteerden en er overheen walsten. En dat je dus blijkbaar andere mensen met je grenzen tot last was, kwetste, dingen opdrong, of teveel beperkingen oplegde.
Ook als volwassene kun je jezelf dan blijven inhouden, aanpassen, wegcijferen of opofferen om andere mensen geen pijn te doen.
Zodat jij je als vrijgezel voortdurend beschaamd, schuldig, bezwaard, beknot, verplicht en uitgeput voelt.

Levensfase 5

Als je in gezelschap op eigen benen durft te staan en je eigen grenzen kunt bewaken, dan kijk je op welke momenten of in welke periodes je even een luisterend oor wil, met iemand wil overleggen, steun of hulp van iemand wil, of even tegen iemand wil aanleunen.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk kreeg dat mensen er niet voor je waren als je hen nodig had. En dat ze in plaats daarvan jou in de steek lieten, je benadeelden, je manipuleerden of misbruik van je maakten.
Ook als volwassene kun je het dan moeilijk blijven vinden om andere mensen te vertrouwen, in vertrouwen te nemen, om hulp te vragen en om invloed van hen toe te laten.
Zodat je als vrijgezel voortdurend een drang naar zelfredzaamheid, trots, achterdocht, hardheid, stoerheid, uitputting en eenzaamheid voelt.

Levensfase 6

Als je de invloed, steun, aandacht en inbreng van andere mensen toe kunt laten, dan kijk je of er mensen (vooral potentiële partners) zijn bij wie je alle teugels los kunt laten, je masker af kunt zetten en jezelf over kunt geven.
Het kan zijn dat je als kind (on)terecht de indruk hebt gekregen dat je het deksel op je neus krijgt zodra je jouw kwetsbaarheid, tederheid, hartstocht, behoefte aan intimiteit of behoefte aan seks laat zien.
Ook als volwassene kun je dan jezelf onder controle blijven houden en mensen om je heen op afstand blijven houden.
Zodat jij je als vrijgezel terughoudend, afstandelijk, koud, gekwetst, afgewezen, krampachtig, geremd, geblokkeerd, eenzaam en frigide voelt.

Tot slot

Zoals ik al vertelde, doorloop je de 6 levensfases hierboven op twee manieren: als kind en als volwassene. Je krijgt als volwassene dus als het ware een herkansing.
De manier waarop je ze als kind hebt doorlopen, bepaalt op welke van de 7 verdiepingen van je (vrijgezellen)leven je wel en niet bent geweest, hoe gelukkig je op elke verdieping was en waar je op elke verdieping tegenaan liep.
Als volwassene heb je nu zelf in de hand hoe je levensreis er als volwassene uit gaat zien. Verval je in herhaling en ga je de 6 levensfases op dezelfde manier doorlopen als toen je kind was? En dus ook dezelfde verdiepingen op dezelfde manier bezoeken als toen?
Of ga je als volwassene nu met een open en frisse blik de 6 levensfases doorlopen? En jezelf op de 7 verdiepingen van je vrijgezellenleven zo ontwikkelen dat je meer bevrediging en meer innerlijke vrede voelt dan toen als kind?
De keuze is aan jou …

 

Hoe je onbewust je lichaam zo blokkeert dat je nog maar weinig energie overhoudt

 

 
Als persoon heb jij allerlei behoeftes. Maar als lichaam mag je die van jezelf niet allemaal bevredigen.
Je lichaam mag van jou bepaalde dingen niet doen en niet zeggen, om bepaalde risico’s (bijvoorbeeld op falen of afwijzing) te voorkomen.
En je lichaam moet van jou bepaalde dingen doen en zeggen om jezelf te verdedigen tegen oncomfortabele gebeurtenissen (bijvoorbeeld zich beheersen, zich aanpassen, zich verontschuldigen of zich terugtrekken).

Onbewust blokkeer je jouw lichaam dan ook met allerlei geboden (“Je moet …”) en verboden (“Je mag niet”).
En het kost jou zonder dat je het doorhebt veel energie om de hele dag door je lichaam tegen te houden en tot dingen te dwingen. Energie die je niet meer kunt stoppen in je dagelijkse leven. Waardoor het kan lijken alsof je elke dag te weinig energie hebt om je zelfstandig te kunnen redden.
Door allerlei gebeurtenissen te vermijden en af te weren, blijft bovendien een (groot) deel van jouw leven ongeleefd: je doet geen dingen meer waarbij de kans op risico’s te groot is of waarbij het nodig is om (een beetje) uit je comfortzone te stappen. Daardoor bevredig jij je behoeftes slechts gedeeltelijk, of ontzeg jij je zelfs bepaalde behoeftes. Met als gevolg dat je minder dingen doet die jou energie geven en dat je minder levenslust hebt.

Op de eerste verdieping van je vrijgezellenleven mag jouw lichaam alleen dingen doen die geen risico voor je overleving zijn, of waarbij jij je op alle mogelijke scenario’s voorbereid hebt.
Je houdt je lichaam steeds tegen, en trekt jezelf uit angst of onzekerheid het liefst terug in je binnenwereld. Het kost je dan al veel energie om je op je lichaam en buitenwereld te concentreren. En nog meer energie om je continu voor te bereiden op alles wat er mis kan gaan.
Of je dwingt je lichaam om zo hard te werken om te overleven, dat je jezelf opoffert en jezelf alle pleziertjes ontzegt. Je lichaam raakt uitgeput en na verloop van tijd ligt een burn-out op de loer.

Op de tweede verdieping mag jouw lichaam alleen aangename dingen doen. Ook moet jouw lichaam stoppen met dingen zodra ze onaangenaam worden of aan de lopende band leuke dingen doen.
Je krijgt in eerste instantie veel energie van de leuke dingen die je doet. Maar je gejaagdheid, je ongeduld, je opgekropte pijn, je genegeerde verplichtingen en je uit de hand gelopen problemen vergen vervolgens alsnog veel energie.

Op de derde verdieping mag jouw lichaam zich bepaalde gebeurtenissen uit het verleden niet meer herinneren, en het onderdrukken van die herinneringen kost jou ongemerkt de hele dag door veel energie.
Je lichaam moet de behoeftes van andere mensen vervullen. Zodat er niet of nauwelijks meer energie overblijft voor de vervulling van je eigen behoeftes. En op den duur geef je jezelf leeg.
Of je lichaam moet van jou aan de lopende band doelen bereiken. Op den duur wordt je daardoor bekaf en brand je op.

Op de vierde verdieping van je vrijgezellenleven mag jouw lichaam geen dingen doen waar jij een negatief oordeel over hebt. En dwing jij je lichaam continu om aan je normen te voldoen. Je wordt steeds zo geleefd door je oordelen en normen dat er nog nauwelijks dingen overblijven waar je energie van krijgt.
Of je vindt alles best en maakt alles even onbelangrijk. Waardoor er niets meer overblijft waar je voor wil gaan en wat jou energie geeft.

Op de vijfde verdieping mag jouw lichaam geen dingen doen of zeggen die onrust en conflicten in je buitenwereld kunnen oproepen. Je houdt je lichaam steeds tegen en wordt op den duur futloos.
Of je lichaam mag zich van jou door niets en niemand meer laten tegenhouden. Je overschat je draagkracht en laat je lichaam over haar grenzen gaan. Waardoor je op den duur ziek kunt worden, blessures kan krijgen of opgebrand kan raken. Ook creëer je dan vaak weinig draagvlak in je omgeving, zodat je veel energie kwijt bent aan de weerstand en emoties van andere mensen.

En op de zevende verdieping moet je lichaam te vaak iemand anders helpen, waardoor je uitgeput raakt en jezelf op den duur leeg geeft.
Of je lichaam mag van jou geen andere mensen om hulp vragen. Je lichaam werkt zich vervolgens extra uit de naad om het dan maar op eigen kracht te proberen en gaat daarbij steeds meer over z’n eigen grenzen.