Hoe je uit pijn jezelf terugtrekt en eenzaam wordt

 

 
 
Op elke ervaring die je opdoet in je buitenwereld of binnenwereld plak je zonder dat je het doorhebt en sneller dan snel een etiket: “Comfortabel” of “Oncomfortabel”.
Alle ervaringen die je op een bepaald moment oncomfortabel vond probeer je de volgende keren zoveel mogelijk te voorkomen en daar heb je zo je manieren voor. Lukt het voorkomen niet, dan voel je pijn. En onbewust heb je tot je geruststelling een favoriete manier gevonden om die pijn weer zo snel mogelijk af te weren: zoals je pijn onderdrukken, ontkennen, goedpraten of onbelangrijk maken.

Er kunnen periodes in je leven zijn (bijvoorbeeld je jeugd of een onprettige relatie) waarin het steeds maar niet lukt om al die oncomfortabele ervaringen te voorkomen en af te weren. En waarin je dan ook veel pijn voelt door de bedreigingen, schokken of aanhoudende kritiek waar je tegen je zin mee geconfronteerd wordt.

Duurt zo’n pijnlijke periode langer dan je aankunt, dan ga je jezelf automatisch terugtrekken.
Eerst uit je buitenwereld, waar al die risico’s, gevaren en bedreigingen elk moment van de dag op kunnen doemen. Je blijft dan zoveel mogelijk binnenshuis, en doet daar zoveel mogelijk comfortabele dingen met je lichaam en geest.
En later uit je lichaam, als je lichaam vaak is bekritiseerd (door anderen of jezelf), mishandeld of misbruikt. Of als je lichaam ernstig ziek, gewond of gehandicapt is geraakt. Ook als je thuis bent sla je dan nog maar weinig acht op je lichaam, en zie je jouw lichaam als een last, een onding of een noodzakelijk kwaad.

Als je het liefst geen aandacht meer wil besteden aan die gevaarlijke buitenwereld en aan je o zo kwetsbare lichaam, dan kun je jezelf alleen nog terugtrekken in je gevoel of in je verstand.
Het kan zijn dat je zoveel mogelijk vanuit je gevoel wil blijven leven, en dat je zowel comfortabele gevoelens als oncomfortabele gevoelens blijft doorvoelen om je echtheid zoveel mogelijk intact te houden en te beschermen.
Maar de kans is groot dat je jezelf terugtrekt in je hoofd: in je fantasiewereld of in je gedachtenwereld. Zodra je de kans hebt fantaseer je dat je een comfortabel heden hebt of over comfortabele dingen in de toekomst. Of je spendeert zoveel mogelijk tijd aan het uitdenken en overdenken van dingen.

Je verstand of je gevoel wordt voortaan je nieuwe thuis: je wil er zo vaak en zo lang mogelijk zijn met je aandacht. En alleen als het echt niet anders kan, kruip je zo kort mogelijk in je lichaam en ervaar je met je zintuigen zo kort mogelijk je buitenwereld.
Met je aandacht ben je dan ook altijd minimaal 80 procent bij je verstand of gevoel. En voor je lichaam, je buitenwereld en het overleven blijft dan nog maar maximaal 20 procent aandacht over.

Geen wonder dan ook dat jij je met dat kleine beetje aandacht niet goed meer kunt concentreren op de mensen om je heen. Op wat ze zeggen, doen, vinden, voelen en verlangen. En jezelf in hen verplaatsen en inleven is dan ook haast niet meer op te brengen en te doen.
En al helemaal niet omdat elk persoon in je buitenwereld een mogelijke bedreiging is. Je bent bang voor de pijn die mensen je vroeg of laat kunnen bezorgen, bent waakzaam in plaats van nieuwsgierig, en geeft jezelf zo min mogelijk bloot. En vanaf dat moment begin je jezelf eenzamer en eenzamer te voelen …
Op de eerste verdieping van je vrijgezellenleven leer je hoe je jouw vertrouwen in jezelf en in andere mensen weer kunt terugvinden. Hoe jij je weer veilig kunt voelen in je lichaam en in je buitenwereld. En hoe je jezelf weer met je lichaam en je buitenwereld kunt verbinden, zonder het veilige en fijne contact met je verstand en gevoel te verliezen.
Op de tweede verdieping van je vrijgezellenleven ontdek je vervolgens hoe je jezelf weer thuis kunt voelen in je lichaam en je buitenwereld. En hoe je van je lichaam en je buitenwereld kunt gaan genieten …

 

Hoe veilig maak jij het voor jezelf?

 

 
 
Tot mijn 18e voelde ik me heel onveilig in mijn buitenwereld.
Ik werd bekritiseerd bij alles wat ik deed. Zelfs als ik rustig op een stoel zat, kreeg ik bijvoorbeeld te horen dat ik ‘op de verkeerde manier’ keek.
Ik werd uitgelachen om onder andere mijn kleding.
Ik werd uitgescholden voor van alles en nog wat, zoals ‘vissekop’ en ‘blijhoofd’.
En in dingen die ik heel graag wilde doen werd ik ontmoedigd: “Dat kun je helemaal niet!” en “Dat loopt op niets uit!”.

Lange tijd was ik boos op de mensen die mij dat in mijn beleving zo onterecht ‘geflikt hadden’. En ik voelde me een slachtoffer.
Totdat het op een gegeven moment tot mij doordrong dat ik eigenlijk de hele dag door hetzelfde bij mezelf en met mezelf deed.

In mijn eigen ogen deed ik dingen nooit goed genoeg of nooit snel genoeg.
Ik lachte mezelf uit zodra ik in mijn ogen ‘iets stoms’ zei of een ‘domme vraag’ stelde.
Ik schold mezelf regelmatig uit voor bijvoorbeeld ‘mislukkeling’ en ‘zeurpiet’.
En ik dacht al gauw bij mezelf dat ik niet genoeg wist of niet genoeg kon om de dingen te doen die ik graag wilde.

Ik trakteerde mezelf dus regelmatig op kritiek, hoongelach, scheldwoorden en ontmoediging.
Daardoor voelde ik me achteraf gezien even onveilig bij mezelf als bij die ‘gemeneriken’ in mijn buitenwereld.
En eigenlijk nog onveiliger. Want de mensen om mij heen zagen mij maar een deel van de tijd en konden mij dus maar een deel van de tijd ‘iets aandoen’. Terwijl ik mezelf elk moment van de dag zag en hoorde, en mezelf dus de hele dag door ‘het leven zuur’ kon maken. Ook kon ik mezelf veroordelen om wat ik dacht, voelde, vond en wilde. Terwijl de mensen om mij heen geen benul hadden wat zich in mijn binnenwereld afspeelde (daar zorgde ik wel voor).

Toen ik eindelijk besefte hoe onverdraagzaam ik eigenlijk al die tijd naar mezelf toe was geweest, heb ik geleerd om respectvoller, vriendelijker en milder naar mezelf te worden.
En mijn vraag aan jou is: hoe verdraagzaam, respectvol, vriendelijk en mild ben jij eigenlijk naar jezelf?
Met andere woorden, hoe veilig voel jij je eigenlijk bij jezelf?
Als je wil zou je daar de komende week eens naar kunnen kijken …

 

Je (onbewuste) angst overschaduwt alweer gauw je dankbaarheid voor wat je hebt

 

 
 
Tegen een leven vol tevredenheid, voldoening of bevrediging zeg je vast geen “Nee”. En de weg naar zo’n geweldig leven lijkt erg voor de hand te liggen: zorg ervoor dat je hebt wat je wil, bent wat je wil en doet wat je wil.

Maar is dat wel echt de weg naar het geluk?
Stel je eens voor dat er vannacht als je in bed ligt een wonder gebeurt, en dat je vanaf morgenochtend alles hebt wat je wil, alles bent wat je wil en alles kan doen wat je wil.
Dat zou geweldig zijn hè. Heerlijk! Al het geld, de gezondheid, het karakter, de mensen om je heen en alles wat je nog meer nodig hebt om het leven te leiden dat je wil. Als dat geen voldoening geeft!
En denk nu eens terug aan een moment in je leven dat je enorm blij was met iets wat je had, wat je was of wat je deed. Probeer dat moment weer even helemaal her te beleven. Wat was dat genieten hè! En nu de hamvraag: kijk eens hoeveel minuten of uren je toen achter elkaar van dat mooie moment hebt genoten.

Het zou me verbazen als je dat fijne gevoel toen langer dan een uur achter elkaar hebt gevoeld. En de kans is groot dat je dat geluksgevoel in totaal maar enkele minuten (of zelfs korter dan een minuut) doorvoeld hebt.
Want onbewust komt er tussen dat bevredigende gevoel door al gauw iets anders naar boven: een angst dat je weer kwijt zult raken wat je net met misschien veel pijn en moeite voor elkaar hebt weten te krijgen. Als een wolk voor een stralende zon.
En dus ga je al snel weer aan de slag om dat gelukzalige gevoel zo lang mogelijk vast te houden. En om ervoor te zorgen dat je de volgende keren ook weer datzelfde voldane gevoel gaat ervaren. Het leven is namelijk veranderlijk, en dat weet je onbewust maar al te goed.

Die onbewuste angst om te verliezen wat je hebt zorgt er dan ook voor dat je niet al te lang achter elkaar dankbaar kunt zijn voor wat je hebt.
De weg naar het geluk waar we het eerder over hadden is dus niet: zo snel mogelijk zorgen dat je hebt, bent en doet wat je wil.
Maar: om leren gaan met je angst om al het moois kwijt te raken dat je hebt, bent of doet. Hoe langer je kunt uitstellen dat deze angst voor verlies naar boven komt, hoe langer je kunt genieten van je blijheid.
De weg naar een tevreden, voldaan of bevredigend leven is dus eigenlijk: de weg naar dankbaarheid voor wat je hebt …

 

Als vrijgezel heb je een onbekende ik: je Innerlijke Overlever

 

 
 
Ook al heb je als vrijgezel geen partner, een kluizenaar ben je niet.
Want in deze samenleving ontkom je niet aan het gezelschap van andere mensen. Je komt ze tegen in je woonomgeving, in het winkelcentrum, op je werk, tijdens het uitgaan, in de (sport)verenigingen of clubs waar je lid van bent, en als je ergens naartoe onderweg bent. En je hebt eens in de zoveel tijd contact met je familie, vrienden of je kinderen.
 
In de ideale wereld kun je in het gezelschap van andere mensen altijd jezelf zijn, krijg je van mensen alle aandacht, interesse, begrip, steun en genegenheid die je wil, en gaan jij en de mensen om je heen altijd respectvol met elkaar om.
Maar jammer genoeg is de werkelijkheid helaas wat minder ideaal. Mensen gaan niet altijd even aardig, liefdevol, begripvol en meelevend met elkaar om. Ze hebben soms tegenstrijdige behoeftes en andere belangen, of meer aandacht voor zichzelf dan voor anderen. En er zijn kanten van jezelf die je noodgedwongen liever voor andere mensen verborgen houdt.
Dit soort dingen zul je in je relaties vast ook wel hebben ervaren.
 
In je leven ben je dan ook een aantal keren teleurgesteld geraakt in je contacten met andere mensen. En als dat in jouw ogen te vaak of te erg is gebeurd, ben je misschien zelfs het vertrouwen in (bepaalde) mensen kwijtgeraakt.
Het omgaan met die teleurstellingen deed pijn. En je wil graag voorkomen dat je die pijn in de toekomst nog een keer moet doormaken, Ook wil je het liefst de garantie dat je in de toekomst wel de aandacht, interesse, begrip, steun of genegenheid van mensen krijgt waar je naar snakt.
Daarom heb je van jongs af aan onbewust een manier ontwikkeld om met dit soort teleurstellingen om te gaan: een overlevingsstrategie. En het bijzondere is dat jij als vrijgezel een hele andere overlevingsstrategie kunt hebben dan andere vrijgezellen.
 
Bepaalde vrijgezellen worden verdrietig door deze teleurstellingen. En ze krijgen de indruk dat ze de aandacht, genegenheid en steun van andere mensen pas verdienen als ze daar eerst zelf iets voor hebben gedaan. Dus presteren ze eerst bepaalde dingen, helpen ze eerst de ander, of laten ze eerst zien hoe bijzonder ze als persoon zijn. In de hoop dat de ander daarvan zo onder de indruk is, dat ie hen geeft wat ze nodig hebben.
Andere vrijgezellen worden door deze teleurstellingen juist boos. Ze krijgen de indruk dat ze zichzelf of hun omgeving zo onder controle moeten houden dat er voortaan wel aan hun eisen voldaan zal worden. Ze proberen in het gezelschap van andere mensen de dingen perfect te doen of te zeggen, of ze bewaken en bewaren continu de rust, het respect en de harmonie, Of ze zorgen ervoor dat andere mensen voortaan geen invloed meer op hen en hun leven kunnen hebben.
En weer andere vrijgezellen worden ongerust en onzeker door de teleurstellingen. Ze gaan zich voorbereiden op wat er in het gezelschap van andere mensen kan gebeuren, en bedenken een tactiek om te krijgen wat ze willen. Ze zorgen ervoor dat ze niet afhankelijk worden van andere mensen, sluiten zich aan bij loyale en betrouwbare mensen om hen heen, of zorgen ervoor dat ze prettig gezelschap voor andere mensen zijn.
 
In totaal zijn er 3 groepen van 3 overlevingsstrategieën, en dus 9 in totaal. Eén daarvan is de jouwe. Diverse vrijgezellen om je heen hebben 1 van de 8 andere. En elke vrijgezel vindt dat zijn of haar overlevingsstrategie het effectiefst is.
Dat komt doordat we allemaal een overlever in onszelf hebben zitten: onze Innerlijke Overlever. Dit deel van onszelf heeft ervoor gezorgd dat we onszelf ons hele leven lang staande konden houden: in onze jeugd, in onze woonwijk, op school, in ons werk, in relaties, in ons huidige vrijgezellenleven en in alle moeilijke situaties.
Je Innerlijke Overlever is een heel sterk en overheersend deel van jou: het wil koste wat het kost overleven, en laat zich hierbij door niets en niemand tegenhouden. Elke keer dat je een beslissing neemt die jouw overleving in gevaar brengt volgens je Innerlijke Overlever, werkt ze jou dan ook tegen en saboteert ze jou. En kies je juist voor iets wat je overleving ten goede komt, dan staat je Innerlijke Overlever volledig achter je, en zet ze alles op alles om je te helpen.
Het meewerken en tegenwerken doet je Innerlijke Overlever op de achtergrond. Zonder dat jij je echt bewust van haar bent. Alleen in onveiligere situaties merk je normaal gesproken op dat ze bestaat. Terwijl ze een enorme invloed heeft op je leven. Want elk moment van de dag zorgt ze ervoor dat jij kunt overleven.
 
Ken je jouw Innerlijke Overlever, dan begrijp je waarom bepaalde dingen in je leven wel gelukt zijn, en andere dingen niet. En dan weet je hoe je steeds meer fijne momenten en steeds minder moeilijke momenten in je leven kunt brengen. In plaats van steeds maar weer in dezelfde valkuilen te stappen en tegen dezelfde muren aan te blijven lopen.
Zodra je haar eenmaal leert kennen, begin je steeds meer begrip voor haar op te brengen. Zodat jullie elkaar steeds minder in de wielen gaan rijden, en meer en meer met elkaar gaan samenwerken, Jullie komen steeds meer op dezelfde lijn te staan en gaan steeds meer op dezelfde golflengte zitten. Je innerlijke strijd wordt dan ook minder en minder, en gaat steeds meer over in een innerlijke rust. Ook maak jij je steeds minder zorgen over je overleving en krijg je steeds meer zelfvertrouwen.
Op deze manier wordt je Innerlijke Overlever meer en meer je Innerlijke Partner (zie ook blog Sinds je geboorte heb je al een Innerlijke Partner).
En om haar te leren kennen hoef je niet eens je deur uit, zoals je kunt zien in de blog Je Innerlijke Partner staat vlak voor je neus

 

Zijn jouw zelfverwijten wel terecht nadat jouw partner het uitmaakte?

 

 
 
Ik heb een hekel aan liegen. Toch heb ik in het verleden een keer flink gelogen tegen de ouders van mijn toenmalige vriendin. Ik was namelijk doodsbang dat ze anders het huis uitgezet zou worden. Met mijn hart in de keel, en met enorme tegenzin, loog ik hen op een dag keihard voor.
Ik dacht (en hoopte vurig) dat dit onze relatie, en haar contact met haar ouders, zou redden. En daar had ik veel voor over. Maar het tegendeel was waar. Kort daarvoor bleek ze de waarheid namelijk al aan haar ouders opgebiecht te hebben! Mijn leugen betekende dan ook het einde van onze relatie. En jarenlang bleef ik mezelf maar verwijten maken dat ik die bewuste dag zo gelogen had.

Misschien herken jij dat ook: dat jij jezelf een hele tijd maar verwijten bleef maken nadat jouw toenmalige partner het uitmaakte. En misschien maak jij jezelf als vrijgezel nu nog steeds wel verwijten.
In mijn geval was het terecht dat ik mezelf verwijten maakte: ik had per slot van rekening haar ouders voorgelogen. En liegen was iets wat ik anders niet gauw deed. Hier heb ik dan ook flink van geleerd.
Maar het kan ook onterecht zijn dat jij jezelf maar verwijten blijft maken. Bijvoorbeeld in de volgende gevallen:

  1. Je bent nooit tevreden over jezelf

    Je bent iemand die eerder ziet wat er niet (goed) gedaan is dan wat er wel (goed) gedaan is. Zowel door jouzelf als door andere mensen.
    Achteraf gezien vind je dan ook altijd dat je het nog wel beter had kunnen doen. Mensen om jou heen zeggen dat jij veel te streng en veel te kritisch naar jezelf bent. Maar zelf vind je dat zij de lat gewoon veel te laag leggen.
    Hoe goed jij het ook in die verbroken relatie(s) gedaan hebt, je zult jezelf altijd verwijten blijven maken. Want je ziet altijd wel weer iets anders wat je beter (minder fout) had kunnen doen. En zelfs als de relatie niet verbroken was, had jij jezelf nu nog steeds van alles en nog wat verweten.
    Jouw uitdaging is in mijn ogen dan ook om in je (vrijgezellen)leven eerst de lat lager te leren leggen. Bijvoorbeeld door meer te leren genieten van de dingen die je doet. En om dan te kijken of jij jezelf nog steeds verwijten maakt over de dingen die jij jezelf nu kwalijk neemt.

  2. Je hebt geen zelfvertrouwen

    Je bent iemand die eerder ziet wat er mis kan gaan dan wat er goed kan gaan. En daardoor heb je geen vertrouwen in jezelf. Want zodra je ook maar iets begint te doen of te zeggen, kan er van alles misgaan. Je twijfelt dan ook altijd of je iets moet doen, hoe je dat moet aanpakken, en wat er dan in je omgeving zal gebeuren. Zowel voordat je iets doet of zegt als daarna.
    Hoe goed jij het ook in die verbroken relatie(s) gedaan hebt, je zult jezelf altijd in twijfel blijven trekken. Want er is per slot van rekening iets misgegaan: je relatie is verbroken. En in jouw ogen had je dat moeten zien aankomen, en het moeten voorkomen. Je blijft in je hoofd dan ook allerlei scenario’s afspelen wat er was gebeurd in je relatie als je dit gedaan, dat gezegd of dit nagelaten had. In plaats van wat je destijds deed, zei of naliet. En zelfs als de relatie niet verbroken was, had jij jezelf nu nog steeds bij van alles en nog wat in twijfel getrokken.
    Jouw uitdaging is in mijn ogen dan ook om in je (vrijgezellen)leven eerst je zelfvertrouwen te leren vergroten. Bijvoorbeeld door minder te leren luisteren naar de mensen om jou heen, en meer naar jouzelf. En om dan te kijken of jij nog steeds twijfels hebt over de dingen die jij jezelf nu kwalijk neemt.

  3. Je vindt altijd dat je mensen tekort doet

    Je bent iemand die altijd en overal voor andere mensen klaarstaat. Je ziet en voelt automatisch wat andere mensen nodig hebben. En je biedt uit jezelf aan om hen te geven wat ze tekort komen. Maar er zijn zoveel mensen om jou heen die je hulp wel zouden kunnen gebruiken.
    Achteraf gezien vind je dan ook altijd wel weer dat je iemand tekort gedaan hebt. Mensen om jou heen zeggen dat jij jezelf teveel wegcijfert, en weleens wat meer voor jezelf mag zorgen. Maar zelf vind je dat zij wat meer oog moeten hebben voor wat de mensen om hen heen nodig hebben.
    Hoe goed jij het ook in die verbroken relatie(s) gedaan hebt, je zult jezelf altijd verwijten blijven maken. Want jouw partner kwam per slot van rekening iets bij jou tekort. Anders was ie in jou ogen niet weggegaan. Je ziet dan ook altijd wel weer iets anders wat je nog voor hem of haar had kunnen betekenen. En zelfs als de relatie niet verbroken was, had jij nu nog steeds bij van alles en nog wat gevonden dat je tekortschoot.
    Jouw uitdaging is in mijn ogen dan ook om in je (vrijgezellen)leven eerst evenveel te leren nemen als geven. Bijvoorbeeld door je eigen behoeftes belangrijker te leren maken en meer prioriteit te geven.En om dan te kijken of jij nog steeds vindt dat je tekortschoot met de dingen die jij jezelf nu kwalijk neemt.

     

Hoe je kunt stoppen met alleen maar overleven

 

 
 
Zoals ik in blog Wat is jouw dilemma met willen en moeten? al aangaf, zitten we als vrijgezel continu in een dilemma met willen en moeten. En daardoor kan het lijken alsof we alleen maar bezig zijn met overleven.
Ben jij als vrijgezel in je eigen ogen alleen maar bezig met overleven? Dan is de kans groot dat je jarenlang in die situatie blijft hangen. En dat je uiteindelijk overspoeld wordt door een flinke brok onvrede, frustratie en vermoeidheid, waar je geen raad mee weet.
Dit kun je voorkomen door te leren hoe jij jezelf met alles kunt helpen wat je nodig hebt.

 

Continu aan het overleven

Je hebt moeite om financieel rond te komen. Elke cent moet je omkeren. En elke maand kom je geld tekort voor noodzakelijke dingen.
Je probeert genoeg geld te verdienen voor jezelf, en wellicht voor je kind(eren) en voor de alimentatie. Je hebt dan ook elke week lange werkdagen, en werkt regelmatig tot in de late uurtjes. En als het tegenzit heb je verschillende baantjes nodig om de financiële eindjes aan elkaar te knopen.

Zodra je eindelijk thuis bent, ga je meteen koken, de was doen en afwassen. De rest van je vrije uurtjes heb je nodig voor het huishouden, de administratie, het klussen en het tuinieren.
Voordat je het doorhebt is de tijd allang weer aangebroken om nog wat uurtjes nachtrust te pakken. En alweer veel te gauw gaat de wekker voor je volgende werkdag.

Goed beschouwd ben je eigenlijk alleen maar bezig met werken, eten en slapen. Je werkt continu om in leven te blijven. En je leeft om te werken: zowel buitenshuis als binnenshuis.

 

Gevolgen

De hele dag door ben je bezig in je buitenwereld, om alles te doen wat nodig is om te overleven. Voor je binnenwereld heb je dan ook geen tijd. En dus ook niet voor je gevoelswereld en fantasiewereld.
Je doet alleen wat verstandig is om te overleven, en probeert dingen zo snel en zo goed mogelijk te doen. Je vraagt je niet af hoe je het vindt om dit alles te doen. Wat je voelt als je dit doet, en of je dit wel echt wil. Want je hebt in jouw ogen geen keus: dit alles is gewoon nodig om in leven te blijven. Punt uit, en discussie gesloten.

Je onderdrukt jouw boosheid dat je zo hard moet werken. Jouw vermoeidheid. Jouw machteloosheid dat je niets aan de situatie kunt veranderen. En jouw gevoel dat je leven op deze manier voorspelbaar en zinloos is. Ook ontzeg jij jezelf de dingen die je zo graag zou willen: je dromen, wensen en doelen. Per slot van rekening heb je nog niet eens genoeg tijd voor de dingen die nodig zijn om te overleven. Laat staan voor je verlangens en behoeftes.
Je negeert je onvrede, frustratie, uitputting en je diepste verlangens: de dingen die jou zouden kunnen stimuleren om te veranderen. Daardoor blijf je maar in deze situatie zitten. Jaren en jaren. Zo nu en dan kijk je terug op de afgelopen tijd, en schrik je bij het besef dat er alweer (bijna een jaar voorbij is gevlogen.

In deze periode van hard werken stapelt jouw onvrede en frustratie over je (financiële) situatie zich ongemerkt steeds meer op. Evenals je vermoeidheid. Totdat uiteindelijk een keer de bom barst, en alle onvrede, frustratie en uitputting van al die jaren er ineens in 1 keer uitkomt. Doordat jij je al die tijd alleen maar op je buitenwereld gericht hebt, heb je geen idee wat je met al die onvrede en frustratie in je binnenwereld aan moet. Daardoor is dit zo heftig voor jou dat je de eerstkomende tijd niet meer (goed) je werk kunt doen. Met als gevolg dat je alsnog moeite krijgt om te overleven.
Door al die inspanningen in je leven om te kunnen blijven overleven, bereik je dus juist het tegenovergestelde: je werkt jezelf zo uit de naad, dat je niet (goed) meer in staat bent om alles te doen wat nodig is om te overleven …

 

Oplossing

Er moet brood op de plank komen, en je rekeningen moeten betaald worden.
Uitgebreid de tijd nemen om je hart bij jezelf te luchten en om jezelf in je eentje te vermaken lukt voorlopig dus helaas even niet.
Wat je wel kunt doen is jezelf leren helpen met overleven. Voor een deel doe je dat al: je kijkt elke keer wat er nodig om te overleven, en probeert dat zo snel en zo goed mogelijk te doen. Maar dit gebeurt voor een groot deel routinematig en op de automatische piloot. En in de waan van de dag. Vooral met je gezonde verstand, en met weinig oog voor jouw gevoelens en behoeftes van dat moment.

In plaats van op de automatische piloot te leven, kun je meerdere keren per dag BEWUST kijken wat je op dat moment wilt doen om te overleven (wat je behoeftes op dat moment zijn). Vooral als je onderweg bent, of ergens op zit te wachten.
Zodra je dat weet, kun je jezelf begeleiden om dat voor elkaar te krijgen. Voel na afloop of je tevreden of ontevreden bent over het resultaat. Ben je tevreden, ga dan door op de ingeslagen weg. Ben je ontevreden, overleg dan met jezelf wat je anders kunt doen. En kom opnieuw in actie.

Op het eerste gezicht merk je misschien weinig verschil met anders: je zet nog steeds de hele dag prestaties neer om te overleven. Maar dat doe je dit keer wel door rekening te houden met je behoeftes en gevoelens. En daardoor voorkom je dat je in de toekomst overspoeld wordt door opgestapelde pijn en vermoeidheid.
En er gebeurt nog iets anders. Doordat je contact maakt met je gevoelens, maak je ook contact met je onvrede en ontevredenheid. Vervolgens kijk je aan welke nieuwe aanpak je behoefte hebt, kom je in actie, en pak je de zaken anders aan. Daardoor leer jij jezelf aan om iets aan je onvrede en ontevredenheid te doen.
Dat merk je in eerste instantie tijdens het overleven: je zult de dingen steeds sneller en beter gaan doen. Waardoor je meer tijd overhoudt. Maar je merkt het ook in je vrijgezellenleven. Op de momenten dat je ervan baalt dat je als vrijgezel zo druk bezig bent met overleven, sta jij jezelf dat gevoel toe en kan je makkelijker in actie komen. Want dat heb jij jezelf de afgelopen tijd geleerd.
Daardoor voorkom je dat je jarenlang in dezelfde onbevredigende situatie blijft hangen. En ben je meer en meer in staat om jezelf te helpen met alles wat je maar nodig hebt.
Een extra voordeel is dat je op deze manier een steeds betere relatie krijgt met het deel van jezelf dat zoveel belang hecht aan overleven: je Innerlijke Overlever. Meer over dit deel van jezelf kun je vinden in blog Als vrijgezel heb je een onbekende ik: je Innerlijke Overlever

 

Wat heb je als vrijgezel nodig om jezelf te kunnen redden?

 

 
 
Zonder partner sta je er als vrijgezel alleen voor met geld verdienen, boodschappen doen, het huishouden verzorgen, koken, de administratie op orde houden, en alle klusjes in en rondom het huis doen.
Om in je eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, heb je dus in ieder geval (veel) tijd en energie nodig. En in de tijd die jij aan jouw levensonderhoud besteedt (evenals daarvoor en daarna), heb je net als ALLE andere vrijgezellen ALTIJD 5 hulpmiddelen tot je beschikking:

  • Je lichaam
  • Jouw verstand
  • Jouw gevoel
  • Je fantasie/creativiteit
  • Jouw intuïtie

Deze hulpmiddelen heb je in je vrijgezellenleven continu (oneindig veel keren) nodig hebt.
Al het andere wat je nodig hebt om een zelfstandig vrijgezellenleven op te bouwen, vloeit volgens mij voort uit deze 5 hulpmiddelen die je al van nature hebt.
Hieronder vertel ik meer over je lichaam en je fantasie als hulpmiddel, en leg ik uit hoe de 9 soorten vrijgezellen (zie 9 soorten vrijgezellen) met hun lichaam en fantasie omgaan.
In de weken hierna komen de 3 andere hulpmiddelen hieronder aan bod.

 

Je lichaam als hulpmiddel:

Dit is het enige hulpmiddel van de 5 waarmee je dingen in de buitenwereld kunt realiseren. Daarbij ga ik er voor het gemak maar even vanuit dat je nog geen expert bent in telekinese (het verplaatsen van voorwerpen met je gedachtenkracht) 😉 .
Zelfs Stephen Hawking (een wetenschapper met baanbrekende ideeën en theorieën, die op zijn rechterwang na totaal verlamd is en continu zijn verstand gebruikt om het heelal te doorgronden) heeft zijn lichaam nog nodig om een spraakcomputer aan te sturen.
Om zoveel mogelijk met dit hulpmiddel te kunnen, is het nodig om je lichaam zo gezond, zo fit, zo getraind en zo compleet mogelijk te houden als je kunt.

Verder is je lichaam het ideale (en enige!) hulpmiddel van de 5 dat je kan helpen om in het hier & nu en geaard te blijven.
Omdat je alleen jouw lichaam de hele dag door kunt ervaren. Ons verstand, ons gevoel, onze fantasie en onze intuïtie zelf kunnen we namelijk niet zien, en dat ze wel degelijk bestaan weten we alleen maar omdat er op bepaalde momenten even een gedachte, een emotie, een idee of een inzicht tevoorschijn komt.
En omdat je lichaam de hele dag door jouw aandacht trekt met allerlei sensaties, zoals warmte, kou, honger, dorst, natheid, droogte, jeuk, pijn, tintelingen, aandrang om naar de wc te gaan, wondjes en kwaaltjes, zodat je het nooit lang kunt negeren.
Om in het hier & nu te blijven en te aarden, hoef je ‘alleen maar’ met je lichaam in contact te blijven door je op je lichaamsensaties en eventueel op je ademhaling te concentreren.

 

Hulpmiddelen rondom je lichaam:

Helaas is je lichaam tegelijkertijd ook het enige hulpmiddel van de 5 dat onderhoud vergt, en niet zo’n beetje ook: het heeft elke dag eten, drinken, kleding, verzorging en onderdak nodig. Dit hulpmiddel is dan ook de enige reden dat je geld moet verdienen en woonruimte moet hebben.

Een baan

Als alleenverdiener heb je een baan nodig die goed verdient, of anders een baan waarin je veel uren kunt maken om aan je geld te komen (het liefst met toeslagen voor b.v. avonden en weekenden).
Als je baan wegvalt heb je helemaal geen inkomsten meer, en daarom is een baan bij een werkgever die niet zo gauw failliet zal gaan (zoals de gemeente) en waarin je genoeg mogelijkheden hebt na bijvoorbeeld een reorganisatie (zoals een bank) heel praktisch.

Woonruimte

Bij het zoeken van woonruimte draai je in je eentje op voor de woonlasten.
De kans is dan ook groot dat alleen een flatje of appartement buiten de stad financieel haalbaar is voor jou.
Hoe bereikbaar je woning is, en hoe makkelijk je daarvandaan op de plekken kunt komen waar je regelmatig wilt zijn, bepaalt onder andere ook hoeveel extra geld je kwijt bent aan je auto of het openbaar vervoer.
Met je huisraad kun je kosten besparen door vrienden en familie te vragen of zij dingen overhebben (of mensen kennen die dingen voor een zacht prijsje van de hand kunnen doen), en door bijvoorbeeld op Marktplaats, bij Ikea en in Kringloopwinkels te kijken.

 

Hoe ga je met je lichaam om?

Als vrijgezel 1, 8 of 9:

Als vrijgezel 1, 8 of 9 is je lichaam het belangrijkste hulpmiddel van jou.
Je doet met je lichaam alleen wat juist is, waar je zin in hebt, wat je lekker vindt om te doen, of wat je rustig en tevreden maakt.
Waarom je dingen doet en waarom op die manier, kun je meestal niet onderbouwen: “Nou gewoon, omdat het goed voelt”.
En of je waardering krijgt van de mensen om je heen voor wat je doet en zegt, maakt je ook niet zoveel uit.
Als vrijgezel 1 train jij je lichaam (of beter gezegd: voed jij je lichaam op) om de dingen te doen en te zeggen die in jouw eigen ogen juist zijn.
Als vrijgezel 8 zorg jij er de hele dag voor dat jouw lichaam fit, energiek en krachtig is.
En als vrijgezel 9 geef jij je lichaam zowel overdag als ’s nachts veel rust.

Als vrijgezel 5, 6 of 7:

Als vrijgezel 5, 6 of 7 is je lichaam je minst belangrijkste hulpmiddel, en vaak een belemmering.
Je wilt je namelijk met je verstand op de toekomst richten en niet steeds door je lichaam teruggehaald worden naar het heden.
En meestal is je lichaam te langzaam om je gedachten bij te kunnen houden (ben je in gedachten al veel verder dan je lichaam).
Je besteedt daarom zo min mogelijk aandacht aan je lichaam, zodat jij je zoveel mogelijk kunt concentreren op je verstand.
Als vrijgezel 5 gebruik je pas je lichaam als je precies weet wat je moet doen, en als je gepland hebt hoe je dat met zo min mogelijk tijd en energie kunt doen.
Als vrijgezel 6 vraag je mensen om je heen (vooral autoriteiten en groepen) wat je moet doen en zeggen met je lichaam om als mens veilig te zijn.
En als vrijgezel 7 ben je continu druk in de weer met je lichaam, en erger jij je elke keer dat jouw lichaam je plannen en ideeën niet kan bijhouden of tijd vraagt die je aan andere dingen wilt besteden.

Als vrijgezel 2, 3 of 4

Als vrijgezel 2, 3 of 4 is jouw lichaam je statussymbool.
Je wilt graag dat jouw lichaam (dat voor iedereen om je heen zichtbaar is) waardering krijgt van andere mensen: voor hoe je lichaam eruit ziet, of voor wat je met je lichaam doet en zegt.
Als vrijgezel 2 zet jij je lichaam in om ongevraagd de behoeftes te vervullen die de mensen om jou heen in jouw ogen hebben. Voor het vervullen van jouw eigen behoeftes gebruik jij je lichaam nauwelijks, want dat is egoïstisch.
Als vrijgezel 3 gebruik jij je lichaam om zo efficiënt mogelijk veel doelen te bereiken en grote successen te scoren. Ook zorg je ervoor dat jouw lichaam uitstraalt dat jij een succesvol iemand bent. Jouw lichaam mag absoluut niet falen.
En als vrijgezel 4 wil je graag dat jouw lichaam er bijzonder uitziet, en de dingen op een bijzondere manier doet en zegt. Je lichaam mag van jou geen alledaagse dingen doen en geen oppervlakkige dingen zeggen.

 

Je fantasie als hulpmiddel

In deel 1 van dit artikel (dat over je lichaam ging) werd verteld dat je dankzij jouw lichaam in het hier en nu kunt blijven, en in het hier en nu allerlei dingen kunt realiseren in de buitenwereld.
Maar bij alles wat je in het hier en nu wilt doen, heb je verschillende mogelijkheden. En juist omdat je er als vrijgezel bij veel dingen alleen voor staat, kan het door al die keuzemogelijk-heden lastig zijn om in te schatten hoe je iets het beste aan kan pakken.
Een grote fantasie geeft je de creativiteit om te brainstormen over alle mogelijkheden die je hebt, èn het vermogen om allerlei mogelijkheden alvast in je fantasie uit te proberen.
Tegenwoordig zijn er diverse boeken, tijdschriften en websites met tips om jouw vrijgezellenleven te veraangenamen (bijvoorbeeld klus-, tuinier-, kook-, huishoud- en bespaartips), en deze kun je als je dat wilt bij het brainstormen als vertrekpunt nemen.

Daarnaast deel je als vrijgezel op je vrije avonden en dagen zelf je tijd in, en ben je regelmatig alleen. Een grote fantasie geeft je de creativiteit om steeds weer nieuwe mogelijkheden te bedenken om jezelf (al dan niet in je eentje) te vermaken. Hierdoor zul jij je minder vaak vervelen en je minder vaak eenzaam voelen.
In aanvulling daarop kun je als vrijgezel de tijd die je anders in een partner en een relatie zou stoppen, gebruiken om jouw dromen en levensdoelen te verwezenlijken. Een grote fantasie geeft je het vermogen om alles wat je heel graag wilt, levendig en tot in de kleinste details voor je te zien. Hierdoor ga jij je steeds meer op de toekomst verheugen, en krijg je steeds meer enthousiasme, passie en voldoening in jouw vrijgezellenleven.
Verder geeft een grote fantasie jou het vermogen om bij (belangrijke) beslissingen te fantaseren wat er mis kan gaan en hoe je daarop kunt reageren. Dit helpt je om de consequenties te overzien van de dingen die je doet en zegt, om vervelende consequenties te voorkomen en om je op de gevolgen van een beslissing voor te bereiden.

 

Hoe ga je met je fantasie om?

Als vrijgezel 7

Als vrijgezel 7 gebruik jij je fantasie vooral om te brainstormen over de leuke mogelijkheden die je allemaal hebt. En dat maakt het vrij makkelijk voor je om je in je eentje te vermaken. In jouw fantasie kun je alles precies zo laten gebeuren als je wilt, terwijl je in het dagelijkse leven tegen allerlei beperkingen en tegenslagen aan kunt lopen als jij jouw fantasieën verwezenlijkt. Vaak blijft het bij jou dan ook bij fantaseren. Met als gevolg dat diverse problemen onopgelost blijven, en veel plannen onuitgevoerd blijven. Ook vind je fantaseren over dingen die mis kunnen gaan al gauw een negatieve instelling en zonde van je tijd, en daardoor overzie je vaak niet de vervelende gevolgen van jouw beslissingen.

Als vrijgezel 6

Als vrijgezel 6 fantaseer je juist bij alles wat je wilt of kunt doen, wat er allemaal mis kan gaan en wat de gevaren, risico’s en bedreigingen zijn. Doordat je zo voor ogen hebt wat er allemaal (in theorie) mis kan gaan, wordt je bang, onzeker en twijfelend, en schrik je ervoor terug om echt in actie te komen. Ook zit het niet in je systeem om te fantaseren over de dingen die goed kunnen gaan (jouw kansen en mogelijkheden). Hierdoor kun je niet echt genieten van de dingen die je doet, en vind je het lastig om je in je eentje te amuseren.

Als vrijgezel 3

Als vrijgezel 3 fantaseer je welke doelen jij wilt halen en welke mogelijkheden jij hebt om van je doelen een (nog groter) succes te maken. Je bent ervan overtuigd dat alles maakbaar is en vindt het doel belangrijker dan de weg ernaar toe. Daardoor ben je heel creatief in het ontdekken van dingen die je kunt doen en zeggen om zo snel mogelijk bij jouw doel te komen.

Als vrijgezel 2. 4 of 8

Als vrijgezel 2 gebruik jij je fantasie om te achterhalen welke dingen de mensen om jou heen op dit moment het meest nodig hebben. Je fantaseert nauwelijks of niet over wat je zelf wilt en over manieren om jouw eigen behoeftes te vervullen.
Als vrijgezel 4 fantaseer je welke mogelijkheden je hebt om de dingen op een bijzondere manier te doen en te zeggen, en om aan dingen jouw eigen persoonlijke tintje te geven.
Als vrijgezel 8 fantaseer je welke dingen jou energie kunnen geven, en kies je intuïtief de mogelijkheid die jou de grootste energieboost geeft.

Als vrijgezel 1, 5 of 9

Als vrijgezel 1, 5 of 9 heb je niet zoveel met fantaseren.
Als vrijgezel 1 is er in jouw ogen altijd maar 1 juiste manier om iets te doen of te zeggen, en daarom heeft fantaseren over meerdere mogelijkheden voor jou dus geen zin.
Als vrijgezel 5 kijk je alleen naar de feiten, en fantasieën zijn in jouw ogen geen feiten en dus te subjectief.
Als vrijgezel 9 wil je graag rust, en zo min mogelijk dingen doen en zeggen. Fantaseren over wat je allemaal wilt doen en zeggen heeft voor jou dan ook weinig zin.